Juridisch/wetgeving

Heb je vragen over het invullen van EU-dierenpaspoorten? Wat kan en mag de paraveterinair? Ondernemer en vragen over röntgen, RI&E of algemene voorwaarden? Geen probleem! Alle informatie die je nodig hebt is hier te vinden.

Kan je als dierenarts beroep doen op het retentierecht als de eigenaar de rekening weigert of niet kan betalen?

Het recht van retentie. Dit houdt in dat een schuldeiser de afgifte van een zaak mag uitstellen om zich van betaling te verzekeren (artikel 3:290 BW). Het meest bekende voorbeeld is dat van de garage en de autosleutel die niet afgegeven wordt als er niet eerst betaald is. Er zijn uiteraard wel voorwaarden aan verbonden:

  1. Er moet sprake zijn van een opeisbare vordering, oftewel de (overeengekomen) betalingstermijn moet verstreken zijn zonder dat betaling plaatsgevonden heeft. Zegt een klant heel duidelijk dat hij niet betaalt, omdat de reparatie niet goed uitgevoerd is dan is er geen sprake van een opeisbare vordering. Kan een klant door overmacht niet betalen, dan is er ook geen sprake van een opeisbare vordering;
  2. De zaak waarop je het recht van retentierecht wilt uitoefenen moet op rechtmatige wijze bij jou als schuldeiser zijn gekomen. Dus in het geval van de garagehouder: een auto die reeds afgeleverd is, mag je niet terughalen om betaling af te dwingen;
  3. En tot slot moet het retentierecht kenbaar worden gemaakt tegenover derden. Een auto bijvoorbeeld kun je afsluiten. Maar wat te doen met een huis in aanbouw? Hekken en borden zullen dan geplaatst moeten worden.

Je mag dus niet zomaar een zaak vasthouden. Houd je je niet aan de spelregels dan vervalt het retentierecht. Maar nu heb je met dieren te maken. Dat ligt al snel gevoelig, want een dier is toch geen zaak? Dat klopt, maar pas sinds 1 januari 2013. Op die datum is artikel 3:2a Burgerlijk Wetboek in werking getreden. Daarin staat nu dat dieren weliswaar geen zaken zijn, maar dat de bepalingen met betrekking tot zaken wel degelijk ook op dieren van toepassing zijn. Dus schuldeisers kunnen zich ook op Minoes, Rambo of Totilas verhalen; de deurwaarder kan daar zelfs beslag op leggen. Voor dat laatste geldt overigens wel dat een rechter toestemming moet geven. Als Minoes of Rambo slechts emotionele waarde vertegenwoordigt, verleent een rechter niet snel toestemming voor beslag. Maar als het dier Totilas heet en een internationaal bekende topdressuur- en dekhengst is, dan ligt het al snel anders; Totilas vertegenwoordigt immers een aanzienlijk hogere waarde. Maar, stel nu dat een deurwaarder Minoes, Rambo of Totilas daadwerkelijk meeneemt dan moet hij er ook voor zorgen en dat kan enorm in de papieren lopen. De vraag is dan of een schuldeiser dat er voor over heeft. Kortom, bezint eer gij (eraan) begint!

In een zaak uit 2013 waar de Rechtbank Overijssel moest oordelen, ging het om het volgende (vindplaats voor de liefhebbers: ECLI:NL:RBOVE:2013:CA2271). Een hondeneigenaar heeft in december 2012 contact opgenomen met een hondenpension en is met de pensionhouder overeengekomen dat hij zijn honden op 23 februari 2013 voor een week zou brengen. Op 1 maart 2013 zou hij de honden ophalen. En nu komt-ie: hij heeft de honden niet opgehaald en weigerde ook de kosten te voldoen. De pensionhouder beriep zich op het recht van retentie en hield de honden “onder zich” (bij zich). De eigenaar spande vervolgens een kort geding aan waarin hij teruggave verlangde van de honden. Het bijzondere aan de zaak is dat de eigenaar beweerde dat zijn honden langer in het pension moesten blijven, omdat ze ziek zouden zijn. Ook beweerde hij dat de pensionhouder in een e-mail toegezegd zou hebben dat de eigenaar niets hoefde te betalen voor het verlengde verblijf. De rechter wenste de e-mails te zien, maar oordeelde vervolgens dat het niet mogelijk was om snel en eenvoudig de echtheid ervan vast te stellen (in een kort geding moet een en ander snel en eenvoudig te achterhalen zijn; dat is immers de gedachte achter een kort geding). Of de e-mails echt zijn of niet, het doet volgens de rechter niets af aan het feit dat de eigenaar in ieder geval de kosten voor de overeengekomen periode van verblijf verschuldigd is, de periode dus van 23 februari tot 1 maart 2013. Waarbij de rechter ook opmerkte dat nergens uit blijkt dat de honden voor onbeperkte tijd kosteloos in het pension zouden mogen blijven, er in de e-mails geen toezegging daarvoor staat.

Conclusie:
De pensionhouder mag het recht op retentie uitoefenen en weigeren de honden mee te geven, want zegt de rechter: vaststaat dat  de eigenaar van de honden niet voor het overeengekomen verblijf betaald heeft, het is niet aannemelijk dat de pensionhouder een onbeperkt kosteloos verblijft heeft toegezegd en er is voldoende samenhang is tussen de vordering van de pensionhouder en diens plicht tot teruggave van de honden aan de eigenaar. De pensionhouder maakt dus niet ten onrechte gebruik van zijn bevoegdheid om de afgifte van de honden op te schorten totdat de eigenaar heeft betaald.

Maar zoals al eerder opgemerkt: in het recht is het zelden zwart of wit.  De omstandigheden verschillen altijd per geval waardoor een op het oog vergelijkbare zaak toch anders uit kan pakken. Advies aan de dierenartsen is dan ook om je goed te informeren alvorens je dit middel inzet.