Reiniging en desinfectie, gebruik het juiste product

Reinigen en desinfecteren is een dagelijks terugkerende activiteit in een dierenkliniek. Iedereen is het erover eens dat het goed moet gebeuren. Toch ontbreekt het dierenartsen vaak aan tijd om zich grondig te verdiepen in de keuze van de te gebruiken middelen. En daardoor kan het misgaan. “Wat we in de praktijk vaak tegenkomen, is onwetendheid over regelgeving omtrent biocides in Nederland. Maar dat is wel waarmee je te maken hebt, als je gebruik maakt van desinfectiemiddelen”, vertelt Erwin Holl van Dispovet in Scherpenzeel (Gld.), een bedrijf dat veterinaire producten levert aan dierenartsen.

De afgelopen twee jaar verdiepte Holl zich met zijn collega Norbert Seeger in alles wat er komt kijken bij de reiniging en desinfectie van dierenklinieken. Het duo concludeert dat de kennis hieromtrent vaak tekortschiet. “Reiniging en desinfectie van de kliniek is vaak een ondergeschoven kindje”, aldus Holl. “Dat is heel begrijpelijk want dierenartsen willen het liefst bezig zijn met het beter maken van dieren en doorgaans hebben ze daar al te weinig tijd voor. Maar het is ook zorgelijk. Doordat dierenartsen geen tijd hebben om uit te zoeken hoe het echt zit, gaat het soms verkeerd met de reiniging en desinfectie. Wat we bijvoorbeeld tegenkomen, is dat er producten gebruikt worden die geregistreerd zijn als diergeneesmiddel en niet als desinfectiemiddel. Eigenlijk weet je dan feitelijk niets over de desinfecterende werking.” Holl en Seeger ontdekten ook dat aanbieders van reinigings- en desinfectiemiddelen vaak handig inspelen op het gebrek aan kennis bij hun klanten. “Er worden veel producten aangeboden die in Nederland niet geregistreerd staan als biocide. Soms gaat het zelfs om producten die niet in contact zouden mogen komen met dieren. Iedereen kent bijvoorbeeld Dettol als merknaam van producten die we in huis gebruiken om ons te beschermen tegen bacteriën, ziekten en slechte hygiëne. Maar Dettol is niet geregistreerd als biocide voor professioneel gebruik en daardoor niet geschikt als desinfectiemiddel in de dierenartspraktijk. Als je met dit soort producten de vloer van je dierenkliniek desinfecteert, weet je feitelijk niet hoe effectief het is.” Een bijkomend aspect is dat de regelgeving rond biociden aan het veranderen is. Lees hiervoor ook het kader ‘Alleen toegelaten middelen mag je gebruiken’. Dit betekent onder meer dat over twee jaar alle desinfectiemiddelen die in Nederland gebruikt mogen worden een nieuwe registratie krijgen. Seeger benadrukt het belang van het gebruik van een geregistreerd desinfectiemiddel. “Je weet dan niet alleen dat je een middel gebruikt dat echt werkt, maar ook dat het middel niet schadelijk is voor de mensen die er mee werken en de dieren die in de kliniek verblijven. Alleen al om aan je zorgplicht als dierenarts te voldoen, is het van belang om toegelaten desinfectiemiddelen te gebruiken.” Naar verwachting neemt de komende jaren als gevolg van de aanpassingen van de biocideregelgeving het aanbod van desinfectiemiddelen af.

Werking

Als je kijkt naar de werkzame bestanddelen zijn de meest gebruikte desinfectiemiddelen voor dierenklinieken in vijf groepen op te delen: alcohol, aldehyden, chloor, quaternaire ammoniumverbindingen (quats) en oxiderende stoffen. Seeger: “De ideale werkzame stof schakelt zowel virussen, sporen, schimmels en bacteriën uit. Maar helaas is die er niet. Aan bijna alle werkzame stoffen kleven minpunten. Zo is bekend dat veelvuldig gebruik van quats kan leiden tot resistente bacteriën. Op grond van alle beschikbare kennis concluderen wij dat een oxiderende formule op basis van waterstofperoxide met perazijnzuur (PAA) als werkzame stof de meeste mogelijkheden biedt. Zowel voor reiniging als voor desinfectie. In een reinigingsmiddel heeft waterstofperoxide in tegenstelling tot zeep het voordeel dat er geen biofilm ontstaat. Naspoelen met water is daardoor niet nodig. Als desinfectiemiddel heeft waterstofperoxide met PAA een breed werkingsspectrum. Een beruchte kiem in dierenklinieken is bijvoorbeeld het parvovirus. Die kun je met waterstofperoxide met PAA doeltreffend uitschakelen.”

Tekst Berrie Klein Swormink – Foto Shutterstock, Santypan

Alleen toegelaten middelen mag je gebruiken

In Nederland regelt de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden de toelating van desinfectiemiddelen. De wet stelt ook regels voor het gebruik van en de omgang met deze middelen. De Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden verbiedt elk middel, tenzij het uitdrukkelijk is toegestaan. Om in het bezit te komen van een toelating, moet een producent van een desinfectiemiddel bewijzen dat het middel effectief en veilig is voor mens en milieu. Bij de toelating hoort een wettelijk gebruiksvoorschrift waarin staat voor welke doeleinden het middel mag worden gebruikt. Sinds najaar 2013 is er op Europees niveau de Biocidenverordening (EU) 528/2012. Deze verordening, waaraan de nationale regelgeving stapsgewijs wordt aangepast, maakt het mogelijk biociden in een keer tot de hele Europese Unie toe te laten. Dit is vanaf 2020 het geval.

Kijk voor toegelaten middelen en
meer informatie op www.ctbg.nl.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen