Smart data zal verhoudingen in diergeneeskunde veranderen

Computers zijn in staat met sensoren grote hoeveelheden gegevens te verzamelen. Teveel voor mensen om te analyseren. Dus worden algoritmes ingezet om patronen in de data te herkennen. Ze kunnen bijvoorbeeld aangeven dat de dieren in een stal te weinig eten of te dicht op elkaar staan. Deze techniek zal ook in de diergeneeskundige sector tot veranderingen leiden. Het Tijdschrift voor Diergeneeskunde sprak over de kansen en uitdagingen met dr. ir. Melanie Peters, directeur van het Rathenau Instituut in Den Haag.

Digitale gegevensverzameling en -analyse kan tot grote verbeteringen leiden in de landbouwsector. Professor Rudy Rabbinge in Wageningen onderzocht bijvoorbeeld geïntegreerde plaagbestrijding bij planten, vertelt Peters. “Hierbij kijk je hoe je bestrijdingsmiddelen kunt toepassen op dat moment dat ze het meest effectief zijn. Ziekteverwekkers maken een cyclus door. Op bepaalde momenten zijn ze gevoelig. In andere stadia niet. Met behulp van digitalisering zijn deze stadia vast te stellen. Als je op de juiste momenten behandelt, kun je met minder bestrijdingsmiddelen toe. Als je dit kunt toepassen bij dieren, zijn er minder antibiotica nodig.” Dierenartsen kunnen de analyse van data toepassen in hun rol van adviseur, meent Peters. “De dierenarts kan met behulp van de meetgegevens beter uitleggen waarom ontwikkelingen hebben plaatsgevonden, bijvoorbeeld: ‘Kijk, je had dit probleem, omdat toen en toen de vochtigheid te groot was’.” Ook in praktisch opzicht biedt de monitoring van meetgegevens voordelen. “Omdat je de gegevens van een afstand kunt uitlezen hoef je als dierenarts minder vaak je bed uit en kun je meer van thuis uit regelen. Ook worden bedrijfsbezoeken efficiënter als je van te voren al naar de data kunt kijken.”

Risico’s

Peters waarschuwt echter dat aan het gebruik van digitale gegevens ook risico’s kleven. “Data kunnen op straat komen te liggen, je kunt gehackt worden en je kunt er de verkeerde conclusies uit trekken.” Verder kan vertrouwen op algoritmes leiden tot ‘de-skilling’: “De boer hoeft zelf geen inschatting meer te maken, maar kan op de data afgaan. Het gevolg is dat het handelen van de boer gedicteerd door analyse van de data – data die in handen is van bedrijven en niet van hem- of haarzelf.” ‘Smart data’ kan voor andere doeleinden worden ingezet dan dierenwelzijn en een duurzame dierhouderij. Met behulp van nauwkeurige meetgegevens is het ook mogelijk juist meer op het randje met dieren om te gaan. “Je kunt dan de productie tot het uiterste rekken”, suggereert Peters, “bijvoorbeeld door een eendagshaantje in plaats van na zes weken al na vijf en een halve week slachtklaar te hebben. Op deze manier loop je echter meer kans op welzijnsproblematiek.” De vraag is wie de koers zal gaan bepalen. Bedrijven zien wel mogelijkheden in de dataverwerking. Zo heeft Bayer Monsanto gekocht, samen met de data-analyse die zorgt dat bestrijdingsmiddelen op de juiste momenten worden toegepast. Volgens Bayer gaat het om zoveel gegevens dat de boer die nooit zelf kan analyseren. Peters: “De data worden echter gegenereerd op de boerderij. Zijn de gegevens dan het eigendom van de boer of van het bedrijf?” Op dezelfde manier wordt in de melkveehouderij gewerkt aan een ‘dashboard’ waarmee op de boerderij al bepaald kan worden welke melk mogelijk besmet is voordat die in de tanken terecht komt. “Maar wie bepaalt of melk wel of niet geleverd kan worden?” Peters is stellig:

Revolutie

Wat vaststaat, is dat door de data-analyse het beroep van dierenarts en dat van boer zal veranderen. “In de humane geneeskunde zagen we dat het programma ‘Watson’ beter huidkanker kon vaststellen dan de arts. De patiënt kan het bovendien zelf gebruiken. Hij gaat vervolgens met de gegevens naar de arts, die de nodige context kan verlenen en kan adviseren over het vervolgtraject. Net zo zullen de verhoudingen in de diergeneeskundige sector veranderen.” Niet alleen in de landbouw trouwens – er komen steeds meer producten op de markt die gegevens van gezelschapsdieren verzamelen. Peters wijst erop dat onze beschaving andere technologische revoluties ook heeft doorstaan. “De introductie van antibiotica leidde tot een grote aanpassing van de veehouderij. Plotseling was intensieve productie mogelijk. Nu moet er minder antibiotica worden gebruikt en verandert het systeem opnieuw.” Bij nieuwe technieken, zoals de introductie van de stoommachine, geldt dat het meestal lang duurt voor ze daadwerkelijk in de praktijk iets opleveren. Er vindt vervolgens altijd een sociale disruptie plaats. Zo ontstaan volgens Peters andere verdienmodellen. “Eerst hielpen kinderen bij hun ouders thuis. Opeens moesten ze in de fabriek werken terwijl de ouders werkloos thuis zaten. Dat moet je gaan regelen, bijvoorbeeld door wetgeving tegen kinderarbeid.” Ten derde ontstaat er bij zo’n omwenteling altijd behoefte aan nieuwe deskundigheid. “Toen de elektriciteitsnetwerken hun intrede deden kwamen er ook ingenieursopleidingen.” Zo zullen ook dierenartsen zich moeten omscholen om in de nieuwe werkelijkheid te functioneren.

Bezinning

Melanie Peters pleit ervoor dat dierenartsen nadenken over ‘smart data’ – als individu die bij een specifieke boer langs moet, maar ook als collectief. “De beroepsgroep moet nagaan welke toepassingen van de nieuwe technologie wel toelaatbaar zijn en welke niet, en wie er gaat besluiten over het welzijn van dieren.” Dat wil niet zeggen dat dierenartsen opeens informatica moeten gaan studeren. “Ga uit van je eigen vak. Waar sta je voor als dierenarts, hoe kan je dat nu blijven toepassen? Kijk hoe je de waarden die voor jou belangrijk zijn, in deze nieuwe situatie kunt vormgeven. Maar wacht niet te lang met deze reflectie. De ontwikkelingen gaan snel.” In volgende artikelen in dit tijdschrift wordt nader ingegaan op hoe dierenartsen al aan de slag zijn met deze technologie en welke uitdagingen er nog liggen.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen