Stalbrand wil je niet meemaken

Stalbranden veroorzaken veel dierenleed. Door extra regels zijn nieuwe stallen wel brandveiliger maar dat zie je nog niet terug in de cijfers over het aantal dieren dat jaarlijks door brand omkomt. Ook voor een dierenarts is een stalbrand een aangrijpend incident.

Diepe indruk

In 2017 kwamen 226.000 dieren om het leven bij 23 stalbranden. Gemiddeld waren het er de afgelopen tien jaar 157.000 per jaar bij gemiddeld 16 branden.  Elke brand in een stal met dieren laat een diepe indruk achter, niet alleen bij de veehouder maar ook bij de bestrijders van de brand en andere betrokkenen, waaronder dierenartsen.

“Een collega riep me op om te assisteren vanwege een brandende kalverstal in Hoge Hexel. Toen ik aankwam was de brand geblust en was de brandweer bezig om de rook met grote ventilatoren uit de stal te verdrijven. Toen we uiteindelijk in de betreffende afdeling mochten kijken, bleken alle kalveren te zijn gestikt,” vertelt Bulle Koster in Den Ham (Ov.). De dieren hadden geprobeerd te vluchten en hingen dood over de hekken. “Een verschrikkelijke aanblik.”

Vooral in gesloten stallen zijn dieren vaak het slachtoffer van een brand. Het gaat dan met name om kippen, kalveren en varkens.

Rookschade

De meeste dieren raken bewusteloos en verbranden of stikken. Als dieren een brand wel overleven, sterven ze vaak later alsnog door longschade en brandwonden. “Als je dieren ziet die een brand overleefd hebben, is het beeld altijd optimistischer dan de werkelijkheid.” Dierenarts Eric van der Velden van dierenartsenpraktijk Thewi in Tilburg heeft ook de nodige stalbranden meegemaakt. Vooral in de kalverhouderij. Van der Velden weet inmiddels dat dieren die een stalbrand overleven, vaak ook ten dode zijn opgeschreven. “Dat komt ofwel door ernstige brandwonden of door longschade als gevolg van het inademen van hete lucht of giftige rookgassen. In brandende kalverstallen ontstaan vaak zeer ernstige brandwonden door smeltend isolatiemateriaal van het plafond dat op de dieren valt. Dat spul dringt door de huid heen tot diep in de onderliggende spiermassa  en veroorzaakt daar zeer ernstige schade. De spieren worden gewoon gekookt.”

Als dierenarts Van der Velden een oproep krijgt om naar een stalbrand te komen, is een van de eerste dingen die hij doet het organiseren van extra euthanaseermiddel. “Meestal ben je niet op de praktijk als er zo’n melding komt. Bij een brand is de kans groot dat je veel dieren moet laten inslapen. Daarvoor heb je altijd te weinig euthanaseermiddel voorhanden. Dus daar begin je mee.”

Mogelijkheden beperkt

Van der Velden ervaart dat de mogelijkheden van een dierenarts bij een brand beperkt zijn. “Als je ter plekke komt, is de brandweer er altijd al. Je meldt je bij de bewindvoerder, en krijgt dan te horen dat je niks mag doen. Verder heb je meestal te maken met een dierhouder die redelijk in paniek is. Logisch natuurlijk. Problematisch kan ook de aanwezigheid van publiek en journalisten zijn. Die laatsten willen graag foto’s maken van een dierenarts die bezig is met het laten inslapen van dieren. Daar zit ik niet op te wachten. Het is dan ook aan te raden om rond

te kijken naar een plek waar je als dierenarts je werk kunt doen zonder door publiek omringd te worden. Eventueel kun je met de aanwezige politie overleggen over het op afstand houden van de kijkers.”

Volgens Van der Velden is het bij dieren die een stalbrand overleven nodig een eerste selectie te maken tussen dieren die er zeer slecht aan toe zijn en dieren waarmee het nog redelijk lijkt te gaan. “Dieren uit de eerste categorie euthanaseer je zo snel mogelijk. Bij dieren in de tweede categorie is er wat meer tijd om ze te onderzoeken en te kiezen voor verzorgen en behandelen of ook euthanaseren.”

Oorzaken

Jaarlijks breekt er tientallen keren brand uit in veestallen. Doordat de gemiddelde omvang van bedrijven fors is toegenomen, vallen er meer slachtoffers.

Harde cijfers over de oorzaken van stalbranden zijn beperkt voorhanden. Sinds 2014 houdt de Nederlandse Brandweer samen met het Verbond van Verzekeraars data bij over de oorzaken van stalbranden. Het ontstaan van de meeste stalbranden lijkt te maken te hebben met de elektrotechnische installatie. Veroudering, achterstallig onderhoud en het zelf installeren of uitbreiden van apparaten en systemen zijn factoren die het ontstaan van kortsluiting en brand in de hand werken. Ook werkzaamheden, met name laswerk, leiden vaak tot brand. Verder zijn er allerlei andere oorzaken die soms van toepassing zijn zoals blikseminslag, broei, implosie, explosie (door mestgassen), brandstichting et cetera. Er is ook een flinke groep stalbranden waarvan de oorzaak nooit wordt achterhaald.

Wat gebeurt er

De afgelopen jaren staan stalbranden behoorlijk in de schijnwerpers. Branden waarbij dieren

om het leven komen, krijgen veel publiciteit en actiegroepen maken zich er druk om. De maatschappij bekommert zich in toenemende mate om het welzijn van de dieren en wil een duurzame productie waarbinnen dierenwelzijn een belangrijk onderwerp is. Een belangrijk onderdeel van duurzaam produceren is voorkomen dat er calamiteiten ontstaan.

LTO Nederland, de Dierenbescherming, Brandweer Nederland, het Verbond van Verzekeraars en de Rijksoverheid hebben in 2011 het Actieplan Stalbranden 2012 tot 2016 gelanceerd. In 2015 hebben de KNMvD en NVWA zich bij het Actieplan aangesloten. Doel van de initiatiefnemers was om dieren beter te beschermen tegen brand en het aantal dieren dat door stalbranden sterft omlaag te brengen.

Effecten van het actieplan

Onderzoekers van Wageningen Universiteit brachten vorig jaar in kaart wat de effecten van het actieplan zijn geweest. Ze concluderen dat activiteiten op het gebied van voorlichting over brandveiligheid van veestallen hebben geleid tot meer bewustzijn bij veehouders, met name bij zogenoemde schaalvergroters. Nieuwe stallen zijn brandveiliger. Dit komt onder meer door nieuwe bouwvoorschriften in het Bouwbesluit sinds 2014. Er zijn tot nu toe geen stallen bij een stalbrand betrokken die na ingang van de nieuwe eisen van het Bouwbesluit zijn vergund.

De brandveiligheid van oudere stallen is een beetje verbeterd. Vooral door de toename van keuringen van technische installaties, het ontwikkelen van NEN-normen voor veestallen en het opnemen van brandpreventie in keurmerken. In een reactie op het evaluatierapport kondigde vorige zomer toenmalig staatssecretaris Martijn van Dam aan dat hij aanvullende brandveiligheidsmaatregelen voor bestaande stallen wil laten opnemen in private kwaliteitssystemen. Dit was ook een van de acties die waren benoemd in het actieplan. Dierenarts Koster vindt het een goede zet van de staatssecretaris. “Regel het als sector zelf. Dat gaat veel sneller en effectiever dan wachten op overheidsmaatregelen.” Staatssecretaris Van Dam kondigde ook een verkenning naar aanpassing van het Bouwbesluit voor bestaande stallen aan. Die verkenning richt zich op juridische haalbaarheid, handhaaf- baarheid en kosten voor veehouders. “Brandveiligheid heeft ook veel te maken met geld. Als je niets verdient, iets wat in de intensieve veehouderij in diverse jaren niet ongebruikelijk is, dan ben je snel geneigd om te bezuinigen op zaken die niet direct financieel voordeel opleveren.”

Snelle detectie

Dierenarts Koster vindt dat er meer aandacht moet komen voor snelle detectie van brand. “Bijna iedereen heeft branddetectoren of rookmelders in zijn woning geïnstalleerd. Maar in stallen kom je ze bijna niet tegen. Dat komt onder meer doordat er voor stallen nog maar weinig bruikbare melders op de markt zijn. In stallen met veel stof en ammoniak kan een gangbare rookmelder snel een valse melding geven of er de brui aan geven. Gelukkig zijn er op dit gebied wel ontwikkelingen gaande.”

Drama

Een stalbrand is niet alleen een drama voor dieren in een getroffen stal. Ook voor de veehouder is het leed groot. Dierenarts Van der Velden ziet het als onderdeel van zijn werk om de boer en zijn gezin op weg te helpen in het verwerkingsproces. “Het is goed om als alles achter de rug is, met de boer en zijn gezin om tafel te gaan zitten en samen wat te eten of te drinken.” Ook voor een dierenarts zelf is een stalbrand een aangrijpende gebeurtenis. Dierenarts Van der Velden zegt hierover: “Op het moment zelf sta je daar niet bij stil. Je reageert primair en doet wat er moet gebeuren. Pas achteraf grijpt het je aan en denk je: ‘Tjonge, wat een ellende voor mens en dier.’ Ik hoop nooit meer een stalbrand mee te maken.”

Rol KNMvD

De KNMvD heeft zich in 2015 aangesloten bij het actieplan stalbranden. Reden om ons ook als dierenartsen aan te sluiten is omdat ook practici en NVWA-dierenartsen betrokken zijn bij een stalbrand. De rol van dierenarts is met name gericht op dierenwelzijn en in het geval van practici ook het behandelen van aangedane dieren. Om meer duidelijkheid te verschaffen in wat je als dierenarts ter plaatste kunt doen is er een protocol stalbranden opgesteld. Dit protocol is te raadplegen op www.knmvd.nl/ dossiers/12108486/Dierenwelzijn.

Valwanden voorkomen mogelijk rookvergiftiging

Bij een stalbrand stikken veel dieren door rook. Met de vinding van dierenarts/ adviseur Bulle Koster is dat tegen te gaan. Koster werkte een idee uit om de gevolgen van brand te beperken. Zijn vinding is simpel. Bij brand vallen de wanden van een stal of afdeling naar buiten. Het gevolg: rook kan ontsnappen en de dieren in de stal hebben meer overlevingstijd. “Je maakt zo van een binnenbrand een buitenfikkie. Bij brand is de brandweer binnen twaalf minuten ter plaatse. Zij kunnen de vuurhaard bestrijden.” Er is nog wel meer onderzoek nodig naar het effect van valwanden in de praktijk, aangezien het ook mogelijk kan zijn dat door het openen van valwanden de zuurstoftoevoer toeneemt.

De vinding van Koster zou relatief eenvoudig toe te passen zijn. “Bij moderne stallen zijn de wanden geen draagmuren meer. Daardoor kun je vrij makkelijk een paar wanden per afdeling los in sponningen plaatsen, en met elektroslotjes op hun plek houden. Per stal praat je over meerkosten van enige duizenden euro’s.” Dat veehouders desalniettemin nog geen valwanden plaatsen bij nieuwbouw verbaast Koster niet. “Voor de meesten is het al zwaar genoeg om te overleven.” Op 6 maart komt de vinding van Koster aan de orde tijdens het openingssymposium van de Landbouwdagen Intensieve Veehouderij (LIV) Venray. Koster is medeorganisator van dit symposium over erfveiligheid op het boerenbedrijf.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen