Onderzoeken en overtuigen – vastzittende thema’s

Tekst Jan Sol en Paul Knijff, platform senioren

Het in beweging krijgen van vastzittende thema’s heeft een bepalende rol gespeeld in de loopbaan van Jan Staman. Hij heeft daar successen aan te danken. Hij merkte dat oplossingen te vaak worden gezocht in de omgeving waar ze ontstaan en ook in stand worden gehouden.

Het oplossen begint met een duidelijke probleemdefinitie, daarna kijkt hij of het ook in andere werk- of leefomgevingen bestaat en wat ermee is gedaan. Ook betrekt hij erbij wat filosofen ervan zeggen. Je kunt leren van oplossingen die elders worden toegepast. Daarna kun je pas goed voor jouw probleem een oplossing bedenken. Door je te verdiepen in andere werelden, kun je daar in eigen omgeving je voordeel mee doen.

Waarom diergeneeskunde

Jan, in 1950 geboren als zoon van een bakker, twijfelde tussen de studie medicijnen of diergeneeskunde. Ter oriëntatie heeft hij zowel in het ziekenhuis in Almelo meegelopen als in de praktijk van Gerard van Exel in zijn geboorteplaats Nijverdal. Zijn bewondering voor de manier waarop Van Exel het vak uitvoerde is bepalend geweest voor de keuze diergeneeskunde. Vooral door de respectvolle relatie die Van Exel met zijn cliënten onderhield. In 1975, het jaar dat Jan afstudeerde, heeft hij de laatste uren van Sjors van ’t Schalkje meegemaakt. Na een feestelijke avond overleefde Sjors thuis een val van de trap niet. Daarna is Sjors ‘met veterinaire eer’ begraven. De kist werd bij het café aan de Biltstraat opgehaald. De stoet werd, geflankeerd door veterinairen, over het oude faculteitsterrein geleid waar de vlaggen halfstok hingen. Bij de plechtigheid werd de kist, tegen de zin van de begrafenisondernemer, gedragen door veterinairen.

Kliniek voor Gezelschapsdieren

Zeven jaar heeft Jan onderwijs gegeven en multi-disciplinaire ervaring opgedaan op de faculteit. Jan spreekt met bewondering over wat professor Rijnberk in zijn tijd aan het opbouwen was. Van hem heeft hij geleerd hoe belangrijk je houding is, hoe belangrijk zorgvuldigheid is en hoe belangrijk het is ruimte voor anderen te maken.  Aan promoveren heeft Jan niet gedacht, maar wel begon hij in die tijd aan zijn studie rechten die hij succesvol heeft afgerond. Dat heeft zijn inzichten verdiept. Hij heeft geleerd dat je door elkaar te bevragen makkelijker tot oplossingen kunt komen. Feiten zijn daarbij essentieel maar bepaald niet toereikend, voor iedere bewering zijn doorgaans wel degelijke feiten aan te voeren.

Ministerie van Landbouw

Twee decennia heeft Staman met plezier in diverse functies gewerkt in de ministerieel-ambtelijke omgeving. In beleidsfuncties, bij de VD, in projecten (samengaan Wageningen – DLO). Veelal betrokken bij de achilleshielen in dit traject zoals diergeneeskundige beroepsuitoefening, dierenwelzijn en biotechnologie. Hij denkt dat anderen hem niet zien als ‘gelijkhebber’ maar meer als iemand die erin slaagt om op zijn Twents met humor de spijker op de kop te slaan zonder vijanden te maken. Dat beeld zal ertoe hebben bijgedragen dat Staman in 2002 werd gevraagd het Rathenau Instituut te gaan leiden. Dat heeft hij tot zijn pensioen in 2015 met plezier en succes gedaan.

Na 2015 – Consultancy en Raad voor Dieraangelegenheden

Na zijn pensionering zit Jan niet stil. Hij stelt zijn expertise beschikbaar als consultant (stamanconsultancy.com). Sinds december 2017 is Jan voorzitter van de Raad voor Dieraangelegenheden (RDA). Eminente collega’s zoals Henk Vaarkamp en Frauke Ohl gingen hem voor in deze functie. De RDA heeft in het nabije verleden advies uitgebracht over gevoelige onderwerpen zoals: agressieve honden, dieren in de natuur, paardenmarkten en antibioticagebruik. Het al of niet bijvoeren bij de Oostvaardersplassen is een actueel discussiepunt. Staman vindt dat je niet te gauw van ‘wildernis’ moet spreken. “Ik noem het liever ‘wetenschappelijke natuur’ waarin natuurlijke processen in ere worden hersteld maar waarbij ik verhongeren wel degelijk een probleem vind dat niet met het natuurlijk procesargument alleen kan worden gerechtvaardigd.” Sedert kort wordt de wolf weer gesignaleerd in Nederland. In de Oostvaardersplassen is er voor deze dieren echt werk aan de winkel. Het insecticidebeleid staat volop in de aandacht. “Dat zal toch ook op een manier moeten worden gereguleerd die vergelijkbaar is met het antibioticabeleid. Bestrijdingsmiddelen zijn al terug te vinden in menselijke embryo’s. En neem nou bijen. Die kunnen de weg naar huis niet meer vinden omdat ze cognitiestoornissen oplopen. Hoe dan ook, er zal een einde moeten komen aan het zogenaamde preventieve gebruik van insecticiden en ze kunnen daarbij veel van dierenartsen leren.“

KNMvD

Jan heeft een jonge hond en komt daarmee als cliënt bij de lokale dierenarts. Die heeft het mooi voor elkaar maar als nieuwe doodnormale hondeneigenaar schrikt hij wel van de tarieven in de gezelschapsdierenpraktijk terwijl hij, vakgenoot, beter zou moeten weten. Nee, hij is op dit moment geen lid van de KNMvD. “Niet uit onmin, zeker niet, het lidmaatschap is een keer gesneuveld toen ik mijn portefeuille abonnementen en lidmaatschappen weer vernieuwde. Ik heb groot respect voor de rol die de KNMvD heeft gespeeld bij het antibioticadebat. De aanpak blijkt effect te sorteren. En niet weinig ook. Iets vergelijkbaars zie ik andere vrije beroepsgroepen nog niet zomaar doen. Ik kan het moeilijk begrijpen waarom er een groep practici is die de Maatschappij daarom de rug toekeert.”

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen