Magere grasparkiet met eetlust… wat nu?

Tekst Lisa Rensen, Archaeopteryx

Op de poli komt een grasparkiet binnen, die ondanks vermagering een goede eetlust blijkt te hebben. Ook maakt hij een slome indruk. Er is wel eens kans dat je dan met Macrorhabdus ornithogaster te maken hebt.

Macrorhabdus Ornithogaster is een gist die in onder ander grasparkieten het syndroom macrorhabdiose veroorzaakt (Madani, Ghorbani, Arabkhazaeli, 2014). Deze gist staat ook wel bekend als ‘megabacterie’ vanwege zijn grootte en overige overeenkomsten met staafvormige bacteriën (Hargreaves, 1981; Tomaszewski, Logan,  Snowden, et al., 2003; Scanlan,  Graham, 1990). De gist behoort tot de Ascomyceten en koloniseert de overgang van de proventriculus en de ventriculus (Tomaszewski, et al.., 2003; Marlier, Leroy , Sturbois , Delleur , Poulipoulis, Vindevogel, 2006; Hannafusa, Bradley, Tomaszewski, Libal, Phalen 2007; Doneley, 2011; Kheirandish en Salehi, 2011; Lanzarot, 2013; Phalen, 2014). Het organisme is aangetoond in meerdere vogelsoorten die worden gehouden in gevangenschap. Het is een commensale gist die vaak aanwezig is zonder klinische problemen te veroorzaken. Door het vooral subklinisch voorkomen van infecties is het bijna onmogelijk grote volières vrij te houden van de infectie (Filippich, Speer, Powers, Phalen, 2004). Indien sprake is van een weerstandsvermindering, kan het organisme macrorhabdiose veroorzaken. Deze aandoening wordt vooral gezien bij kleine parkieten en zangvogels, zoals grasparkieten, forpussen, agaporniden, kanaries en vinken (Phalen, 2014; Madani, Ghorbani, Arabkhazaeli, 2014).

Klinisch beeld

Een besmetting met M. Ornithogaster kan leiden tot een accuut en chronisch ziektebeeld. (Gerlach, 2001; Hoppes, 2013; Phalen, 2005;). De acute vorm is onder andere beschreven bij grasparkieten en wordt vooral gekenmerkt door een acute hemorragische gastritis. Deze vorm is te herkennen aan plotseling gewichtsverlies en regurgiteren van zaden. De vogels vertonen daarnaast diarree, melena, bolzitten (opgezette veren) en sterfte (vaak binnen 24 uur) (Gerlach 2001, Hoppes 2013, Phalen 2005). Vaker komt echter een meer chronische vorm voor, die ook wel ‘wasting disease’ wordt genoemd (Hanafusa et al., 2007). Vogels met deze vorm tonen symptomen die typisch zijn voor een chronische aandoening, namelijk progressief gewichtsverlies. De eetlust is veelal goed, maar de vogels vallen toch af. Deze eetlust blijkt dan ook schijn te zijn, aangezien de vogels de zaden vaak alleen in de mond nemen, maar ze vervolgens niet doorslikken. Ook ziet men bij de chronische vorm regurgiteren van voer. In het kader hiervan kan opgedroogd slijm zichtbaar zijn rondom de snavel en kan de ontlasting zich afwijkend tonen waarbij typisch onverteerde zaden worden aangetroffen (Gerlach, 2001; Hoppes, 2013). Dieren met de chronische vorm van macrorhabdiose kunnen maandenlang ziek zijn, met periodes van herstel en terugval, waarna ze, uiteindelijk kunnen komen te overlijden als gevolg van cachexie (Gerlach, 2001; Hoppes, 2013; Phalen, 2005).

Diagnose

De diagnose van een infectie met M. ornithogaster kan lastig zijn, aangezien klinische verschijnselen subtiel en aspecifiek kunnen zijn (Antinoff,  Filippich,  Speer, et al., 2004). In vivo wordt vaak gebruik gemaakt van microscopisch onderzoek van een uitstrijkje van de feces, maar daarbij kan verwarring optreden van het organisme met plantmateriaal of andere materialen (Phalen DN, 2014). Een gram- of andere (snel)kleuring, na fixatie met hitte, kan helpen bij de identificatie (Sullivan, Ramsey, Greenacre, Cushing, Zhu, Jones, 2017). Een andere goede techniek is de polymerase chain reaction (PCR) (Phalen, 2014). Deze vorm van diagnostiek is echter (nog) niet commercieel beschikbaar in Nederland. Het aantonen van M. ornithogaster wordt vaak bemoeilijkt doordat het organisme niet continu wordt uitgescheiden, waardoor vals-negatieve uitslagen kunnen voorkomen (Phalen, 2014). Daarom wordt het aangeraden om bij verdenking van een besmetting op basis van de anamnese en verschijnselen, het faecesonderzoek herhaaldelijk uit te voeren.

Behandeling

Voor behandeling van M. ornithogaster zijn verschillende middelen beschikbaar. Zowel van Amphotericine B als Nystatine, beide antimycotica met een werking tegen gisten, is werkzaamheid tegen M. ornithogaster aangetoond. Uit onderzoek van Fillipich et al. is naar voren gekomen dat Amfotericine B de grootste werkzaamheid heeft. Dit middel bindt aan ergosterol in het celmembraan van onder andere schimmels en gisten, waarbij verandering van permeabiliteit en zo celdood wordt bereikt (Phalen, 2014; Patil, Rao, Majumdar, Anil, 2005). Het middel moet oraal (direct in de bek met een spuitje of via kropsonde) worden toegediend (Doneley, 2011). De aanbevolen dosering voor Amphotericine B bedraagt tweemaal daags 100 mg/kg voor een maand (Phalen et al., 2002; Phalen, 2005). Tevens is succesvolle werking van natriumbenzoaat aangetoond bij het toevoegen van dit middel aan drinkwater. Het is goedkoper dan Amphotericine B en, in tegenstelling tot Amphotericine B, wateroplosbaar. Broedende paren en kuikens zijn gevoeliger voor de bijwerkingen van dit middel. De verklaring hiervoor is de waarschijnlijk hogere waterconsumptie (Hoppes, 2011). Het middel is erg bitter en daarom wordt eerst een lage dosis gegeven die later verhoogd kan worden. Hierbij is goede monitoring van belang, aangezien bij overdosering neurologische symptomen kunnen ontstaan en het ook kan leiden tot de dood (Hoppes, 2013). Naar dit middel moet nog verder onderzoek gedaan worden om de effectiviteit verder aan te tonen (Madani, et al., 2014).

Preventie

Macrorhabdiose is een aandoening die vooral ontstaat bij vogels met een verminderde weerstand. Het is daarom belangrijk het immuunsysteem voldoende te ondersteunen en bijvoorbeeld zorg te dragen voor optimalisatie van voeding. Daarbij wordt gesuggereerd producten met hoge gehaltes aan glucose en sucrose te mijden, aangezien deze de gist voeden (Hannafusa et al., 2007). Andere auteurs raden aan water aan te zuren met appelazijn, om op die manier de pH van de proventriculus te laten dalen en de leefomstandigheden ongunstiger te maken voor M. ornithogaster (Gerlach, 2001; Filippich, 2004; Phalen, 2005). Ook stress zorgt voor een weerstandsvermindering (Baker, 1997; Speer et al., 2004). Om die reden is het belangrijk eventuele bronnen van stress op te sporen en te elimineren.  Ook wordt aangeraden in koppels of dieren die een Macrorhabdusinfectie hebben doorgemaakt, regelmatig ontlastingsonderzoek uit te voeren. Dit kan bijdragen aan het tijdig ontdekken van eventuele herbesmetting of opflikkeringen, aangezien er sprake kan zijn van dragerschap (Moore, Snowden, Phalen, 2001). Om de kans op een (her)infectie te verkleinen, moet tevens een goede hygiëne worden toegepast (Phalen, 2005).

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen