Waarmee moet je rekening houden bij bereikbaarheid en diensten?

Dierenartsen hebben een zorgplicht (Artikel 4.2. Wet dieren) ten opzichte van een dier met betrekking tot welke hun hulp is ingeroepen en in geval van nood. Dit betekent dat er voor diereigenaren te allen tijde diergeneeskundige hulp beschikbaar moet zijn, ook buiten kantooruren.

Telefonische bereikbaarheid tijdens dienst

Het is de verantwoordelijkheid van de dienstdoende dierenarts goed telefonisch bereikbaar te zijn voor eventuele hulpvragen. Onbereikbaarheid tijdens de dienst is tuchtrechtelijk verwijtbaar, ook als er sprake is van fouten bij doorschakeling van de telefoon. Controleer daarom altijd of de telefoon goed is doorgeschakeld naar de dienstdoende collega.

Beoordeling hulpvraag

De dierenarts is verplicht een adequate anamnese af te nemen, om zich er na grondig uitvragen van te overtuigen of directe spoedeisende hulp wel of niet noodzakelijk is. Op grond van de verkregen informatie kan een beslissing worden genomen over de termijn waarop behandeling van het dier noodzakelijk of acceptabel is. Laat bij twijfel het dier altijd naar de praktijk komen voor onderzoek!

Tijdslimiet

Zowel in de wet als door het tuchtcollege is geen tijdslimiet vastgesteld waarbinnen een dierenarts in geval van spoed op de praktijk moet zijn. Voor acute huisartsenzorg en ambulances wordt bij spoedgevallen 15 minuten aangehouden (LHV-richtlijnen bereikbaarheid en beschikbaarheid huisartsenvoorzieningen 2013). Terwijl voor de aanwezigheid van een mobiel medisch team bij ongevallen 30 minuten geldt (RIVM zorgatlas 2018). Op basis daarvan kan voor een gezelschapsdierenpraktijk 30 minuten als vuistregel worden aangehouden. Uiteraard is het afhankelijk van de omstandigheden en de mate van spoed of het noodzakelijk is om daadwerkelijk binnen 30 minuten op de praktijk aanwezig te zijn. Het is belangrijk hier tijdens het eerste telefonische contact met diereigenaren goede afspraken over te maken.

Geen dienst(en)?

Indien de eigen praktijk/dierenarts geen dienst heeft moet de eigenaar zonder onnodige tussenstappen te weten kunnen komen waar diergeneeskundige hulp kan worden gevonden. Een mededeling op het antwoordapparaat als “Ik ben niet aanwezig, belt u alstublieft een collega.” is niet voldoende.
Heb je geen dienst, maar word je toch benaderd voor diergeneeskundige hulp, dan ben je in principe verplicht (vaste jurisprudentie) om te controleren in hoeverre er sprake is van een noodsituatie. Als blijkt dat direct spoedeisende zorg noodzakelijk is, dien je deze ofwel zelf te verlenen ofwel door te verwijzen naar een dienstdoende collega die bereikbaar en beschikbaar is. Op basis van een adequate anamnese en eventueel andere factoren (bijvoorbeeld reistijd) is het aan de dierenarts om te beslissen wat in het belang van het dier het meest aangewezen is.

Binnen de beroepsgroep is er geen eenduidige opvatting over veterinaire dienstverlening buiten de reguliere werktijden. De KNMvD-dienstenleidraad is opgesteld om hier nader invulling aan te geven. In de leidraad is bestaande jurisprudentie van het Veterinair Tuchtcollege opgenomen.

Tekst Michelle van der Gracht, dierenarts en beleidsmedewerker KNMvD

Foto door rawpixel.com – Pexels

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen