Stress van het werk

Als dierenarts sta je er niet alleen voor….

 

Het is een bekend gegeven dat dierenartsen niet hoog scoren op het ge­bied van psychisch welbevinden. De oorzaak hiervan lijkt vooral in het werk en de werkomgeving te liggen.

Een hoge werkdruk, problemen in de maatschap, sociale druk als het gaat om bijvoor­beeld dierenwelzijn, maar ook klachten die door eigenaren worden ingediend bij het Veterinair Tucht­college dragen bij aan het gevoel van stress en leiden tot een verminderd psychisch welzijn, met een burn-out of in het uiterste geval zelfs suïcide tot gevolg. Vooral recent afgestu­deerde dierenartsen lopen de kans vast te lopen1. Wat de meeste stress oplevert en hoe daar mee omgegaan wordt, verschilt echter van persoon tot persoon, zoals duidelijk zal worden uit onderstaande ervaringen van enkele dierenartsen. Vrijwel direct na haar studie kon dierenarts Judith de Jong in loondienst aan de slag bij een gemengde praktijk. “Ik was jong, enthousiast en zette me voor de volle honderd procent in, met als gevolg dat daar gretig misbruik van werd gemaakt. Ik werd regelmatig in mijn vrije tijd gebeld voor spoedvisites. En ik ging. De waardering, in woorden en financieel, bleef uit. Na een jaar durfde ik daar wat van te zeggen. Mijn baas vond dat het er gewoon bij hoorde, maar terwijl ik niet betaald kreeg, factureerde hij wel voor duizenden euro’s aan onze veehouders. Mijn protest resulteerde in pesterijtjes en een negatieve werksfeer. Uitein­delijk zo erg, dat ik met pijn in mijn buik en trillende handen naar het werk ging. Natuurlijk barstte de bom en zat ik drie weken thuis toen ik omwille van mijn eigen welbevinden mijn contract op heb gezegd en een parttime waarneming aanging.” Twee kinderen en een groot aantal waarne­mingen verder durfde Judith eindelijk de stoute schoenen aan te trekken en opende zij haar eigen gezelschapsdierenpraktijk. De balans vinden tussen werk en privé vindt Judith nog steeds moeilijk. “Mijn kinderen wil ik ook graag tijd en aandacht geven, maar nog steeds lijkt veel van mijn privétijd door de praktijk opgeslokt te worden.”

 

Maatschapsperikelen

Nog tijdens zijn studie werd dierenarts A., die liever anoniem wil blijven, gebeld voor een waarneming in een rundvee- en paardenpraktijk. “Dit was een mooie leerschool en toen ik er een tijdje werkte, bleek dat ze een vervanger zochten voor een collega die met pensioen ging. Ik ben dus in deze praktijk gebleven en vrij vlot geasso­cieerd.” Hoewel A. financieel gezien gelijke partners is met zijn maten, voelt dit in de praktijk niet altijd zo. “Als jongste is mijn natuurlijk overwicht kleiner dan dat van anderen in onze maatschap.” Zijn grootste frustratie is echter het gemis van een visie over de praktijk nu en voor in de toekomst. “Dit komt deels omdat het in de praktijk erg druk is, waardoor je vaak in de overleefstand staat. Secundaire zaken als beleidsvoering en het ontwik­kelen van een visie blijven dan liggen. We hebben het er wel over, maar om gezamenlijke afspraken te maken en ons daar allemaal dan ook aan te houden blijkt heel lastig.” Daarnaast kan A. moeilijk omgaan met de houding van enkelen van zijn maten: “Denk hierbij aan het niet nakomen van gemaakte afspraken, het principe van ‘vroeger was alles beter’, de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wetgeving in de praktijk dwarsliggen en geen energie willen stoppen in het aanleren van nieuwe dingen.”

Op een gegeven moment brak dit alles A. op. “Ik merkte dat mijn incas­seringsvermogen verdwenen was, ik slecht kon relativeren, daarnaast sliep ik slecht en voelde me uitgeblust. Gelukkig kon ik dat toen wel duidelijk herkennen als signaal dat er iets moest gebeuren. Via de AOV ben toen bij een coach geweest. We hebben eerst een analyse gemaakt van hoe ik als persoon in elkaar steek en aan de hand daarvan mijn gedrag verklaard. Uiteindelijk kwamen er toen een aantal adviezen uit. In zekere zin heeft dit wel geholpen, al heb je af en toe weleens een terugval.”

 

Geen uitweg meer

Dat niet iedereen hulp zoekt als dat nodig is, maakte een andere dierenarts van heel dichtbij mee. “Als pas afgestudeerd dierenarts kon ik geen werk vinden en ben ik al snel voor mijzelf in een ‘minor species’ begonnen. Ik had heel graag gewerkt in een groepspraktijk, juist ook om verantwoordelijkheid te kunnen delen. Daarentegen stond ik er alleen voor. Ik heb me met vallen en opstaan door de eerste jaren gewor­steld. Bij mijn laatste zwangerschap was mijn praktijk dusdanig gegroeid dat ik de boel niet meer alleen kon draaien. Gelukkig vond ik een goede waarneemster, die graag in dezelfde richting verder wilde. Het klikte super en na de waarneming bleef ze als zzp’er onder andere bij mij werken. Ook kwamen er plannen om te associëren.”

“Ook mijn waarneemster liep tegen bepaalde zaken aan, net als iedere andere jonge dierenarts. Er overleed een hond na een operatie die zij deed. Buiten haar schuld, maar ze voelde zich toch schuldig. Op het moment dat ze haar grens had bereikt, kreeg ze privé een ernstige klap waarna ze uit het leven stapte. Ik denk niet dat ze de dood bewust koos, maar wel dat ze even niet wist hoe ze verder moest. Een moment van verstandsverbijs­tering met euthanasol voor handen.”

“We hebben een vrij eenzaam beroep met veel verantwoordelijkheid dat heel dicht aan onze persoonlijkheid raakt. Als je je met hart en ziel inzet, is relati­veren soms moeilijk. Daarbij is het soms lastig een stukje ‘ik’ te bewaken omdat er voortdurend een beroep op je gedaan kan worden. Na haar dood probeer ik mijn grenzen beter te bewaken. Daarnaast heb ik weer een fijne collega waardoor ik de verantwoordelijkheid kan delen, iets wat ik nodig heb.”

 

Tuchtzaken

Een andere grote bron van stress, bij niet alleen jonge dierenartsen, maar ook bij oudere practici zijn tuchtzaken die door patiënteigenaren worden aangespannen. “Vanaf het moment dat de eerste brief van het tuchtcollege op de mat valt, leveren deze zaken enorm veel stress op,” weet Tjerk Bosje, veterinair specialist bij het Medisch Centrum voor Dieren en bestuurslid van de KNMvD. “Zo’n klacht voelt heel erg onterecht, is dat vaak ook en je dan te moeten verantwoorden is heel erg vervelend.” Wat de stress nog verder vergroot is het feit dat dezelfde klacht gedurende langere tijd steeds weer opnieuw opduikt. “Maar liefst drie keer mogen de partijen op elkaars schriftelijk geformuleerde argumenten reageren, waarvoor zij elke keer maximaal zes weken de tijd hebben. Het zorgvuldig antwoorden kost je iedere keer uren en voor je het weet ben je dertig weken verder en is het probleem nog niet opgelost.” Sterker nog, anderhalf jaar wachten voordat een zaak uiteindelijk bij het Veterinair Tuchtcollege behandeld kan worden, is geen uitzondering. Zelf is Tjerk driemaal aangeklaagd. “Twee zaken zijn uiteindelijk voorgekomen. Eén zaak, waarin een eigenaar duidelijk de rekening niet wilde betalen, heb ik geschikt. De tijd die ik aan de tuchtzaak kwijt zou zijn, zou mij uiteindelijk meer kosten dan de vermindering van de rekening.”

 

Oplossingen

Wat iemand zwaar vindt aan zijn werk, waar hij of zij stress van krijgt, is dus heel verschillend per persoon. De oplossing is daarentegen heel wat algemener. In eerdere artikelen2 raadde Mastenbroek dierenartsen al aan zich niet alleen te focussen op punten die stress opleveren, maar te onderzoeken wat nodig is om beter te kunnen functioneren. Door gebruik te maken van specifieke hulpbronnen wordt de kans op burn-out namelijk kleiner en is de bevlogenheid groter.

Ook de KNMvD wil graag bijdragen aan de vermindering van stress bij dierenartsen en kiest daarvoor voor ondersteuning en waar nodig aanpassing van het beleid. Tjerk Bosje: “Zo biedt de KNMvD sinds kort mediation aan tussen een klagende diereigenaar en de aangeklaagde dierenarts. Als er een klacht binnenkomt via dierenarts.nl, neemt de KNMvD contact op met de betreffende dierenarts om hulp aan te bieden. De bedoeling is dat er uiteindelijk veel minder klachten bij het Veterinair Tuchtcollege terechtkomen en het hele proces van klachtafhandeling sneller en minder stressvol kan verlopen. Daarnaast roepen wij iedereen op om met ons te delen welke zaken in het veterinaire werk vooral veel stress oproepen. Gezamenlijk kunnen wij dan naar een oplossing zoeken en zo nodig het beleid daarop aanpassen.”

 

Referenties

1 “De kunst bevlogen te blijven” De rol van persoonlijke hulpbronnen in het welbevinden van jonge veterinaire professionals. Nederlandse samenvatting Proefschrift N.J.J.M. Mastenbroek 2014

2 Promotieonderzoek van Nicole Mastenbroek. Een bevlogen dierenarts doet net dat beetje extra. Tijdschrift v Diergeneeskunde nr 1 Januari 2015. Pag 9-11.

“Be

vlogen blijven, dat is de kunst”: onderzoek naar burn-out en bevlogenheid bij jonge dierrenartsen. Tijdschrift v Diergeneeskunde, dl 137, afl 4, pag 231-233.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen