Veterinaire communicatie melkveehouder en dierenarts

Tijdens de bijeenkomst van het Uiergezondheidspanel gaf Christian Scherpenzeel inzicht in de houding van melkveehouders en dierenartsen ten opzichte van antibioticagebruik in de melkveehouderij. Zijn verhaal komt voort uit de resultaten uit zijn proefschrift over ‘Selectief droogzetten van melkkoeien’ en een deel was het resultaat van recent uitgevoerd praktijkonderzoek.

In 2013 werd in Nederland het preventief gebruik van antibiotica in de diergeneeskunde verboden. In 2014 werd de richtlijn droogzetten geïmplementeerd, waarbij alleen koeien en vaarzen met een koecelgetal boven de 50.000 cellen/ml respectievelijk 150.000 cellen/ml op de laatste melkproductieregistratie voor droogzetten met droogzetantibiotica mogen worden drooggezet. Dierenartsen moesten melkveehouders ervan zien te overtuigen dat er een werkbaar alternatief was voor het standaard droogzetten van alle koeien met antibiotica. De dierenarts was destijds niet alleen met diergezondheid bezig, maar ook met de motivatie en mindset van de veehouder om de diergezondheidszorg te verbeteren. Dit vroeg ook zeker bij de dierenarts om een actieve verandering van attitude
en mindset.

Mindset?

In algemene zin is de mindset het geheel van wat iemand wil, weet, gelooft en ervaart. Mensen willen meestal wel veranderen, maar willen niet veranderd worden. Dit geldt dus ook voor melkveehouders en dierenartsen. Scherpenzeel onderzocht in het kader van zijn proefschrift de mindset van Nederlandse melkveehouders en rundveedierenartsen ten aanzien van het gebruik van (droogzet-)antibiotica bij melkkoeien.

Boer, droogzetten & uiergezondheid

Uit eerder onderzoek is gebleken dat de mindset en het vakmanschap van de melkveehouder van invloed is op de uiergezondheidssituatie. De eerste onderzoeksvraag in relatie tot selectief droogzetten richtte zich op wat de kennis, houding en gedrag van melkveehouders ten aanzien van selectief droogzetten met antibiotica voorafgaand aan het invoeren van de richtlijn droogzetten in 2013. Wat waren de belemmeringen en hoe breed was het draagvlak voor selectief droogzetten? Om antwoord te krijgen op die vragen hebben zo’n tweehonderd melkveehouders een telefonische vragenlijst ingevuld, waarvan de resultaten dienden als nulmeting. In 2016/2017 is, gefinancierd door ZuivelNL, opnieuw een telefonische enquête uitgevoerd onder een representatieve steekproef van melkveehouders om te bepalen hoe het drie jaar na invoering van het selectief droogzetten gesteld was met kennis, houding en gedrag. Hieraan deden in totaal zo’n 266 melkveehouders mee. Het doel van dit onderzoek was tevens het effect van selectief droogzetten op uiergezondheid en diergezondheid in het algemeen vast te stellen. De deelnemende veehouders hadden daarvoor alle klinische mastitisgevallen en droogzetbehandelingen op hun bedrijf nauwkeurig bijgehouden. Daarnaast werden de routinematig verzamelde data van I&R, MediRund en CRV meegenomen in het onderzoek.

Resultaten

Met behulp van de gevalideerde ‘Mastitismonitor’ werden gemiddeld 27,4 gevallen van klinische mastitis per 100 koeien per jaar gemeten in 2016/2017 ten opzichte van 32,2 gevallen in 2013. Van de deelnemende veehouders paste 99 procent in 2016/2017 selectief droogzetten toe, wat resulteerde in 53 procent minder droogzetantibiotica ten opzichte van 2013. Van de melkveehouders maakte 77 procent gebruik van inwendige speenafsluiters (zogenoemde ‘teatsealers’), bij gemiddeld 55 procent van de droog te zetten koeien. De melkveehouders kregen daarnaast een aantal stellingen voorgelegd, waarvan hen gevraagd werd aan te geven in welke mate zij het met die stellingen eens waren. De uitkomsten laten zien dat de meeste melkveehouders overwegend positief stonden tegenover het nieuwe antibioticumbeleid. Als specifieke positieve aspecten werden kostenbesparingen, verbetering van de volksgezondheid en het imago van de sector genoemd.

Dierenarts, droogzetten & uiergezondheid

In maart 2015 kregen alle Nederlandse geborgde rundveedierenartsen (n=648) een uitnodiging per e-mail voor het invullen van een digitale enquête over hun attitude ten opzichte van antibioticagebruik in het algemeen en selectief droogzetten in het bijzonder. Er kwamen 181 bruikbare vragenlijsten terug (28%) die een goede representatie gaven van de Nederlandse rundveepracticus. De dierenartsen werden op basis van vooraf vastgestelde criteria geclusterd in drie categorieën: gunstig gestemd (n=70), neutraal (n=51) of ongunstig gestemd (n=60) ten opzichte van antibioticumreductie in de melkveehouderij. De demografie van de cohorten werd beschreven en de antwoorden op de vragen en stellingen werden geanalyseerd met behulp van een ‘principal component’ analyse. De belangrijkste conclusies van dit onderzoek laten zien dat de mindset van de Nederlandse rundveedierenarts ten opzichte van antibioticareductie positief is. De mediane leeftijd van de ongunstig gestemde rundveedierenarts (47 jaar; p25-p75:33-55) bleek significant hoger dan de mediane leeftijd van de gunstig gestemde rundveedierenarts (39 jaar; p25-p75:32-48). Rundveedierenartsen kunnen hun adviesvaardigheden optimaliseren door het stellen van de juiste vragen en meer te luisteren in plaats van het invullen voor de melkveehouder. Melkveehouders lijken zich beter te kunnen aanpassen aan (gedrags)verandering dan dierenartsen.

Tekst Maria Morselt – Foto Margriet Nijenhuis

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen