Onder welke voorwaarden mag een levend (slacht)dier getransporteerd worden?

Het vervoer van levende (slacht)dieren is geregeld in de Transportverordening (Vo (EG) 1/2005) . De algemene voorwaarden voor het vervoer staan vermeld in artikel 3: “Het is verboden dieren te vervoeren of te laten vervoeren op zodanige wijze dat het de dieren waarschijnlijk letsel of onnodig lijden berokkent.” Verder worden er in dit artikel nog een 8-tal voorwaarden gesteld:

  1. Vooraf zijn alle nodige voorzieningen getroffen om de duur van het transport tot een minimum te beperken en tijdens het transport in de behoeften van de dieren te voorzien
  2. De dieren zijn geschikt voor het voorgenomen transport
  3. Het vervoermiddel is zodanig ontworpen en geconstrueerd, en wordt op zodanige wijze onderhouden en gebruikt dat de dieren letsel en lijden bespaard blijft en dat hun veiligheid is gegarandeerd
  4. De laad- en losvoorzieningen zijn zodanig ontworpen en geconstrueerd, en worden op zodanige wijze onderhouden en gebruikt dat de dieren letsel en lijden bespaard blijft en dat hun veiligheid is gegarandeerd
  5. Het personeel dat met de dieren omgaat, heeft daarvoor de nodige opleiding of bekwaamheid, naar gelang van het geval, en voert zijn werkzaamheden uit zonder gebruikmaking van geweld of een methode die de dieren onnodig angstig maakt of onnodig letsel of leed toebrengt
  6. Het transport wordt zonder oponthoud tot de plaats van bestemming uitgevoerd, en de omstandigheden voor het welzijn van de dieren worden regelmatig gecontroleerd en naar behoren in stand gehouden
  7. De dieren beschikken, gelet op hun grootte en op het voorgenomen transport, over voldoende vloeroppervlak en stahoogte
  8. De dieren krijgen op gezette tijden water, voeder en rust, in kwaliteit en in kwantiteit afgestemd op hun soort en grootte

Bijlage I, Hoofdstuk I, punt 2 laat zien welke dieren absoluut niet geschikt zijn voor transport: “Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd(…)”. In het bijzonder worden in deze bijlage o.a. dieren genoemd die niet op eigen kracht pijnloos kunnen bewegen of niet zonder hulp kunnen lopen, dieren met ernstige open wonden of een prolaps en drachtige dieren waarbij de draagtijd voor 90% of meer gevorderd is. Ook varkens van minder dan drie weken, lammeren van minder dan een week of kalveren van minder dan tien dagen mogen niet vervoert worden, tenzij de afstand van het vervoer minder dan 100 km is.

De afweging of een dier vervoerd mag worden, is in eerste instantie aan de houder van het dier. Bij twijfel kan hij/zij het advies van de dierenarts inwinnen. Het is daarbij aan te bevelen dit advies schriftelijk te motiveren. Kiest de dierhouder ondanks negatief advies van de dierenarts toch voor transport? Dan is dit de volledige verantwoordelijkheid van de dierhouder.