Tuchtrecht – Trekken aan een …

… dood paard uit 2015, waarover de eigenaar meer dan twee jaar later klaagt. Het Tuchtcollege vindt dat in dit geval acceptabel, al wordt dat in de uitspraak niet uitgelegd.

Tussen maart en mei 2015 wordt dit vijfjarige paard met medicatie behandeld voor hoestklachten, maar omdat deze niet verbeteren, wordt verwezen naar een specialistische praktijk. Endoscopie toont dat een subepiglottiscyste de luchtwegen in de weg zit. Blijkbaar nog niet heel dramatisch, want de dierenarts adviseert dat het ding er op termijn wel uit moet, waarop de eigenaar besluit om dat vanwege wedstrijdplannen met het paard dan maar zo snel mogelijk te doen. Een week later wordt het paard door de chirurg behandeld met een electrocauter, die helaas kort na aanvang van de operatie de pijp aan Maarten geeft. De operatie wordt afgebroken en vier dagen uitgesteld tot na het weekend. In de tussentijd mag het paard op de kliniek blijven. Omdat het paard geen intensive care-patiënt is, valt het onder de gewone zorg, waarbij drie keer per dag een stalronde door een ‘intern’ en een assistent wordt gelopen. Gedurende het weekend zijn er geen bijzonderheden; het paard eet goed, mest goed, heeft geen koorts en gedraagt zich normaal. De dochter van de eigenaar komt ook nog langs om het paard te bezoeken. Om vier uur ’s middags staat het paard normaal in de stal en de schrik is dan ook groot als de dierenarts die zondagavond om 22 uur de laatste ronde loopt, het paard dood in de stal aantreft.

Raadsels in het graf

Maandagochtend belt hij de eigenaar, waarna sectie wordt verricht. De sectie bevestigt de diagnose van de subepiglottiscyste en zegt erbij dat deze forse cyste zeer waarschijnlijk de ademhaling heeft belemmerd en dat dit mogelijk tot het overlijden heeft geleid. Andere veranderingen die deze plotselinge dood kunnen verklaren zijn niet gevonden. Of het paard ook bij de eigenaar dood in de stal had gelegen als de operatie niet die week had plaatsgevonden, zal voor altijd een raadsel zijn. De eigenaar stelt de dierenartsenpraktijk aansprakelijk en begint een tuchtzaak als de claim wordt afgewezen. De operatie had niet mogen worden uitgesteld, er zou niet voldoende controle zijn geweest, de cyste is door de gestaakte operatie losgeraakt en trouwens, de dochter van de eigenaar was zondagochtend op bezoek en heeft toen tegen iemand gezegd dat ze vond dat het paard een uitgebluste indruk maakte. Ze heeft verder geen afwijkingen gezien – ontdekt het Tuchtcollege tijdens de zitting. Alleen is niet bekend wie ze hierover heeft gesproken en daar
komt ook niemand meer achter.

Verslaglegging is redding

Allereerst mag een tuchtrechtelijke klacht alleen gaan over de behandelend dierenarts. De beklaagde dierenarts heeft het paard opgenomen, de operatie geadviseerd en is eindverantwoordelijk maar heeft niet zelf geopereerd. Daarmee zijn alle klachten over de operatie zelf niet-ontvankelijk. Ook is niet duidelijk wie er nu met de dochter van de eigenaar heeft gesproken. Wel duidelijk is de verslaglegging waarin alle controles en observaties zijn genoteerd. Verslaglegging is niet bedoeld om ieder detail van een ronde te noteren, maar gaat om de zorg en monitoring die noodzakelijk zijn. Voor een intensieve patiënt kan dat anders zijn, maar hier is sprake van een electieve patiënt. Daarvoor is een controle drie keer per dag door een ‘intern’ en een assistent voldoende. Nu nergens afwijkingen zijn geconstateerd, de patholoog de diagnose wel heeft bevestigd maar ook niet helemaal zeker was over de doodsoorzaak en het uitvallen van een electrocauter gewoon onder het kopje ‘pech’ valt, is de klacht tegen de dierenarts misschien wel ontvankelijk, maar niet gegrond. De procedure heeft daarmee bijna dezelfde leeftijd bereikt als het paard zelf.

Tekst Iaira Boissevain, advocaat praktisch dierenrecht bij BvDv advocaten, schrijft op persoonlijke titel.
Illustratie Henk Vrieselaar

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen