De Nederlandse diergeneeskunde staat op een kantelpunt. Wat jarenlang goed werkte, schuurt steeds vaker in de praktijk. Dierenartsen ervaren hoge werkdruk, maatschappelijke verwachtingen nemen toe en de complexiteit van het vak groeit. Tegelijkertijd klinkt binnen de sector, maar ook bij de overheid, al langer dezelfde constatering: de manier waarop de beroepsgroep georganiseerd is, past niet langer bij deze tijd.