Paarse krokodillen en papieren tijgers

Tekst Sophie Deleu illustratie Henk Vrieselaar

De regeldruk in de veterinaire professie neemt toe. Wettelijke verplichtingen waren er altijd al, zeker in de landbouwhuisdierensector. En met kwaliteitsborging, verzekeringen en ketenvorming doen protocollen, formulieren en administratieve verplichtingen hun intrede. Ook de gezelschapsdierensector moet eraan geloven. De humane collega’s hebben er daarentegen juist nu de buik van vol. Sommige zorgprofessionals besteden meer dan 40 procent van hun tijd aan het invullen van lijstjes. Het succesvolle initiatief van het huisartsenactiecomité ‘Het roer moet om’ en de VvAA over regels binnen de zorg, heeft geleid tot de ‘schrapweken’. Inmiddels zijn 62 overbodige regels aangeboden aan VWS.

Het is voor veel dierenartsen een schrikbeeld: de (huis)arts die tijdens het consult vooral bezig is met typen. Het is ook een realistisch beeld; de humane gezondheidszorg is volledig dichtgeslibd met administratie. En dat is niet alleen geestdodend, het is een groot maatschappelijk probleem. Want 1 minuut gezamenlijke administratie is becijferd op 1,9 miljoen euro. En dat gemiddeld 40 procent van de beschikbare tijd … geen wonder dat zelfs het ministerie van VWS een schrapteam heeft opgericht!
Moet de dierenarts ook vrezen voor ‘ontzieling’, zoals de huisartsen hun noodkreet formuleerden? En zo ja, hoe is dit dan te voorkomen? Wat te doen tegen de oprukkende papieren tijgers en paarse krokodillen? We vragen het Merel Langelaar, Christianne Bruschke, Wouter Dhert, Robert Favier, Brigitte Cornelissen, Erwin Hoogland, Maarten Boswinkel en Tjerk Bosje.

Toenemende regeldruk

Bij dierenartsen is het niet zó erg, vinden de gesprekspartners. Toch neemt de regeldruk toe. In de landbouwhuisdierensector vooral vanwege voedselveiligheid en volksgezondheid. En bij de paarden vanwege de eisen van verzekeraars. In de gezelschapsdierensector werkt ketenvorming protocollering –en dus vastlegging van gegevens– in de hand. Het kan immers niet zo zijn dat dier A bij aandoening B bij praktijk C een geheel andere behandeling krijgt dan bij praktijk D. Per keten of groep gelden dus nadere afspraken. Dat heeft de ketenvorming in de landbouwhuisdieren laten zien. Bovendien zijn dierenartsenpraktijken tegenwoordig complexe ondernemingen met een flinke ‘back office’. “Een groeiende organisatie vraagt om meer overleg,” lacht Bosje die werkzaam is bij een keten. “Mijn bedrijfsprocessen waren voorheen erg ‘lean’ georganiseerd om het modern uit te drukken. Maar een gezamenlijke aanpak en uitstraling vragen om regels en afspraken.”

Nuttige regels

Kortom, het ligt genuanceerd. Bruschke legt uit: het staat iedere private partij vrij om regels te stellen uit oogpunt van klanttevredenheid of productkwaliteit. Maar vooral landbouwhuisdierenpractici zijn medeverantwoordelijk voor humane voedselveiligheid en moeten daarom ook voldoen aan een aantal wettelijke afspraken, onder toezicht van de NVWA -waar overigens een groot aantal dierenartsen werkzaam is. Nu is het wel een goede gewoonte stakeholders te raadplegen bij het opstellen van uitvoerbare regels. En verder is het natuurlijk belangrijk om te evalueren. “We moeten ook niet bang zijn om een regel weer af te schaffen,” aldus de Chief Veterinary Officer. “Maar het zou naïef zijn te denken dat we de dierenarts kunnen vrijwaren van administratieve verplichtingen.” Het terugdringen van het antibioticagebruik bijvoorbeeld, of het vroegtijdig opsporen van aviaire influenza, vraagt om een opgelegde aanpak. “Tijdens de grote dierziektecrises riep iedereen: dat nooit weer. Dus dat soort zaken regelen we zo goed mogelijk.” Het is wel een opsteker dat het antibioticabeleid, met alle administratie van dien, zijn vruchten afwerpt.

Pietluttig en tegenstrijdig

Hoogland is het met haar eens: “Elke dierenarts begrijpt dat hij aan regels moet voldoen. Het diploma geeft rechten, dus ook plichten!” Maar af en toe gaat het mis. “Regels moeten een doel dienen en liefst uitnodigen tot verbetering. Maar soms is het doel niet duidelijk, of de regels zijn tegenstrijdig. Of er wordt gecontroleerd op naleving naar de letter.” Daarom heeft de KNMvD een ‘meldpunt NVWA’ ingericht. “Als dierenartsen het gevoel hebben dat ze worden afgerekend, in plaats van aangesproken, dan treden wij meteen in overleg met de collega’s bij de NVWA. Goed toezicht is in ons gezamenlijk belang; niemand is erop uit elkaar te plagen. Ook kwaliteitseisen moeten helder zijn.
Vooral met betrekking tot de positie van de dierenarts in de keten. “We hebben wel geleerd van onze fouten,” legt Hoogland uit. “In het verleden lieten we ons de pet van controleur aanmeten, terwijl dat onze rol niet is.” Kwaliteit vraagt een kwetsbare attitude: fouten opsporen en verbeteringen invoeren. Dat rijmt niet met lijstjes afvinken.

Trechter van verdunning

De VvAA heeft er samen met de Argumentenfabriek in het kader van ‘(ont)regel de zorg’ iets op gevonden: de trechter van verdunning. Hiermee worden alle regels langs drie filters gehaald. Eerst wordt bekeken of een regel noodzakelijk is. Dan of het gewenste effect wordt gesorteerd. En tenslotte of de kosten wel opwegen tegen de baten. Het klinkt verbluffend simpel. Maar de toepassing is ingewikkeld. Want degene die de regel noodzakelijk vindt, is niet altijd degene die er last van heeft, of die de kosten draagt. Daarom heeft de VvAA samen met de beroepsbeoefenaren ‘schrapsessies’ georganiseerd met alle belanghebbenden in één hok. Bijvoorbeeld apothekers, verzekeraars én VWS. De verschillende perspectieven leverden verrassende inzichten op. Zo weet van sommige regels niemand meer wie ze ooit heeft ingesteld. Ook zijn er regels afgeschaft, die nog altijd worden nageleefd. Cornelissen benadrukt dat ‘(ont)regel de zorg’ vooral betrekking heeft op zinloze regels. Of op dubbel werk, zoals invoeren van gegevens die al ergens vastliggen. “Alles moet van iedereen,” vertelt ze. “Apothekers hebben bijvoorbeeld te maken met zóveel complexe regels, dat het verstrekken van een geneesmiddel soms berust op professionele ongehoorzaamheid.”

Wie schijft het voor?

De veterinaire apotheek is overzichtelijker, maar Bruschke geeft toe dat de wetgeving ook tegenstrijdigheden kent. En Langelaar brengt ‘de natte handtekening’ in herinnering; een voorwaarde voor rechtsgeldigheid die digitalisering onmogelijk maakt. Dat brengt ons op de kwaliteit van de regels zelf. Idealiter dragen ze bij aan de bedoeling: patiënten genezen, de veestapel gezond houden. Maar als er geld mee gemoeid is, prevaleren andere belangen. Boswinkel herkent dit: “Bij verzekerde paarden bepaalt de verzekeraar welke dierenarts bepaalde behandelingen mag toepassen. Het wordt dus belangrijk om op ‘de lijst’ te staan.” Verzekeraars zijn echter vooral geïnteresseerd in het beheersbaar houden van de kosten. “En daardoor gaat het keuren van een paard gepaard met een rompslomp die veterinair gezien weinig toevoegt,” aldus Boswinkel. Hij is zeker niet tegen verzekeren, maar kijkt met enige afgunst naar Groot-Brittannië, waar de kosten beter opwegen tegen de baten. “Dan kan er meer worden geïnvesteerd in kwaliteit.”

Handschoen oppakken

Hoe verder de belanghebbende van de praktijk af staat, hoe groter de kans dat de regels een eigen leven gaan leiden. Dhert betwijfelt of de regulering in de diergeneeskunde in die zin is doorgeslagen: “Of is er sprake van onvermijdelijke weerstand vroeg in het proces van regulering?” In de humane gezondheidszorg kent regulering immers al een geschiedenis van enkele decennia. “Ik denk dat in het veterinaire veld veel regels en richtlijnen nog gemaakt moeten worden,” legt hij uit. Daarbij vindt hij het belangrijk dat de dierenartsen aan de bal blijven. Zo zijn er betere behandelrichtlijnen en zijn er eisen aan ervaring van zorgprofessionals. “Als de samenleving vraagt om transparantie en verantwoording, loop je natuurlijk ook het risico op een keurslijf. Maar als je de handschoen niet oppakt, sta je buitenspel als beroepsgroep.” Langelaar is het met hem eens. “Misschien zitten we wel in de goede fase van regulering om het stuur te grijpen. Er is in de diergeneeskunde nog ruimte om de regels vorm te geven.” Dit geldt zowel voor wettelijke regels, als private kwaliteitseisen. Zo is ketenvorming een betrekkelijk jong fenomeen. En de invloed van de industrie en verzekeraars is te overzien.

Gedoe eromheen

Favier heeft wel bedenkingen. Hij vraagt zich af of de dierenarts wel genoeg interesse kan opbrengen voor ‘het gedoe er omheen’. Zijn groep neemt zijn dierenartsen veel administratie uit handen. Dat wordt gezien als een pluspunt. En uit eigen ervaring weet hij dat wetskennis niet het grootste interessegebied was tijdens de studie. Hij is zich er pas recent in gaan verdiepen. Favier geeft Bruschke volmondig gelijk dat de dierenarts niet ‘wegkomt’ met ‘dat wist ik niet’ als er een dispuut ontstaat omtrent zijn wettelijke bevoegdheden. Maar er is zijns inziens toch sprake van een witte vlek in het blikveld van de dierenarts. Bosje is het met hem eens: “Bijna iedere waarschuwing van het Tuchtcollege omhelst dat de dierenarts zaken zorgvuldiger moet vastleggen en dat hij beter moet communiceren. Met andere woorden, de zaken eromheen zijn cruciaal.” Favier mist ook zelfbewustzijn bij de dierenarts: “Wie ben ik, wat kan ik en wat mag ik? Vragen die belangrijk zijn als je aan de bal wilt blijven bij de ontwikkeling van kwaliteit.”

Interesse loont

Langelaar denkt dat de KNMvD – als vereniging van professionals – hierin een bepalende rol speelt. “Hoewel het vrije-jongens-gevoel diep zit”, lacht ze. Dhert vindt het ook belangrijk: “Het zijn academici met een eigen mening, gelukkig. Maar een vrije geest schept een brede verantwoordelijkheid.” Boswinkel weet zeker dat er winst te behalen is. Paardendierenartsen willen de administratie rond de toediening van medicatie verminderen. “Nu moeten we vastleggen dat een paard niet wordt geslacht. Verreweg de meeste eigenaren zien daarvan af. Ik zou het willen omdraaien: een paard is niet voor consumptie, tenzij… Dat scheelt ons veel werk op momenten dat het aantikt: tijdens de nachtdiensten.”
De meeste regels moeten dus niet worden geschrapt, maar verbeterd. Een taak van de KNMvD, maar ook een zorg. Bosje: “We hebben een betrouwbare reputatie hoog te houden. Dat kan niet zonder regels. Maar dierenartsen werken over het algemeen hard, soms 24/7. Het is dus belangrijk om de administratie tot een minimum te beperken.” Cornelissen: “Daarom kom ik toch weer met de trechter van verdunning! Als je consequent de filters hanteert, heb je weer tijd voor je passie!” En
daar hebben paarse krokodillen en papieren tijgers niet van terug.

Aan dit artikel werkten mee:
Merel Langelaar, voorzitter KNMvD
Christianne Bruschke, Chief Veterinary Officer
Wouter Dhert, decaan Faculteit der Diergeneeskunde

 

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen