Tuchtrecht – Paarden en pillen

Tekst Iaira Boissevain Illustratie Henk Vrieselaar

Die hadden we natuurlijk ook nog: paarden en antibiotica. Het begint met een verzoek vanuit Frankrijk om eens wat aandacht te besteden aan (de paspoorten van) een bepaalde paardenhandelaar. Dat leidt tot een bedrijfsbezoek door de NVWA aan deze handelaar, die onder andere handelt in slachtpaarden. Als de NVWA het bedrijf inspecteert staan er zeventien paarden. Veertien hebben de aantekening in hun paspoort dat ze niet mogen worden geslacht, bij de andere drie staat niets vermeld.

Naast paarden zijn er op het bedrijf ook wat UDD-diergeneesmiddelen te vinden: 10 flacons van 100 milliliter Procapen en 6 zakken van 1 kilo Trimethosulfmix, waarvan in twee zakken nog ongeveer 100 gram aanwezig is. De paardenhandelaar verklaart dat deze antibiotica door de dierenarts zijn geleverd en dat hij inderdaad zijn paarden hier zelf mee behandelt. Daarop gaat de NVWA verhaal halen bij de dierenarts. Die vertelt dat het gaat om uit Ierland ingevoerde Tinkers. Die heeft hij behandeld met Meflosyl en de andere middelen achtergelaten voor de handelaar om de paarden zelf te behandelen.

Ne bis in idem?

De NVWA kan de behandeling niet waarderen. UDD-middelen mogen niet op deze manier worden achtergelaten. De dierenarts krijgt een bestuurlijke boete en een tuchtrechtelijke klacht. Dat mag. Je mag niet twee keer worden berecht voor een zelfde feit, maar wel als dat door verschillende rechters is.

Een bestuurlijke boete en een tuchtprocedure zijn twee verschillende takken van de juridische sport, en dat kan dus. Wel houden rechterlijke colleges vaak rekening met de hoogte van de boete. De dierenarts verweert zich niet tegen de tuchtrechtelijke klacht, waarbij de NVWA een onvoorwaardelijke boete van 1000 euro eist. Ook dat is mogelijk. Je verweren of bij het Tuchtcollege verschijnen is niet verplicht. Deze dierenarts kiest er blijkbaar voor om daar verder geen tijd aan te besteden. Het komt wel voor dat bij een zitting van het Tuchtcollege klager noch dierenarts aanwezig zijn. In dit geval is  de klachtambtenaar natuurlijk wel aanwezig.

Bij twijfel in het nadeel

Daarmee is de overweging voor het Tuchtcollege niet heel ingewikkeld. Vast staat dat bij het bedrijfsbezoek door de NVWA bij de paardenhandelaar in kwestie antibiotica zijn aangetroffen die door de dierenarts zijn geleverd. Ook is uit zijn administratie gebleken dat hij verschillende keren Procapen en Trimethosulfmix aan de paardenhandelaar heeft verstrekt en op het bedrijf heeft achter gelaten. Het gaat hier om antibiotica die toen al de UDD-status hadden. Dat betekent dat deze diergeneesmiddelen in beginsel alleen door de dierenarts zelf bij de dieren mogen worden toegepast. Dat is hier niet gebeurd en er is nergens gebleken dat er een uitzonderingssituatie was op grond waarvan de paardenhandelaar de antibiotica op zijn bedrijf voorradig mocht hebben en zelf mocht toepassen. Door de levering dan wel het achterlaten van antibiotica op het bedrijf, heeft beklaagde naar het oordeel van het college de controle op de inzet ervan uit handen gegeven en het risico gecreëerd dat de antibiotica lichtvaardig en mogelijk zonder noodzaak konden worden ingezet, hetgeen tot resistente bacteriën kan leiden en tot risico’s voor de dier- en volksgezondheid. Daar komt nog bij dat het Tuchtcollege er niet erg van overtuigd is dat de dierenarts pas tot verstrekken van antibiotica is overgegaan na klinische inspectie en diagnostiek. Misschien wel, misschien niet. Dat zou moeten blijken uit bijvoorbeeld verslaglegging maar omdat de dierenarts niets van zich laat horen, wordt de twijfel hier in zijn nadeel uitgelegd. Toch is het Tuchtcollege net iets milder dan de NVWA. De gevraagde boete van 1000 euro wordt wel opgelegd, maar dan voorwaardelijk met een proefperiode van twee jaar. Een voorwaardelijk paardenmiddel.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen