Paul Sutmöller, een gedreven veterinair en onderzoeker (1925 – 2019)

Op 4 januari jongstleden is Paul Sutmöller, 94 jaar oud na een langdurig ziekbed overleden. Hij woonde in Ede, samen met zijn partner Liesbeth Schröder. Als dierenarts heeft hij zijn sporen vooral in het buitenland verdiend. Paul was in 1925 in Amsterdam geboren. In 1944 ging hij Diergeneeskunde studeren. Hij kreeg aanvankelijk – clandestien – colleges in de Hortus in Amsterdam, maar studeerde
in 1950 regulier af in Utrecht, waarna hij trouwde met Irma van der Hilst. Ze kregen drie kinderen.

Mond-en-klauwzeer

Als dierenarts begon Paul in Winterswijk op een probleembedrijf met kwakkelend melkvee. Er waren geen symptomen die hij kon thuisbrengen en na de toen gebruikelijke ontsmettingsrituelen vervolgde hij zijn rondje. Dat leidde in de Achterhoek tot een spoor van mond-en-klauwzeer (MKZ). Hij had toen nog geen idee dat deze dierziekte zijn leven zou bepalen.
In 1953 werd Paul ‘hoofd’ van de Veterinaire Dienst op Aruba en in 1956 trok hij naar Brazilië (Belem) voor de FAO. Dat resulteerde in een proefschrift (‘A Study of Mineral Nutrition in Cattle under the Conditions of an Underdeveloped Region’), waarvoor hij in ‘61/62 terugkeerde naar Nederland. Vervolgens ging hij werken in Rio de Janeiro bij het centrale laboratorium van PANAFTOSA, de organisatie van Zuid-Amerikaanse landen, die de bestrijding van de MKZ – de Aftosa – in dat werelddeel ter hand nam. Daar werden de in Brazilië geproduceerde MKZ-vaccins gecontroleerd op voldoende beschermende activiteit. Paul was veel op pad naar Zuid-Amerikaanse landen om de MKZ te bestrijden. Hij heeft veel bijgedragen aan het onder controle brengen van deze dierziekte middels vaccinatieprogramma’s. Dat verkleinde ook de risico’s van insleep van MKZ in Europa via de gigantische vleesimporten uit Zuid-Amerika. Paul was ook actief in het laboratorium in Rio en verdiepte zich in de bij het CDI in Amsterdam ontdekte gevaccineerde ‘immune’ dragers (‘carriers’) van het MKZ-virus: je vond dragers namelijk niet alleen onder ‘doorgeziekte’ runderen, maar ook op sommige van de gevaccineerde bedrijven. Hoewel het virus van de ‘immune’ dragers alleen kon worden gedetecteerd na een intensieve voorbehandeling van het sputum vermoedde men dat ze nieuwe uitbraken konden veroorzaken. Paul zette dat onderzoek in 1966 voort bij het Amerikaanse MKZ-laboratorium op Plum Island (Long Island, NY). Het lukte hem niet te bevestigen dat dragers de veroorzaker van nieuwe uitbraken zouden zijn. Ook zag hij na de bestrijding van uitbraken met goed opgezette vaccinatiecampagnes geen hernieuwde uitbraken. Hij is het risico dat (gevaccineerde) dragers nieuwe uitbraken konden veroorzaken, sterk gaan relativeren. In 1974 keerden Paul en Irma terug naar Rio waar hij tot aan zijn ‘pensioen’ in 1985 hoofd was van het laboratorium van PANAFTOSA. Hij bleef in Rio wonen, Irma was daar in het sociale vlak actief, maar ze hadden ook een ‘pied à terre’ in Richmond in de VS, waar hun kinderen zich hadden gesetteld.

Uitbraak

Na zijn pensionering bleef Paul actief als consultant voor tal van internationale organisaties als de OIE, de FAO en de World Bank en hij was een permanent lid van USHAD. Hij ontwikkelde daarnaast ‘Risk Assessment’-programma’s voor diverse problemen. Irma overleed in 1998 en in 2001 keerde Paul terug naar Nederland. Terug in Nederland viel hij ‘met zijn neus in de boter’: MKZ-uitbraken in het Verenigd Koninkrijk en als gevolg daarvan enkele weken later in Nederland. In het VK was nooit gevaccineerd en op het vasteland van West-Europa was men in 1991 met vaccinatie gestopt. Inmiddels was het dragerverhaal een eigen leven gaan leiden. ‘Vaccination cures the symptoms but not the disease’ was de slogan en de consequenties daarvan werden via het OIE en de EU vastgelegd in regelgeving rond de export van vee en vlees. Als vlees exporterend land werd je extra gestraft als je MKZ-uitbraken middels vaccinatie indamde. Men vergat dat ook bij ‘stamping-out’ een risico bestaat van niet waargenomen ‘stille’ infecties die dragers kunnen opleveren. Het VK bestreed de MKZ via ‘stamping out’ maar zonder succes. De uitbraken duurden ruim een half jaar ten koste van miljoenen dieren en de ziekte waaide over naar Ierland en enkele landen op het continent, waaronder Nederland. Het leidde tot het drama op de Veluwe en bange tijden voor de veetelers in ons land en in buurlanden. Tevens bewezen de Engelsen dat een voortgezette ‘stamping-out’ een groot risico betekent voor de handelspartners. Helaas werd dat aspect niet verwerkt in de regelgeving. Ook dat bij uitbraken op bedrijven waar de ziekte onopgemerkt is gebleven ‘natuurlijke dragers’ kunnen ontstaan, kreeg geen aandacht in de regelgeving. In ons land was de Veterinaire Dienst zo verstandig snel na de eerste uitbraken een ruime ‘ringvaccinatie’ uit te voeren, die bijna de hele Veluwe besloeg. Dat betekende het einde van de epidemie. Toch moesten ook de inmiddels beschermde dieren worden geruimd, wilde Nederland zijn MKZ-vrije status terugkrijgen. In de regelgeving was helaas geen ‘risk assessment’ geïncorporeerd. Ook het relatief kleine aantal van 70.000 stuks gevaccineerd melkvee moest dood. Het was een trieste afloop van wat een succesverhaal leek. Paul en ondergetekende vonden de regelgeving niet te rijmen met wat was waargenomen bij tientallen met vaccinatie bedwongen uitbraken in Europa en Zuid-Amerika. Als duo hebben we ook na de crisis een beleid gepropageerd om bij uitbraken naast de gebruikelijke maatregelen meteen een vaccinatiecampagne te organiseren, waarna – onder bepaalde voorwaarden – geen extra repercussies voor de export zouden gelden. We deden ons best onze inzichten in Nederland, in het VK en verder internationaal over het voetlicht te brengen, maar het bleek onmogelijk aan het inmiddels ontstane geloofssysteem te tornen. Ook een simpele ‘risk assessment’ voor de uitsluiting van export bleek niet gewenst. De door de Engelsen gedomineerde MKZ-scene te laten erkennen dat het veel eenvoudiger had gekund tegen een fractie van de kosten en met veel minder menselijk- en dierenleed was misschien te veel gevraagd. Onze opstelling kostte ons zelfs collegiale vriendschappen. Inmiddels is in Nederland een soort tussenoplossing ontwikkeld waarbij, in lijn met de EU-regelgeving, vaccinatie onder randvoorwaarden zonder verregaande consequenties wordt getolereerd en waarbij het gevaccineerde melkvee niet naar de destructor hoeft. Helaas geldt dan een wat langere exportstop (zie draaiboek MKZ). Paul heeft ook nog bijgedragen aan de oprichting van de European Lifestock Association (ELA) gericht op de belangen van de kleinschalige veehouderij en bijzondere rassen. Hij had een uitgebreid netwerk van bevriende veterinaire kopstukken wereldwijd en was met name actief binnen het OIE in Parijs. Paul zal in de herinnering van velen voortleven als een beminnelijk, toegankelijk en bescheiden mens. We wensen Liesbeth en Paul’s kinderen Nico, Frits en Monique veel sterkte toe bij het verwerken van dit verlies en de leegte die hij achterlaat.

Tekst Simon Barteling

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen