Tuchtklacht, en dan?

Een tuchtzaak, liever wil je die natuurlijk niet aan je broek krijgen. Maar wat doe je als het toch zover komt? En welke rol kan de klachtenservice van de KNMvD spelen om tuchtzaken te voorkomen?

Ook dierenartsen zijn mensen en iedereen kan wel eens een fout maken. In sommige gevallen kan dit dan leiden tot een tuchtzaak. Het tuchtcollege moet dan bepalen of een klacht gegrond is. “Dat is alleen het geval wanneer sprake is van onzorgvuldig diergeneeskundig handelen”, zegt Iaira Boissevain, Advocaat Praktisch Dierenrecht.

Een klacht kan bijvoorbeeld gaan over het verrichten van onvoldoende onderzoek, het stellen van een verkeerde diagnose, het weigeren van behandeling of het voorschrijven van verkeerde medicatie. “Als je als eigenaar boos bent over de rekening of je vindt de dierenarts een botte hork, dan kun je daarvoor niet bij het tuchtcollege terecht”, zegt Boissevain. “Klachten over de communicatie vallen in principe buiten bereik van het tuchtrecht, tenzij deze direct betrekking hebben op de behandeling, bijvoorbeeld wanneer de dierenarts geen goede instructies heeft gegeven voor nazorg of niet naar de diereigenaar heeft geluisterd. Maar die scheidslijn is niet heel scherp.”

Wie kan klagen?

Het veterinair tuchtcollege is een rechtsprekend orgaan en draagt dus zelf geen zaken aan. Er zijn twee manieren waarop klachten bij het tuchtcollege terecht kunnen komen. In de eerste plaats kunnen particulieren een klacht indienen. Dat is meestal de eigenaar of een persoon die het dier langdurig verzorgt. Boissevain: “Je kunt dus niet klagen over de behandeling van het dier van de buurman, tenzij je daar namens de buurman voor gemachtigd bent.” Daarnaast kan het ministerie een klacht indienen via de klachtambtenaar, een rol die is toebedeeld aan de Chief Veterinary Officer (CVO). “Het gaat dan om zaken van algemeen belang”, zegt Christianne Bruschke, CVO bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. “Bijvoorbeeld klachten over het onzorgvuldig voorschrijven van antibiotica of over handelingen waar het dierenwelzijn, de dier- of volksgezondheid in het geding is. We kijken daarbij naar de wetgeving en tevens naar de professionele richtlijnen en formularia die door de beroepsgroep zelf zijn opgesteld.”

In haar functie als CVO fungeert Bruschke als aanklager namens het ministerie, vergelijkbaar met de rol van een officier van justitie bij strafrechtelijke zaken. “In principe is er altijd iemand van het ministerie bij de tuchtzaak aanwezig.” De klachtambtenaar formuleert ook een ‘eis’ waarin wordt aangegeven welke maatregel het ministerie vindt dat het tuchtcollege aan de beklaagde dierenarts(en) op zou moeten leggen.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) dient zelf dus geen klachten in. Wel is de NVWA verantwoordelijk voor het opstellen van berechtingsrapporten, op basis waarvan de klachtambtenaar besluit om wel of geen tuchtrechtelijke procedure te beginnen.

Open norm

Een klacht kan dus alleen in behandeling worden genomen wanneer deze betrekking heeft op diergeneeskundig handelen. Vervolgens bepaalt het tuchtcollege of de klacht ook gegrond is, dat wil zeggen dat het college bekijkt of de dierenarts wel of niet zorgvuldig heeft gehandeld, volgens de norm van ‘Goede Veterinaire Praktijk’ (GVP). Er wordt bij het beoordelen van de klacht niet gekeken of de dierenarts de meest optimale zorg heeft geleverd, of de meest moderne technieken heeft gebruikt. Want de vraag is niet of het handelen beter had gekund, maar wel of de dierenarts bekwaam en redelijk handelend heeft opgetreden. “Voor een klant is het niet altijd makkelijk te beoordelen of een dierenarts kwalitatief goed werk levert”, zegt Bruschke. “Het tuchtcollege helpt bij de interpretatie van de regelgeving.” Er is volgens Bruschke in de wetgeving bewust gekozen voor een zogenaamde ‘open norm’, waar de beroepsgroep en het tuchtcollege zelf invulling aan moeten geven. “Dit is belangrijk omdat er veel grijze gebieden zijn. Want ook al doet een dierenarts iets niet exact volgens de richtlijnen, dan betekent dat niet meteen dat er sprake is van onzorgvuldig handelen. Er kunnen hele goede redenen zijn om er vanaf te wijken, maar dat moet je wel kunnen uitleggen.” Het doel van het tuchtcollege is in eerste instantie om de kwaliteit van de diergeneeskunde te waarborgen en een zorgvuldige beroepsuitoefening te bevorderen.

Volgens Boissevain is het daarnaast belangrijk dat er ook sprake is van een leerelement. “Het tuchtcollege is er niet uitsluitend om iemand te straffen, al voelt dat soms wel zo. Het gaat ook om de kwaliteitsbewaking. In hoeverre het daar ook in slaagt vind ik lastig te zeggen, want er zijn genoeg dierenartsen die ontzettend goed hun best doen en toch worden aangeklaagd, en anderen kunnen grote misstappen maken en nooit een klacht krijgen.”

Advocaat?

Aan de klachtenprocedure zijn geen kosten verbonden en het is niet verplicht om je te laten vertegenwoordigen door een advocaat. “In principe kan een dierenarts een schriftelijk verweer opstellen en je hoeft niet per se naar de zitting te komen – al zou ik wegblijven nooit aanraden”, zegt Boissevain. Ze ziet ook dat de meerderheid van dierenartsen ervoor kiest om geen advocaat in de arm te nemen. “Sommige zaken zijn vrij eenvoudig en dan heb je ook niet per se een advocaat nodig.” Toch zou ze het wel aanraden, al is het maar om de stress te verminderen. “Ik hoor verhalen van dierenartsen die nachten liggen te piekeren over hun verweerschrift.” Een ander voordeel is dat een advocaat veel zakelijker kijkt. “Voor dierenartsen is het een emotionele gebeurtenis en ik merk dat ze begrijpelijk de neiging hebben om meteen heel inhoudelijk in de verdediging te schieten over een onderwerp dat je als advocaat bijvoorbeeld van tafel veegt omdat het niet bewezen is.”
Volgens Bruschske is het wel belangrijk om als dierenarts niet uit het oog te verliezen wat het doel is het veterinair tuchtrecht is, namelijk de beoordeling van het veterinair handelen. “Of dit veterinair handelen zorgvuldig is gebeurd naar het oordeel van het tuchtcollege, kan alleen bekeken worden als naast de juridische component ook de veterinair inhoudelijke component ter sprake komt.”

Communicatie

Nog beter zou het natuurlijk zijn om te voorkomen dat je in die situatie belandt. “Klachten vallen niet altijd te voorkomen, maar we kunnen deze wel proberen in goede banen te leiden”, zegt KNMvD-directeur Susan Mogony. Daarom is de KNMvD een jaar geleden gestart met een klachtenservice. “We merkten dat er redelijk veel oneigenlijke klachten, die niet direct betrekking hebben op diergeneeskundig handelen, bij het tuchtcollege belandden.” In het eerste jaar zijn vier klachten behandeld via de klachtenservice. Het gaat vooral om eigenaren die een klacht indienen en gebrekkige communicatie speelt hier volgens Mogony een belangrijke rol. “Soms lopen de gemoederen hoog op en als iemand boos die deur achter zich dichtslaat, blijven beide partijen vaak met een negatief gevoel zitten.” In dat soort gevallen kan de dierenarts of de eigenaar de klachtenservice benaderen. Daar werkt een onafhankelijk adviseur, die advies geeft en met de partijen in gesprek gaat om de klacht gezamenlijk op te lossen. “Je kunt als dierenarts zo’n klacht ook zien als een kans, want het betekent dat een klant bereid is om samen te kijken naar verbeteringen”, zegt Mogony. Het is volgens haar niet de bedoeling dat de KNMvD de rol van het tuchtcollege overneemt. “Alles wat betrekking heeft op diergeneeskundig handelen of invulling van de open norm hoort thuis bij het tuchtcollege. Maar we zijn allemaal mensen, en iedereen maakt wel eens een fout. Dat hoeft niet altijd te leiden tot een tuchtzaak.”

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen