Stageovereenkomst of arbeidsovereenkomst?

Bijna elke praktijk heeft regelmatig stagiaires over de vloer. Fijn voor de leerlingen/studenten die op deze manier kennis kunnen maken met het ‘echte’ (werkzame) leven. Heel soms levert het ineens veel ellende op en stapt een stagiair naar de rechter, omdat hij vindt dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst met alle bijkomende verplichtingen. In dit artikel proberen wij u een beeld te schetsen van de verschillen tussen de stageovereenkomst en de arbeidsovereenkomst en waar u dus op moet letten als u een stagiair wilt begeleiden.

Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst?

Het Burgerlijk Wetboek geeft in boek 7 in artikel 610 lid 1 een definitie van de arbeidsovereenkomst: “De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.” Duidelijk toch? Helaas, zo simpel is het niet. Want of tussen partijen al dan niet een arbeidsovereenkomst bestaat, wordt naar vaste jurisprudentie bepaald door hetgeen hen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven. En daar schuilt dan soms ineens het ‘probleem’: die omstandigheden van het geval waar het in het recht telkens weer over gaat … Arbeid, loon en gezag zijn de elementen van een arbeidsovereenkomst. Maar als er sprake is van een stage dan zijn die elementen er meestal ook. De stagiair draait mee binnen de praktijk, waarmee aan de elementen gezag en arbeid is voldaan. Vaak wordt er een stagevergoeding betaald; check ‘ loon’. In het geval van een stage gaat het echter niet alleen om die drie elementen. Zou dat wel zo zijn dan zou er altijd sprake zijn van een arbeidsovereenkomst. En daar komen dan die ‘omstandigheden van het geval’ om de hoek kijken. De volgende vragen worden dan gesteld: “Wat had men voor ogen bij het aangaan van de overeenkomst?” en “Hoe is daar vervolgens in de praktijk uitvoering aan gegeven?” (ECLI:NL:HR:2015:3019, overweging 3.3.2; ECLI:NL:HR:1997:ZC2495).Die omstandigheden en de bedoeling geven weliswaar enige richting, maar dan nog lijkt een stageovereenkomst verdacht veel op een arbeidsovereenkomst. Soms kan een stagiair namelijk alleen de noodzakelijke ervaring opdoen door werk te doen dat vergelijkbaar is met het werk van een gewone werknemer (ECLI:NL:HR:2015:3019 overweging 3.3.3 en kamerstukken II 1976-1977, 14 450, nrs. 1-2, p.24; kamerstukken II 1993-1994, 23 775, nr.3, p. 140).

Werken in het kader van de opleiding?

De Hoge Raad had reeds in 1982 een maatstaf voor toetsing gegeven (ECLI:NL:HR:1982:AC0442): “Als maatstaf voor de toetsing heeft te gelden of de werkzaamheden van de stagiair naar de bedoeling van partijen zozeer zijn gericht op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring van de stagiair, zulks mede met het oog op de voltooiing van zijn opleiding, dat van een overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt voor de andere arbeid te verrichten niet kan worden gesproken.” Daaruit volgt dat het er dus op aankomt of het verrichten van de werkzaamheden van de stagiair in overwegende mate in het belang is van de opleiding die deze volgt.

Een casus uit de rechtspraak

Tsja, en dan heb je een conflict met een stagiair over de vraag of er sprake was van een stageovereenkomst of toch een arbeidsovereenkomst. De rechtbank Amsterdam kreeg die vraag in 2017 voorgelegd (ECLI:NL:RBAMS:2017:3579). Het ging over een stagiair van de lerarenopleiding, maar ook dierenartsenpraktijken kunnen belang hebben bij deze uitspraak. De eisende partij volgde een tweedegraadslerarenopleiding Engels aan INHOLLAND. In het kader van die opleiding sloot hij een praktijkleerovereenkomst met een onderwijsstichting en INHOLLAND. Hij zou twee dagen per week gedurende zes maanden Engelse les geven aan een afdeling van de onderwijsstichting. In de overeenkomst stond het doel van de stage “(….) student ervaring te laten opdoen met de praktische toepassing van theoretische kennis die hij of zij reeds heeft verworven en het verwerven van nieuwe kennis en vaardigheden (… )” en was ook duidelijk vermeld dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. De stagiair stelde echter dat hij ter vervanging van een zieke docent stelselmatig en volgens een vast rooster, zelfstandig en in opdracht van de onderwijsstichting les heeft gegeven, zonder dat begeleiding van een bevoegd docent in het lokaal aanwezig was. Volgens hem heeft de feitelijke begeleiding slechts bestaan uit vijf feedbackmomenten. Ook had hij vergaderingen bijgewoond en rapportcijfers gegeven. Hij had alle taken van een docent zelfstandig uitgevoerd, stelde hij. Hij claimde dus arbeidsovereenkomst en loon. Op het eerste gezicht lijkt het inderdaad dat de school dankbaar gebruik heeft gemaakt van de stagiair; zieke leerkracht en dan hem inzetten ter vervanging. Maar de rechter oordeelde anders. Een belangrijk argument daarvoor is dat de werkverhouding die begint als een stage (stageovereenkomst of praktijkleerovereenkomst) onderweg niet geruisloos over kan gaan in een arbeidsovereenkomst met een geheel ander karakter. Als dat namelijk wel zou kunnen, is dat in strijd met de rechtszekerheid. Partijen zijn er immers bij gediend dat duidelijk is vanaf welk moment die wijziging tot stand komt, zodat zij niet overvallen kunnen worden met niet gewenste of niet voorziene consequenties (ECLI:NL:RBAMS:2017:3579, overweging 12). In dit geval was de eisende partij op basis van de tussen hen gesloten praktijkleerovereenkomst met zijn werkzaamheden begonnen. Het doel was het opdoen van ervaring met de praktische toepassing van theoretische kennis. Onderdeel was dan ook dat hij (zelfstandig) les gaf. Daarnaast was in dit geval uitdrukkelijk het aangaan van een arbeidsovereenkomst uitgesloten. Ook was niet over enige vorm van beloning gesproken en was niet gebleken dat de eiser zich gedurende de overeenkomst niet heeft kunnen verenigen met het feit dat er geen stagevergoeding/loon is overeengekomen. Dat de stagebegeleiding slecht was, is vervelend maar betekent nog niet dat ineens sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst. Dat eiser daarnaast veel lessen alleen gegeven heeft, leidt niet tot de conclusie dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. En dat hij ingeroosterd werd door de onderwijsstichting is vanzelfsprekend; zo wordt nu eenmaal in het onderwijs gewerkt. Gezien alle feiten en omstandigheden concludeerde de kantonrechter dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst.

Hoe om te gaan met stageovereenkomsten?

Om bovenstaande discussies zoveel mogelijk te voorkomen, dient u op een aantal punten alert te zijn. Helemaal voorkomen kun je discussies niet, juist omdat het ‘geheel van omstandigheden’ op meerdere manieren geïnterpreteerd kan worden.
Lees om te beginnen de stageovereenkomst goed door dan wel besteed veel aandacht aan het opstellen ervan. Zorg dat heel duidelijk beschreven staat dat de stage een leerdoel heeft en in het kader van een opleiding plaatsvindt. Zolang een stage gekoppeld is aan een opleiding, kan de praktijk aanhaken bij het criterium dat de werkzaamheden in overwegende mate zijn verricht in het kader van de opleiding. Verder is het altijd wijs een dossier te maken waaruit blijkt dat niet alleen een stage beoogd was, maar dat op die manier ook uitvoering gegeven is aan de stageovereenkomst. Het zwaartepunt moet liggen op leren en niet op productiviteit. Met een dossier is dit goed aan te tonen. Als een beloning ontbreekt of zeer gering is, dan duidt dit ook op een stage. En vooral: zet in de overeenkomst dat het uitdrukkelijk niet de bedoeling is om een arbeidsovereenkomst aan te gaan.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen