Reactie KNMvD op persbericht SDU

Gisteren benaderde een journalist de KNMvD naar aanleiding van een item dat mogelijk wordt gemaakt voor Hart van Nederland (SBS6).

“Het gaat om een verhaal over het risico op complicaties tijdens een narcose voor katten en honden. Die zou veel hoger zijn dan bij een mens, tot wel tweehonderd keer zo hoog volgens een Brits onderzoek. De Specialistische Dierenkliniek Utrecht noemt als oorzaak dat er te weinig specialistische dierenartsen zijn, die de ontwikkelingen op het gebied van anesthesie in het vak verspreiden. Zie het persbericht SDU (ook te vinden op deze site) waarin meer informatie hierover staat. Het beeld dat gecreëerd wordt door de SDU wil ik graag bij jullie neerleggen, om te kijken of dat beeld overeenkomt met jullie visie.”

Hieronder vind je de vragen van de journalist en de antwoorden die wij mede namens het Clusterbestuur Gezelschapsdieren hebben gegeven.
De KNMvD heeft contact met de faculteit Diergeneeskunde om de uitspraken te onderzoeken over de cijfers en de vermeende oorzaak van de complicaties bij narcose van kat en hond. Wij houden je op de hoogte van de ontwikkelingen.

Reactie namens de KNMvD:

 

Herkennen jullie het beeld dat er bij een narcose van kat of hond relatief vaak complicaties optreden?

Nee, dat beeld herkennen we niet. Er zijn geen cijfers beschikbaar van complicaties bij narcose van kat of hond, maar we hebben niet de indruk dat er sprake is van veel complicaties. Als dat wel het geval zou zijn, zouden we meer klachten en tuchtzaken rondom dit onderwerp verwachten.

Wat is volgens jullie de oorzaak daarvan?

Dierenartsen zijn breed opgeleid. Ze krijgen tijdens de opleiding theoretische kennis op het gebied van anesthesiologie (als hoofdvak) en kunnen hun praktische vaardigheden oefenen onder supervisie van een specialist (coschap Anesthesiologie). Zij zijn gedegen genoeg opgeleid om de risico’s van een narcose in te kunnen schatten en of zij deze zelf aankunnen in hun reguliere praktijk of beter kunnen doorverwijzen naar een specialistische kliniek. Bij het zelf uitvoeren van standaard operaties leven de dierenartsen de protocollen na die door de specialisten worden gepropageerd. Bovendien zien wij dat de nascholingen anesthesie, over innovaties, nieuwe inzichten en de classificatie van hoog-risico-patiënten, zeer goed worden bezocht. Zowel door dierenartsen als door paraveterinairen. Omdat het van groot belang is om alert en up-to-date  te zijn als het gaat om het narcotiseren van dieren.

Elke dierenarts weet dat een narcose risico’s met zich meebrengt en zal dus de hoogste voorzichtigheid betrachten en de geldende protocollen naleven. Bij elke inschatting van een narcose wordt rekening gehouden met goede (bewakings)apparatuur, personeel en de eigen vaardigheden en ervaring. Hoog risico patiënten, zoals een benauwde hond met longproblemen of een maagkanteling, kunnen beter af zijn in een gespecialiseerde kliniek met de beste apparatuur en gespecialiseerde artsen met een anesthesioloog. Maar het kan ook een afweging zijn om hier niet naar toe te gaan omdat het transport teveel risico met zich meebrengt of omdat de rekening van een gespecialiseerde kliniek te hoog is voor de eigenaar. In dat geval is het aan de dierenarts om in te schatten of hij/zij de ingreep zelf conform het ‘protocol hoog risico patiënt’ kan uitvoeren, rekening houdend met de inzet van aanwezige apparatuur en personeel.

De oorzaak is volgens de Specialistische Dierenkliniek Utrecht dat er te weinig dierenartsen zijn die gespecialiseerd zijn in narcose/anesthesie, die de ontwikkelingen in het vak verspreiden. Zijn jullie het daarmee eens?

Wij zijn van mening dat de gemiddelde dierenarts over voldoende kennis en vaardigheden bezit om verantwoordelijk en bekwaam met narcose en de bijbehorende risico’s om te gaan. Dit maakt hen echter nog geen specialist. De KNMvD is groot voorstander van het delen van (specialistische) kennis en stimuleert het volgen van bij- en nascholing.

Er mag wat ons betreft wel meer bewustzijn komen bij huisdiereigenaren ten aanzien van de risico’s en mogelijkheden. Zoals in de voorbespreking van geplande ingrepen met narcose. Mensen mogen vragen hoeveel mensen er tijdens de narcose aanwezig zijn, of er een buisje in de keel gaat, of er zuurstof wordt toegediend en hoe het zit met pijnstilling en nazorg.

Behalve onhaalbaar is het volgens ons ook onnodig om te claimen dat een narcose enkel en alleen succesvol kan zijn met de inzet van een specialist anesthesiologie. Op dit punt kunnen we de vergelijking trekken met de humane geneeskunde: laat je een vlekje door de huisarts verwijderen of door de dermatoloog? Beide zijn bevoegd en bekwaam. Wanneer kies je voor de eerste en wanneer voor de tweede lijn? En ben je ervoor verzekerd c.q. kun je je het permitteren? (zie ook de cijfers op p. 69 in het rapport Staat van het Dier)

Is de kennis van ‘gewone’ dierenartsen op het gebied van anesthesie voor honden en katten voldoende, volgens jullie?

Zie het antwoord op vraag 2. Ja, dierenartsen zijn voldoende geëquipeerd om de risico’s van narcose bij een dier in te schatten en daar gepast (volgens protocol) naar te handelen. Wel is het volgen van nascholing cruciaal zodat zij op de hoogte blijven van de meest actuele inzichten en ontwikkelingen.

Als jullie cijfers bijhouden over complicaties tijdens narcoses bij katten en honden en/of over het aantal huisdieren dat onder narcose gaat, zou ik die indien mogelijk graag ontvangen.

Die cijfers hebben we helaas niet.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen