PRRS-virus nog steeds actief in Nederland

Karakteristieken van 27 uitbraken op zeugenbedrijven in de periode 2015 tot 2018

Sinds de introductie van porcine reproductive and respiratory syndrome (PRRS) in Nederland in 1991 is het PRRS-virus (PRRSv) nog steeds aanleiding tot klinische problemen en schade op varkensbedrijven. Dat blijkt uit meldingen die GD ontvangt via de Veekijker. Hieronder een beschrijvend overzicht van enkele bedrijfsgegevens, de klinische bevindingen en de typering van gevonden PRRSv-stammen op 27 bedrijven met ziekteproblemen die toe te schrijven zijn aan PRRSv.

Gegevens over de bedrijven

De bedrijfsomvang van de bedrijven varieerde van tweehonderd tot drieduizend zeugen, op een deel van de bedrijven waren ook vleesvarkens aanwezig. Op vijf bedrijven werden de zeugen niet gevaccineerd (tabel 1). Na de uitbraken hebben vijf bedrijven besloten het management aan te passen, vooral gericht op de interne en externe biosecurity. Zeven bedrijven zijn na de uitbraak overgeschakeld op een ander vaccin of een ander vaccinatieschema. Op 21 zeugenbedrijven is besloten om na de PRRS-uitbraak een virustypering uit te voeren (tabel 1). Voorbeelden van de resultaten van de uitgevoerde fylogenetische analyse zijn weergegeven in figuur 1 en 2. In figuur 1 is een fylogenetische analyse weergegeven waarbij de uitbraakstam vergeleken wordt met andere stammen. Zichtbaar is dat de zwarte bol sterk afwijkt van vaccinstammen en in het buitenland als pathogeen beschouwde stammen (Acro, Lena, Flanders-13). In figuur 2 is de fylogenetische analyse weergegeven waarbij vier stammen, geïsoleerd op één bedrijf over een periode van twee jaar volgend op een PRRS-uitbraak, met elkaar zijn vergeleken. Te zien is dat de vier stammen sterk op elkaar lijken wat wijst op een interne circulatie van hetzelfde virus. De interne biosecurity zal in dit geval aangescherpt moeten worden.

Discussie

Vooral PRRS-uitbraken op zeugenbedrijven zijn aan de Veekijker gemeld. Dit kan mede verklaard worden doordat de symptomen van PRRS onder zeugen duidelijker zijn dan de respiratoire problemen door PRRS bij biggen, opfokvarkens en vleesvarkens. De impact van PRRSv-uitbraken op zeugenbedrijven wordt door de in dit artikel genoemde uitbraken onderschreven. Nieuwenhuis en medeauteurs berekenden in 2011 al dat de schade van uitbraken op zeugenbedrijven gemiddeld 126 euro per aanwezige zeug is (1). Door practici wordt opgemerkt dat de combinatie van PRRS en influenza vaak aan de orde is bij zeugen die ziek zijn, dan wel verwerpen. De exacte rol van Influenza kon echter niet bevestigd worden. In Nederland zijn nog geen aanwijzingen gevonden voor het voorkomen van de Acro-, Lena- of Flanders-13-virusstammen die eerder in respectievelijk Duitsland en Oostenrijk, Wit-Rusland en België gevonden zijn in uitbraken van PRRS, en daar tot grote schade hebben geleid. In Nederland is het inmiddels gebruikelijk om een fylogenetische typering uit te voeren zodat de genetische verwantschap van PRRS-virussen beoordeeld kan worden. Varkenshouders en dierenartsen kunnen daardoor beoordelen of een PRRSv-stam een vaccin- of veldstam is. Bovendien kan beoordeeld worden of een PRRSv-stam nieuw geïntroduceerd is op het bedrijf, of al langer op het bedrijf circuleert. Vooral dat laatste kan de beslissing ondersteunen of de externe dan wel de interne biosecurity aangescherpt moet worden om nieuwe virusintroducties dan wel interne viruscirculatie te voorkomen. In deze inventarisatie werd door vijf bedrijven geconcludeerd dat de interne biosecurity aangescherpt moest worden. Het internationale onderzoek naar PRRS-virussen richt zich nog steeds op vaccins die bescherming kunnen bieden tegen alle in het veld voorkomende virusstammen. Uit de gegevens van deze inventarisatie blijkt dat, wanneer bedrijven een volledig en sluitend uitgevoerd vaccinatie-schema bij zowel zeugen als biggen toepassen, er toch uitbraken van PRRS optreden. Dit bevestigt de bevindingen in de literatuur dat PRRS-vaccins geen sluitende oplossing bieden tegen alle in het veld voorkomende virusstammen (2). Verder richt het internationale onderzoek zich ook op de virusdiversiteit. Het is niet bekend hoeveel variatie in PRRS-virusstammen er in Europa precies is, en in hoeverre recombinatie voorkomt tussen virusstammen in het veld. De eerste onderzoeken van GD op dat gebied wijzen wel in de richting dat recombinatie bij de gevonden stammen voorkomt. Ten slotte bevestigt deze inventarisatie van PRRS-uitbraken dat varkenshouders niet alleen kunnen vertrouwen op vaccinatie als enige preventiemiddel. De inzet van biosecuritymaatregelen om viruscirculatie op het bedrijf tegen te gaan, blijkt nog steeds heel belangrijk te zijn voor de beheersing van PRRS.

Referenties

1. Nieuwenhuis et al., 2012, Economic analysis of outbreaks of porcine reproductive and respiratory syndrome virus in nine sow herds, Veterinary Record 170, 225.
2. Renukaradhya et al., 2015, Live porcine reproductive and respiratory syndrome virus vaccines: Current status and future direction, Vaccine 33 (2015) 4069–4080.

Tekst drs. Tom Duinhof, specialist varkensgezondheid en dr. ir. Jos Dortmans, viroloog, Gezondheidsdienst voor Dieren

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen