Vaccinatiegraad gezelschapsdieren reden tot zorg

Rond nut en noodzaak van humane vaccinaties woedt een verhit publiek debat. Fanatieke ‘antivaxxers’ gaan de strijd aan met experts over de vermeende kwalijke bijwerkingen. Hoe hierop het beste kan worden gereageerd is op zichzelf reden voor nader onderzoek. Anderen maken zich juist zorgen over de dalende vaccinatiegraad; je hebt immers niet alleen jezelf ermee als het misgaat. En dan blijkt de bereidheid tot vaccineren ook nog te verschillen per ziekte: voor meningokokken zijn de vaccins niet aan te slepen. Niets zo onvoorspelbaar als een mens! Ook over het vaccineren van gezelschapsdieren dringen kritische geluiden  de spreekkamer binnen.

Een goede reden om het onderwerp eens aan een veterinaire blik te onderwerpen. De vaccinatiegraad is met 55 procent en 25 procent bij respectievelijk honden en katten licht dalend (hond) tot stabiel laag (kat). Universitair hoofddocent Herman Egberink van de faculteit Diergeneeskunde vindt dan ook dat de vaccinatiegraad omhoog zou moeten. “We gaan ervan uit dat de meeste jonge dieren de basisvaccinaties wel krijgen, maar als ze ouder worden neemt de bereidheid af.” Is dat erg? “Dat ligt genuanceerd”, is het vriendelijke antwoord. “Voor degene die zijn dier regelmatig laat vaccineren is het niet zo erg, want zijn dier is goed beschermd. Maar naarmate de ongevaccineerde, gevoelige populatie groter is, bestaat er een groter risico op uitbraken als de infectiedruk hoger wordt.” Het hangt van de ziekte af of dit een groot probleem is. Egberink legt uit: “Als het overgrote deel van de populatie goed gevaccineerd is, kan het in bepaalde gevallen zelfs wenselijk zijn dat het virus circuleert, want dan wordt de immuniteit onderhouden door herinfecties die niet tot ziekte leiden. Maar dit geldt niet voor alle ziekten.” Kort samengevat moeten de degenen die hun dier goed willen beschermen, trouwer vaccineren naarmate de vaccinatiegraad lager is. Want van ‘herd immunity’ is gemiddeld genomen pas sprake bij een vaccinatiegraad van pakweg 70 procent.

Voorzichtig vaccineren

Dat brengt ons op de vraag: hoe zit het met vaccineren in de praktijk? Egberink herkent de ‘humane’ trend om voorzichtiger dan voorheen te zijn met vaccineren. Sommige dierenartsen spelen hierop in door te vaccineren op geleide van de titer. “Daar zijn weliswaar argumenten voor,” vindt Egberink. “Maar eerlijk gezegd weten we niet helemaal precies bij welke titer het individuele dier nog beschermd is, vooral niet bij pups en kittens. De adviezen van ‘schemacommissies’ zijn gebaseerd op studies bij grote aantallen dieren.” Hij is dus van mening dat zeker voor de basisvaccinaties (de vaccinaties bij jonge dieren tegen de ‘core diseases’) het toepassen van een erkend vaccinatieschema goed te verdedigen is. En er zijn ziekten waarvoor je sowieso jaarlijks zou moeten vaccineren, omdat de bescherming snel afneemt. Bij honden is dat bijvoorbeeld leptospirose en bij katten die buiten komen, niesziekte. “Als je die dieren toch elk jaar ziet, kun je best op geleide van de titer de andere vaccinaties uitstellen. Of volgens vaccinatierichtlijnen om de drie jaar vaccineren.” Egberink: “Het kan dus allebei. Maar het brengt ons wel bij het volgende vraagstuk, namelijk de gevoeligheid en de betrouwbaarheid van de testen. Hierachter gaat een hele wetenschap schuil.” En dan heeft hij het nog niet gehad over vastlegging van gegevens. “Je moet ook de vaccinatiehistorie van je patiënten goed administreren en deze informatie betrekken in je advies.” Dit klinkt simpel, maar dierenartsen schijnen de vaccinatiegraad bij hun klantenbestand stelstelmatig te hoog in te schatten. Van honden en katten die het afgelopen jaar bij de dierenarts zijn geweest, wordt gemiddeld maar 40 tot 60 procent gevaccineerd.

Verdere verfijning

En dan is er nog een grote groep dieren die zich (geheel) aan het zicht van de dierenarts onttrekt. “De deskundigen zijn het unaniem eens dat je veel gezondheidswinst zou behalen als je de populatie weet te bereiken die niet of nauwelijks wordt gevaccineerd,” aldus Egberink. “Als de gevoelige, ongevaccineerde populatie relatief kleiner is, heb je meer ‘speling’ bij het optimaliseren van het vaccinatieschema. Dat geldt ook voor de basisvaccinaties, waarbij de maternale immuniteit een belangrijke rol speelt. Daarbij is de relatie tussen de titer en de mate van bescherming namelijk minder duidelijk. ”Verdere verfijning van de vaccinatieschema’s – tot op individueel niveau – is eigenlijk alleen mogelijk als we meer weten over de ongevoelige populatie. Zijn vrijwel alle dieren in de omgeving gevaccineerd, dan loopt een dier dat om de één of andere reden nog niet kan of mag worden gevaccineerd, niet meteen een groot risico. We fantaseren even of het mogelijk zou zijn de eigenaren te bereiken die nu niet of nauwelijks naar de dierenarts gaan. Zeker bij katten zou het zeer wenselijk zijn de vaccinatiegraad te verhogen. En dat zou gepaard kunnen gaan met het verzamelen van meer gegevens over de vaccinatiehistorie bij grote aantallen dieren. Egberink: “We hebben nu alleen de data van de vaccinfabrikanten, waarbij we er gemakshalve van uitgaan dat een verkocht vaccin daadwerkelijk wordt toegediend.” Tijdens het gesprek ontstaan prachtige ideeën voor praktijkgericht onderzoek.

Systematische gedragsverandering

De vraag ‘hoe bewegen we eigenaren hun dier (regelmatig) te laten vaccineren?’ leggen we voor aan Rob Ruiter, hoogleraar toegepaste sociale psychologie aan de Universiteit Maastricht. Hij doet onderzoek naar de vaccinatiebereidheid bij mensen, bijvoorbeeld hoe je de griepvaccinatie kan promoten bij gezondheidswerkers. Of hoe je de acceptatie kunt verbeteren van de vaccinatie tegen humaan papillomavirus (HPV) dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Zijn onderzoek valt allemaal onder de paraplu ‘de planmatige ontwikkeling van op theorie en empirie gebaseerde gedragsinterventies’ – samengevat onder de noemer ‘Intervention Mapping’. Met eigenaren van dieren heeft hij nog niet veel van doen gehad, al is hij recent betrokken geraakt bij ‘one health’-onderzoek naar antibioticaresistentie. “Maar ik vermoed dat een eigenaar zich ongeveer zal gedragen als een ouder of mantelzorger,” filosofeert hij. “Vaccinatie is ook een kwestie van solidariteit. Bij mensen werkt het precies zo: degenen die zich niet (kunnen) laten vaccineren zijn beter beschermd als de rest het wel doet.” Ruiter legt uit dat het in elk geval gaat om menselijk gedrag. “Een eigenaar moet een beslissing nemen. De factoren die aan die beslissing ten grondslag liggen, vormen de aangrijpingspunten voor de mogelijke interventies. En misschien is het goed om meteen te zeggen dat ‘goed geïnformeerd zijn’ niet volstaat om te komen tot gedragsverandering. Mensen blijven bijvoorbeeld roken, terwijl ze heel goed weten hoe slecht het is voor hun gezondheid.”

Gebalanceerde communicatie

“Het helpt ook niet om mensen te overtuigen van de voordelen van vaccinatie. Dat is de afgelopen jaren keihard gebleken bij de daling van de vaccinatiegraad tegen HPV.” legt Ruiter uit. “Ons onderzoek liet zien dat het belangrijk is dat bepaalde mensen zelf een goede afweging willen maken van de voor- en nadelen. Dat vraagt om een gebalanceerde communicatiestrategie waarin ook aandacht wordt besteed aan – vaak kritische – informatie die bijvoorbeeld circuleert op sociale media.” De acceptatie van de HPV-vaccinatie kon worden verbeterd met een web-based interventie, gericht op moeders. “Ze worden gevraagd te reageren op stellingen die betrekking hebben op de afweging die ze samen met hun dochters moeten maken. In het geval van het seksueel overdraagbare HPV gaat het dan ook over onbeschermde seks.” Naarmate de mensen de interventie verder hadden doorlopen, nam de bereidheid tot vaccinatie toe. “Het is heel belangrijk precies te snappen waarom mensen iets wel of juist niet doen. Zo weet iedereen dat condooms nuttig zijn, maar het bijbehorende gedrag is heel complex.” Ruiter vertaalt het naar het vaccineren van dieren als volgt: “Er is zeker eigenbelang in het spel – je wilt bijvoorbeeld je kind geen verdriet doen door zijn lievelingsdier niet te vaccineren. Maar er kan ook sprake zijn van sociale druk. Je moet dus weten hoe beslissers in de omgeving van eigenaren zich verhouden tot vaccineren.” En hij benadrukt het belang van de praktische aspecten. “Het kan in kleine dingen zitten, bijvoorbeeld dat het stress geeft om het dier in een mandje te stoppen.”

Overschatting vaardigheden

Als je weet wat de beslissing tot vaccineren bepaalt, kun je een interventie ontwerpen om het gedrag in een gewenste richting te sturen. Informatie die gegeven wordt, heeft meestal betrekking op het laten inzien van voor- en nadelen, de sociale norm – mensen doen vooral wat anderen doen en goedkeuren – en het versterken van het vertrouwen in eigen kunnen. “Je kunt het gewenste gedrag gemakkelijker maken. Als de kosten een bepalende factor zijn, kun je daar bijvoorbeeld wat mee doen,” legt Ruiter uit. “En in dit verband is de sociale norm ook interessant. In hoeverre is het sociaal geaccepteerd om je dier niet te vaccineren? Je werkt immers indirect mee aan het verspreiden van de ziekte.”

Maar ook de vraag ‘kan ik het?’ is relevant. Ruiter: “Bij risicogedrag zijn we geneigd de eigen vaardigheden te overschatten. Bijvoorbeeld met Whatsappen in de auto. We weten heel goed dat het gevaarlijk is. Maar het blijkt verschrikkelijk moeilijk een oproep te negeren.” In zo’n geval werkt een technische innovatie – een autostand – vaak beter dan het geven van informatie. De tool voorkomt het ongewenste gedrag. “Maar let op,” waarschuwt Ruiter: “Een tool werkt alleen als die in lijn ligt met wat we zelf willen doen of laten – zoals niet appen in de auto.” Ook bij het vaccineren van dieren is het interessant om te bezien of mensen onzeker zijn over de gang met hun dieren naar de dierenarts. Ruiter: “Sommigen voelen zich misschien bezwaard om hun dier dit aan te doen, ongeacht de bescherming die ermee wordt gegeven.” Veel mensen schijnen ook liever het risico op griep te lopen dan de negatieve gevolgen te ondervinden van de vaccinatie. Dus zien ze ervan af. ‘Omission bias’ heet dat in de sociale psychologie. Misschien helpt ‘Veterinary Intervention Mapping’ om het tij te keren? Ruiter ziet zeker mogelijkheden.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen