One Health ook belangrijk voor bezitters gezelschapsdieren

Met 17 miljoen mensen, 33 miljoen huisdieren én 120 miljoen landbouwhuisdieren is er in ons land geen ontkomen aan: nauw contact met dieren. We delen immers dezelfde omgeving. Om overdraagbare ziektes aan te pakken moeten dierenartsen en huisartsen nauw samenwerken. MSD en MSD Animal Health zien One Health dan ook als een gezamenlijke taak en organiseerden voor het eerst een nascholing voor dierenartsen én huisartsen met als thema: ‘Een gezonde relatie tussen mens en dier.’

Paul Overgaauw, dierenarts specialist Veterinaire Microbiologie en erkend parasitoloog, werkzaam bij het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) van de faculteit Diergeneeskunde, ging in op de veranderde manier waarop er tegenwoordig met huisdieren wordt omgegaan en de gevaren daarbij. De omgang met huisdieren kent namelijk ook negatieve effecten. Uit het onderzoek ‘Zoönotic risks of sleeping with pets’ blijkt dat het bed delen met een huisdier risico oplevert op de overdracht van schimmels, vachtmijten, enterobacteriaceae en vlooien. De trend om je in je gezicht te laten likken door je kat kan uitmonden in een infectie met Bartonella henselae, een ziekte die je dus niet alleen door een kattenkrab kunt oplopen. De trend om je hond te voeren met rauw vlees, levert ook infectierisico’s op voor de mens. Zo kan een hond tot negen dagen na het eten van een besmette voeding salmonellabacteriën blijven uitscheiden. De meest relevante zoönose in Nederland blijkt echter Toxoplasmose te zijn. Zand onder speeltoestellen en in zandbakken blijken vergeven van de oöcysten.

Hygiëne

Direct of indirect contact met huisdieren kan dus gevaar opleveren voor de mens. Met name bij personen met een verminderde immuniteit zoals de YOPI’s – (the young, old, pregnant and immunosuppressed). Hygiëne blijft het belangrijkste als het gaat om een gezonde omgang met je dier. “Natuurlijk hoef je niet iedere keer je handen te wassen als je de hond hebt geaaid,” zegt Paul Overgaauw, “maar in ieder geval wel voordat je iets eet of eten gaat bereiden. Laat je daarnaast niet in het gezicht likken, houd die kat van het aanrecht en de hond uit je bed!” Verantwoord huisdierenbezit, met aandacht voor algemene hygiënemaatregelen, zowel binnenshuis als buitenshuis én maatregelen voor het gezond houden van het huisdier draagt zo bij aan een écht gezonde relatie tussen mens en dier.

Leptospirose bij honden en katten

Professor dr. Katrin Hartmann van de Ludwig Maximillian Universiteit in München vertelde over leptospirose bij de hond én de kat. Leptospirose komt wereldwijd bij de meeste zoogdieren voor. Klinische leptospirose komt voor bij honden, maar lijkt zeldzaam bij katten. Katten kunnen wel, net als honden, leptospiren uitscheiden in de urine. Mensen kunnen hiervan behoorlijk ziek worden. De bestrijding van leptospirose is daarom niet alleen vanuit diergeneeskundig perspectief maar ook vanuit het perspectief van de volksgezondheid belangrijk. Al in 1933 beschreef Klarenbeek dat honden gastheren van pathogene leptospirosebacteriën kunnen zijn. Tot kort waren alleen de serogroepen Canicola en Icterohaemorrhagiae van belang in Europa. Inmiddels komen ook hier andere serogroepen meer en meer voor. De belangrijkste serogroepen zijn nu: Grippotyphosa, Australis, Sejroe, Icterohaemorrhagiae en Canicola. Elke hond, van elk ras, geslacht of leeftijd is gevoelig voor de bacterie en loopt een risico, al komt hij alleen in de eigen tuin. De bacterie komt meer voor in warmere regio’s met veel neerslag. Vorst inactiveert de bacterie. De incubatieperiode ligt tussen een paar dagen tot meer dan twee weken. Elke hond met acute koorts en symptomen van nier- en leverfalen moet worden verdacht van de ziekte. Er bestaat geen duidelijke correlatie tussen de ziektesymptomen en de veroorzakende serovar. Een redelijk nieuw symptoom is LPHS, het ‘Leptospirosis Pulmonary Hemorrhage Syndrome’. Deze longklachten, waarbij dyspnoe en longbloedingen op de voorgrond staan, worden de laatste jaren regelmatig gezien in Zwitserland en in het noorden en oosten van Duitsland bij besmette honden. Behandeling van een zieke hond dient bij voorkeur in een kliniek plaats te vinden. De prognose is goed indien agressieve therapie ingezet kan worden en zou nog beter zijn als nierdialyse mogelijk zou zijn. Bij honden met LPHS is de prognose gereserveerd, slechts een derde van deze patiënten overleeft dit uiteindelijk.

Vaccinatie van honden tegen leptospirose blijft belangrijk en geeft niet alleen bescherming tegen ziektesymptomen, maar voorkomt ook uitscheiding van de bacterie. Het is belangrijk dat een vaccin gebruikt wordt dat tegen zoveel mogelijk relevante serovars werkt.
Deze vaccinatie dient ieder jaar herhaald te worden. Het toenemende aantal humane gevallen van leptospirose in bijvoorbeeld Duitsland is gedeeltelijk te wijten aan de toename van het aantal ratten maar ook door de heropleving van leptospirose bij honden. Hoewel bij katten hoge antilichaamtiters tegen leptospirose kunnen worden gevonden, wordt zelden melding gemaakt van ziekte bij katten. In het Verenigd Koninkrijk werd recent echter een uitbraak gemeld. Belangrijker nog dan ziekte door leptospirose is de uitscheiding van de bacterie in de urine. Diverse onderzoeken tonen aan dat dit zelfs bij gezonde katten plaatsvindt. Bij katten met chronische nierproblemen (CKD) is de uitscheiding van de bacterie significant hoger. Verder onderzoek moet uitwijzen of dat bij de laatsten oorzaak of gevolg is. Zeker is in ieder geval dat katten in hogere mate leptospiren uitscheiden dan honden. Dit levert voor de mens een risico op. Het is daarom voor iedereen, jong of oud, man of vrouw, zwanger of niet, altijd aan te raden de kattenbak te verschonen mét handschoenen.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen