Trends uit de monitoring

De diergezondheidsmonitoring is een laagdrempelig en vrijwillig systeem dat een breed vangnet biedt voor het zo vroeg mogelijk opvangen van signalen over diergezondheid. Deze signalen afkomstig uit verschillende elkaar aanvullende monitoringsinstrumenten, zoals de Veekijker, pathologisch- en laboratoriumonderzoek en data-analyse, worden door GD onderzocht, gebundeld en geanalyseerd. In deze tweemaandelijkse rubriek delen dierenartsen van GD bevindingen uit de monitoring.

 

Pluimvee

Mycoplasma Gallinarum en Mycoplasma Iners aangetoond bij sectie

In 2016 ontving GD meerdere inzendingen van pluimvee voor sectie waarbij Coryza werd aangetoond. In drie gevallen werd ook een mycoplasmasoort anders dan M. gallisepticum (M.g.) of M. synoviae (M.s.) geïsoleerd, namelijk Mycoplasma gallinarum en Mycoplasma iners. gallinarum en M. iners worden beschouwd als niet ziekmakende mycoplasma soorten. Van M. gallinarum is echter wel beschreven dat deze het ziektebeeld dat veroorzaakt wordt door andere respiratoire ziekteverwekkers kan verergeren.

 

Het is onbekend in hoeverre M. gallinarum en M. iners interfereren met de serologische testen die binnen de verplichte monitoringsprogramma’s voor M.g. en M.s. gebruikt worden. De testen worden ingezet om M. g.- en M. s.-infecties op te sporen door het detecteren van specifieke antistoffen. Het is bekend dat antigeen verwante mycoplasmastammen (zoals M.g. en M.s.) kruisreacties kunnen geven in de genoemde testen. Het is onbekend in hoeverre M. gallinarum- en M. iners- stammen kruisreacties kunnen geven. Aangezien M. gallinarum ook uit een commercieel koppel werd geïsoleerd, is onderzoek of een infectie met M. gallinarum interfereert met de lopende seromonitoringsprogramma’s voor M.g en M.s aan te bevelen. De PCR-testen voor de detectie van specifiek M.g.-DNA en M.s.-DNA worden in gezet als confirmati test wanneer de uitslag van het bloed onderzoek positief of dubieus is. M. gallinarum en M. iners interfereren niet met genoemde PCR-testen. Er is dus geen sprake van kruisreactiviteit.

Dr. Anneke Feberwee, Dierenarts pluimvee

 

Rund

Anaplasma bij runderen

In het voorjaar en de zomer van 2017 zijn bij de Veekijker meerdere vragen binnengekomen over anaplasmose, ook wel weidekoorts genoemd. Anaplasma phagocytophilum is een bacterie die kan worden overgebracht door Ixodesteken. Bij rundvee zijn de verschijnselen vooral (hoge) koorts en productiedaling, soms luchtwegklachten en verwerpen. Anaplasma kan zorgen voor een weerstandsverlaging. Jonge runderen zijn minder gevoelig.

 

In verschillende delen van het land is dit jaar door middel van bloedonderzoek de diagnose bij rundvee inmiddels gesteld. Teken brengen de ziekte over, al komt het ook voor dat de aanwezigheid van deze teken niet wordt opgemerkt. Anaplasma komt ook bij andere diersoorten voor, denk aan paarden en kleine herkauwers. Maar ook mensen kunnen ziek worden van deze bacterie. Circa 4 procent van de teken in Nederland is besmet met Anaplasma phagocytophilum. Teken kunnen uiteraard, zowel bij mens als dier, ook andere infecties overbrengen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld borrelia (ziekte van Lyme) of babesia. Het percentage teken besmet met borrelia is in Nederland hoger, en ligt op ongeveer 20 procent. Op korte termijn heeft GD de PCR voor Anaplasma beschikbaar voor rundvee.

Drs. Debora Smits, dierenarts rund

 

Kleine herkauwers

Salmonellose bij geitenlammeren

Salmonella Typhimurium is in het voorjaar van 2017 opnieuw aangetoond in mest van geitenlammeren en in geitenlammeren die werden aangeboden voor pathologisch onderzoek. Vóór 2013 werd salmonellose bij geiten incidenteel vastgesteld en in die gevallen meestal als oorzaak van abortus. In de jaren na 2013 is salmonellose meerdere malen aangetoond bij lammeren op melkgeitenbedrijven. In alle gevallen betrof het een infectie met Salmonella Typhimurium.

De ziekte zorgt voor diarree, uitdroging, sepsis en uitval. In 2016 werd door de GGD op twee melkgeitenbedrijven bij kinderen salmonellose aangetoond. Op deze bedrijven waren bij de lammeren problemen met salmonellose. Op verzoek van de opdrachtgevers van de monitoring bezoekt GD voor een nadere inventarisatie in de komende weken een aantal bedrijven met recente salmonellaproblematiek. Salmonellose is een meldingsplichtige aandoening op basis van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Wanneer u geconfronteerd wordt met klinische klachten die kunnen passen bij salmonellose kan door middel van nadere diagnostiek (mestonderzoek en/of pathologisch onderzoek) de diagnose worden bevestigd. In geval van klinische verschijnselen bij mensen dient contact met de huisarts te worden opgenomen.

Dr. René van den Brom, dierenarts kleine herkauwers

 

Varken

Verloop ped-epidemie bij varkens

De eerste uitbraak van PED bij varkens in Nederland vond plaats in november 2014. GD was daarvan snel op de hoogte, omdat practici bij bijzondere bevindingen telefonisch contact opnemen met de Veekijker, een belangrijk instrument van de diergezondheidsmonitoring. Door de registratie van deze vragen, kan een goed beeld worden gevormd van de ontwikkeling van de PED-epidemie (figuur 1). De tweede pijler van de diergezondheidsmonitoring, het pathologisch onderzoek, levert over PED minder informatie op. Sinds 2014 is door de pathologen van GD in slechts 0,15 procent van alle voor pathologisch onderzoek aangeboden varkens PED gediagnosticeerd.

Wel worden mestmonsters ingezonden voor onderzoek op PED-virus met PCR-testen. In de eerste helft van 2017 zijn op deze wijze 51 nieuwe bedrijfsbesmettingen vastgesteld.

Sinds begin 2016 is daarnaast de Online Monitor operationeel. Daaruit blijkt dat in de eerste helft van 2017 nog maandelijks nieuwe bedrijfsbesmettingen worden gemeld, in totaal 58.

Ruim de helft daarvan (33) is bevestigd door labonderzoek bij GD. De meeste nieuwe besmettingen vonden in 2017 plaats in Zuid-Nederland, terwijl eerder vooral bedrijven in Oost-Nederland werden getroffen (figuur 2).

Dr. Theo Geudeke, Dierenarts varkens

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen