Tuchtrecht – Pulled Pork

Bij vier varkensbedrijven worden niet alleen ongeopende verpakkingen antibiotica aangetroffen, maar blijken ook tweede-keuzemiddelen te zijn geleverd, en ontbreekt de verantwoording
bij de dierenartspraktijk.

Meteen volgen hoge bestuurlijke boetes, die overigens bij de bestuursrechter weer ongedaan worden gemaakt. Het dossier gaat echter ook naar de klachtambtenaar voor een tuchtzaak waarbij 1500 Euro onvoorwaardelijke boete wordt geëist. In de tuchtzaak komen allerlei details aan de orde maar belangrijk is de basisregelgeving. “Het kanalisatieregime voor antibiotica is per 1 maart 2014 aangescherpt en deze diergeneesmiddelen hebben de UDD-status gekregen. Hoofdregel is dat antibiotica slechts bij dieren mogen worden toegepast door de dierenarts zelf en dat dierhouders geen antibiotica op hun bedrijf op voorraad mogen hebben. In eerdere jurisprudentie werd reeds uitgedragen dat van de dierenarts wordt verwacht alleen tot de inzet van antibiotica te besluiten, als daartoe een onderbouwde veterinaire noodzaak bestaat, gebaseerd op voorafgaande diagnostiek en blijkend uit een controleerbare verslaglegging. De wetgever heeft met betrekking tot de levering van antibiotica in de intensieve veehouderij gekozen vrij gedetailleerd en bindend vast te leggen waar dierenartsen samen met veehouders aan moeten voldoen. Zo dient sprake te zijn van een 1-op-1-relatie tussen dierenarts en veehouder, gebaseerd op een schriftelijke overeenkomst, waarbij de veehouder zich verplicht alle diergeneeskundige zorg (per diersoort) bij deze dierenarts af te nemen. Ook is de dierenarts gehouden de veehouderij te bezoeken met voor vleesvarkens een minimumfrequentie van één keer per maand, waarvan een visiteverslag moet worden gemaakt en waarbij tenminste de gezondheidsstatus van de dieren wordt beoordeeld en het antibioticumgebruik sinds de vorige ronde wordt geëvalueerd. De dierenarts moet samen met de veehouder een jaarlijks te evalueren bedrijfsgezondheidsplan opstellen, specifiek gericht op het bedrijf in kwestie, met daarin een analyse van de gezondheidssituatie van de dieren op het bedrijf en een evaluatie van het diergeneesmiddelen- en het antibioticagebruik in het voorgaande jaar, en daarin tevens opgenomen de voorgenomen maatregelen om de diergezondheidssituatie op het bedrijf te verbeteren en, met een termijnstelling, tot een te benoemen reductiedoelstelling van het antibioticagebruik te komen. Ook moet een bedrijfsbehandelplan worden opgesteld waarin wordt vermeld ten aanzien van welke aandoeningen en indicaties op het bedrijf welke diergeneesmiddelen c.q. antibiotica (door de veehouder zelf) worden ingezet. Voor koppelbehandelingen geldt dat ze altijd vooraf worden gegaan door tenminste een bedrijfsvisite met klinische inspectie van de te behandelen dieren door de dierenarts, waarbij een diagnose met betrekking tot de vermoede bacteriële infectie wordt gesteld en pas dan antibiotica mogen worden geleverd voor een eenmalige behandeling.”

Tweede keuze = verantwoorden

In deze zaak is niet aan alle regelgeving voldaan, maar het VTC erkent dat de regelingen voor inzet van tweede keuze-middelen zijn versoepeld, en dat misschien ook niet alles aan de dierenarts kan worden toegerekend. Als een varkenshouder de instructies niet opvolgt, maar verpakkingen bewaart en op een ander moment inzet, kan dat de dierenarts niet worden aangerekend. Bij de dierenarts moet wel de administratie op orde zijn en moet zeker bij inzet van tweede keuze-middelen worden gedocumenteerd en verantwoord hoe en waarom deze middelen worden ingezet. Waar het Tuchtcollege ook over valt is wel belangrijk: op een of meer bedrijven waren de gezondheids- en welzijnssituaties niet optimaal en dat leidde tot verhoogde infectiedruk en inzet van antibiotica. Daar heeft de dierenarts onvoldoende ingegrepen. Bij verhoogde infectiedruk, en dus de noodzaak om antibiotica in te zetten, moet meer worden gedaan dan alleen een opmerking in visitebrieven. Er moet actief en aantoonbaar aan verbetering worden gewerkt. Omdat de dierenarts beterschap heeft beloofd, en er geen sprake lijkt van kwade opzet, beperkt het Tuchtcollege de maatregel tot een voorwaardelijke boete van 1000 euro. En al die tijd die in het procederen is gaan zitten, heeft de dierenarts niet aan de varkenshouders besteed.

1 In de uitspraak komen meer juridische details aan de orde zoals verjaringstermijnen. De lengte van dit artikel laat bespreking niet toe. ECLI:NL:TDIVTC:2018:23

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen