Diergeneesmiddelen

Waarom ben je lid van de KNMvD? De KNMvD verzamelt informatie, vertaalt dit naar de praktijk en staat altijd tot jouw beschikking om je te helpen. De kennisbank is een online platform waar (veelgestelde) vragen en bijbehorende antwoorden te vinden zijn over allerlei onderwerpen. In de categorie diergeneesmiddelen vind je meer informatie over de cascaderegeling, diergeneesmiddelenadministratie, antibiotica, opiaten en nog veel meer!

Wanneer mag ik een humaan middel voorschrijven aan een (huis)dier?

Het assortiment aan diergeneesmiddelen is helaas niet voor alle aandoeningen toereikend. Als dit het geval is, en het is noodzakelijk om onaanvaardbaar lijden te voorkomen, dan mag je uitwijken naar een humaan geneesmiddel. Hiervoor geldt wel dat je moet voldoen aan alle voorwaarden die volgens de cascaderegeling aan je gesteld worden.

Stappen

De eerste voorwaarde voor het toepassen van de cascade is dat de dieren onaanvaardbaar lijden wordt bespaard. Daarna worden de volgende stappen doorlopen:

  1. Is er een Nederlands product geregistreerd voor een andere diersoort of voor een andere aandoening bij dezelfde diersoort? Dan dien je dit als eerste in te zetten.
  2. Indien er niet zo’n middel voorhanden is, is de volgende stap dat je gaat bekijken of een humaan middel geregistreerd is voor een soortgelijke  aandoening. Denk hierbij aan dexamethasonoogdruppels of Desmopressine bij diabetes insipidus -Of – je gaat op zoek buiten de grens of er een in een andere lidstaat van de EU geregistreerd diergeneesmiddel voor toepassing bij dezelfde of een andere diersoort beschikbaar is. Dit is in het verleden gebeurd met de invoer van vaccins voor RHD-2.
  3. Ten slotte is er de mogelijkheid een magistraal bereid diergeneesmiddel te gebruiken. Een voorbeeld hiervan is de Tramadol-drank voor katten. Uiteraard mag dit echt pas als je alle bovenstaande opties hebt overwogen.

Een dierenarts kan het diergeneesmiddel onder zijn of haar verantwoordelijkheid door iemand anders laten toepassen.

Voedselproducerende dieren

Bij voedselproducerende dieren wordt de voorwaarde gesteld dat de werkzame stof in het niet geregistreerde diergeneesmiddel moet voorkomen in een krachtens artikel 27, eerste lid, van Verordening (EU) 470/2009 vastgestelde EU-verordening . Dit zijn stoffen waarvan een MRL (voorlopig) is vastgesteld of waarvoor het vaststellen van een MRL niet nodig is. In de praktijk komt dit er vaak op neer dat het niet geregistreerde diergeneesmiddel geregistreerd zal zijn voor een ander voedselproducerend dier. Daarnaast moet, indien geen wachttermijn voor de betrokken diersoort op de verpakking aangebracht is, een voldoende lange wachttermijn worden aangehouden. Deze wachttijd bedraagt niet minder dan:

a. 7 dagen voor eieren;
b. 7 dagen voor melk;
c. 28 dagen voor vlees van pluimvee en zoogdieren, met inbegrip van vet en afval;
d. 500 graaddagen voor visvlees.

Let op! Het is verboden diergeneesmiddelen die substanties met hormonale werking of thyreostatische werking dan wel ß-agonisten bevatten volgens de cascade bij voedselproducerende dieren toe te passen.

Administratieve verwerking

Op basis van GVP is het belangrijk dat je bij het toepassen van de cascaderegeling goed in de patiëntenkaart of het BBP noteert waarom je deze keuze hebt gemaakt, en welke medicatie en welke dosering je voorgeschreven hebt. Verder moet je de eigenaar van het dier inlichten over de cascaderegeling en jouw keuzes.