Opinie: Cameratoezicht in slachthuizen

Op 4 april schreef ik een artikel in de Volkskrant en het Nederlands Dagblad over cameratoezicht in alle slachthuizen. De krantenredacties hebben echter geknipt in alinea’s die ik u alsnog wil laten lezen. Bovendien staan in het TvD van juli 2017 oproepen tot een duurzame en verantwoorde omgang met dieren. Het Center for Sustainable Animal Stewardship (CenSaS) wil bijdragen aan een constructieve dialoog over diervraagstukken. En de Caring Vets stellen de (intensieve) veehouderij ter discussie en willen dat dierenartsen zich duidelijker profileren als belangenbe- hartigers van het dierenwelzijn. Door het welzijn van slachtdieren aan de orde te stellen hoop ik bij te dragen aan deze dialoog en het dierenwelzijn van slachtdieren te verbeteren. Op de website van het TvD kunt u het oorspronkelijke artikel terugvinden. Hierna volgt wat er uitgeknipt was, met een paar kleine aanpassingen omwille van de actualiteit.

In het slachthuis gelden dierenwelzijnseisen uit Verordening EG nr.1099/2009. Is aantoonbaar dat slachthuizen zelf controleren dat de regels door hun personeel worden nageleefd? Doet de dierenwelzijnsfunctionaris van het slachthuis zijn werk en krijgt hij de ruimte van het management om maatregelen ter verbetering te nemen? Worden incidenten vastgelegd, gemeld aan het management én aan de NVWA? De verantwoordelijkheid voor het dierenwelzijn ligt dus bij het slachthuis en de NVWA houdt toezicht op de bedrijfscontroles. Dit systeem functioneert in grote lijnen.

 

Systematisch reflecteren

Maar misstanden komen desondanks voor. Dat komt naar mijn overtuiging omdat de wettelijke regels niet ingebed zijn in een systeem van daar op aansluitende normen en waarden dat het gedrag van betrokkenen in de vee en vleesindustrie bepaalt. Dan gaat het over ethiek. Systematisch reflecteren op juist handelen gebeurt veel te weinig, maar is wél nodig. Want dierenwelzijn is een waarde. Een goed dierenwelzijn is nastrevenswaardig, maar deze waarde delft in de slachthuispraktijk vaak het onderspit.

Beschikken toezichthouders over de juiste normen en waarden om het dierenwelzijn effectief te bewaken en te verbeteren? Draagt de NVWA richtinggevende normen en waarden uit?

Toezichthouders van de NVWA functioneren in een complex speelveld. Menigeen zet zich in voor dierenwelzijn en handhaaft correct bij overtredingen, maar zij vervullen veel verschillende taken in het slachthuis en zien hun rol in gedragsverandering als beperkt. Die rol valt of staat bovendien met hoe iedere toezichthouder als individu zelf dierenwelzijn waardeert. Niet elke toezichthouder neemt vanuit zijn achtergrond en eerder werk hetzelfde waardenpakket mee in zijn taak als toezichthouder. Ook botst goed dierenwelzijn soms met de eisen voor volksgezondheid of voedselveiligheid. Tenslotte moet een toezichthouder stevig in zijn schoenen staan om impopulaire maatregelen te nemen zoals een bestuurlijke boete opleggen, het slachttempo vertragen of stopzetten; wettelijke instrumenten die er wél zijn. Hij moet uitstekend kunnen communiceren en draagvlak  creëren voor verbeteringen. Niet elke toezichthouder is daar goed in. Hij of zij staat er bovendien vaak alleen voor, in tegenstelling tot de periode voor 2006, toen de veterinair onderdeel was van een heel keuringsteam. Tezamen vormden zij een blok, indien nodig, tegenover het slachthuismanagement. Sinds de overgang van de keuring naar KDS is de positie van de toezichthouder lastiger en kwetsbaarder geworden.

Bij de NVWA krijgt een nieuwe toezichthouder een brede opleiding. Aan dierenwelzijn in slacht- huizen wordt echter maar één dag besteed. Onvoldoende om ook ethisch handelen en kritisch reflecteren op het eigen handelen in dit werkveld aan te leren. Ook zijn er geen NVWA-normen en -waarden over dierenwelzijn geformuleerd waarop men kan terugvallen. In het blad Veearts stond afgelopen jaar hoeveel moeite de NVWA heeft om dierenartsen aan te trekken. Toezichthouder worden in een slachthuis is niet waar je dierenarts voor wordt, dus als er voldoende banen zijn in de praktijk ga je niet in een slachthuis werken! Terwijl daar belangrijk werk ligt.

 

Landbouwhuisdierenpractici

Degenen die wel toezichthouder worden, hebben vaak gewerkt als landbouwhuisdierenpracticus. In de varkenssector betekent dat de harde dagelijkse werkelijkheid van hoge biggensterfte en nutsingrepen als staart couperen (TvD, februari 2017, blz 33). Zullen ze in slachthuizen het dierenwelzijn als speerpunt zien?

Worden ze daarbij geholpen door de KNMvD? De KNMvD is verdeeld in vakgroepen. Binnen elke groep wordt hard gewerkt aan professionaliteit van de dierenarts en optimaliseren van de diergezondheid, maar de cultuur lijkt naar binnen gericht. Ze moet alle ‘bloedgroepen’ zich verenigen en hen naar buiten vertegenwoordigen, maar stelt zich daarbij volgend op ten opzichte van de agrarische sector. Dat leidt tot halfslachtige compromissen. Bijvoorbeeld het Standpunt pijnbestrijding bij lichamelijke ingrepen uit 2014: “De KNMvD vindt het streven naar een duurzame veehouderij, die nutsingrepen overbodig maakt, van groot belang maar erkent dat dit tijd kost …”

De Code voor de dierenarts 2010 legt hoofd- lijnen vast voor beroepsmatig handelen van dierenartsen, maar biedt geen houvast aan een dierenarts die als toezichthouder werkt. Hoe om te gaan met belangenconflicten tussen dieren- welzijn, volksgezondheid, voedselveiligheid en economie? Hoe moet een dierenarts zijn rol als advocaat voor het dier (in het slachthuis) op zich nemen? Wat zijn goede voorbeelden?

En, in de ruime context van de hele maatschappij: welke dierenartsen denken kritisch na over het huidige gebruik van dieren of hun bejegening? Wetende dat veel dieren géén goed leven hebben, dat de vee-industrie roofbouw op de aarde pleegt en dat de klimaatdoelstellingen niet gehaald worden zonder grote in koerswijzigingen. Een visie dáárover, voor de korte én voor de langere termijn, ontbreekt en is een uitdaging waar een uitgebreide dialoog een aanzet toe kan geven.

 

Geen oplossing

Inmiddels is besloten dat cameratoezicht in alle slachthuizen er daadwerkelijk komt. Waarom schreef ik dat cameratoezicht ‘slachthuisproblemen’ niet gaat oplossen? Omdat de huidige cultuur in de vee en vleesindustrie de achtergronden van misstanden niet aanpakt. Illustratief is de reactie van de voorzitter van de vereniging van slachterijen Frans Wouters die denkt dat ”cameratoezicht op afstand kan leiden tot kostenbesparing”. Herkent u de waarde- economie? Dan kan hij met minder fysiek toezicht toe. Nee, cameratoezicht alleen zal niet tot verbetering leiden. Wat dan wel?

Een paar tips: correct naleven van wettelijke regels door slachthuisexploitanten impliceert registratie van dierenwelzijnproblemen in plaats van ze te verdoezelen, en ze ook oplossen zodat ze niet herhaald worden (adequate procesbeheersing).

Dierenartsen die dierenwelzijn hoog in het vaandel hebben, meld je aan als toezichthouder, wordt een echte advocaat voor het dier. Veel van jullie maken het verschil. KNMvD, sta daadwerkelijk op de bres voor dierenwelzijn en geef in een visie aan waar dierenartsen naar toe kunnen werken.

NVWA, geef meer dan nu openheid van zaken, ook over problemen die toezichthouders op de werkvloer tegenkomen en school je medewerkers in het aanpakken van ethische knelpunten.

Ministerie van Economische zaken en politiek investeer in goed en onafhankelijk toezicht en denk na of de huidige kostentoedeling van het toezicht voor de slachthuizen wel zo’n goed idee is. Hoge BTW invoeren op vlees levert mogelijk voldoende op om het toezicht te betalen.

Elk slachtdier is ons aller respect waard, maar krijgt het niet. Dierenwelzijn is nu nog vaak ondergeschikt aan andere waarden. Ik heb ondanks dat ik mijn werk belangrijk en zinvol vond, me vaak geschaamd voor wat we dieren aandoen.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen