Leden van de KNMvD voelen zich te weinig betrokken bij de vereniging. Het is de afgelopen jaren onvoldoende gelukt om hierin een verbetering te krijgen. Dierenartsen spreken over dé KNMvD, als een abstract bolwerk.

De KNMvD was van 2008 tot nu georganiseerd als een hybride vereniging met een eigen verenigingsbureau

  • Enerzijds was er het hoofdbestuur verantwoordelijk voor het verenigingsbeleid (goedgekeurd door de ledenraad)
  • Anderzijds waren er de 5 groepen (GGL, GGG, GGP, DIMEO, GVS) gecontroleerd door hun eigen algemene ledenvergadering. De groepen hebben veel autonomie (eigen beleid en  groepsbegroting).

Waar vakinhoudelijke verbondenheid tot betrokkenheid en goede besluitvorming moest leiden, gevoed door aanspreekbare bestuurders, leidde de uitwerking van deze hybride structuur tot het tegenovergestelde. Onduidelijk was wie er verantwoordelijk was voor de ledentevredenheid en vooral de tevredenheid van leden die niet bij een groep zijn aangesloten. Hokjesdenken en afschermen van de eigen groep stond verenigen in de weg. Onduidelijk was hoe financiële stromen liepen en uit welke componenten de begroting was opgebouwd. Het gebrek aan samenhang ondermijnde de KNMvD: het verenigingsgevoel ebde weg, de financiële situatie verslechterde voortdurend.

Het hybridemodel past blijkbaar niet bij onze vereniging. Daarom vereenvoudigen we de inrichting van  de vereniging met als doel leden beter te betrekken. Een klein, slagvaardig bestuur kan haar energie steken in een actievere en financieel gezonde vereniging.

Vanaf 29 november 2018 wordt de structuur als volgt:

  • Er is één KNMvD, daar word je lid van.
  • Elk lid heeft toegang tot alle informatie, ook van andere clusters.
  • Elk lid heeft stemrecht binnen 1 cluster (Gezelschapsdieren, Landbouwhuisdieren, Paard of DIMEO)
  • Er is één KNMvD-bestuur.
  • Dit bestuur kent zes leden en bestaat uit de vier voorzitters van de clusters, een onafhankelijk voorzitter en een onafhankelijke penningmeester.
  • De clustervoorzitters worden ondersteund door twee clusterbestuursleden. De clusters borgen het contact met de achterban en initiëren cluster-specifieke projecten.
  • Het bestuur wordt gecontroleerd door de Raad van Afgevaardigden.
  • De uitvoerende taken (projecten) worden gedaan door commissies (= groepen van leden zoals bijvoorbeeld de commissies Vleeskalveren, Herkauwers, Varken, Pluimvee, Jonge Dierenartsen, Specialisten). Eventueel met ondersteuning van het bureau.

Het totaal aantal bestuurders wordt met deze hervorming teruggebracht van 49 naar 14.