Willen consumenten en burgers hetzelfde?

De centrale vraag van alweer het twaalfde Farm Animal Well Being Expert Forum was: willen consumenten en burgers hetzelfde? Op het eerste gezicht lijkt dit niet het geval en toch zullen we als sector mee moeten in beide werelden. Dat vraagt vooral om samenwerking tussen alle sectorpartijen, belangenbehartigers en de overheid. Dierenartsen kunnen een cruciale rol spelen om de dierlijke productieketen duurzamer te maken met optimaal welzijn voor landbouwhuisdieren.

Tekst: Monique Driesse – Boehringer Ingelheim, Erwin Hoogland – voorheen voorzitter cluster LBH KNMvD, Bauke Harm van de Heide – Dierenartsen Skarsterlan, Betsie Krattley – ULP, Rebecca van Bodegraven – DGC Zuid-Oost Drenthe.

De centrale vraag van alweer het twaalfde Farm Animal Well Being Expert Forum was: willen consumenten en burgers hetzelfde? Op het eerste gezicht lijkt dit niet het geval en toch zullen we als sector mee moeten in beide werelden. Dat vraagt vooral om samenwerking tussen alle sectorpartijen, belangenbehartigers en de overheid. Dierenartsen kunnen een cruciale rol spelen om de dierlijke productieketen duurzamer te maken met optimaal welzijn voor landbouwhuisdieren.

Laura Higham van FAI Farms deed de aftrap van het Forum en sprak over de ‘citizen shift’. Deze wordt gedreven door individuen die een meer positieve samenleving willen creëren, inclusief het gebruiken van hun koopkracht om aan te sturen op ethische voedselvoorziening. Zij zijn geïnteresseerd in het welzijn van de dieren achter de eieren, vlees- en melkproducten.
De BVA (Britse vereniging voor dierenartsen) is recent de #ChooseAssured-campagne gestart om de dialoog tussen dierenartsen en burgers te bevorderen, met als doel dat de laatste bewuste, weloverwogen aankoopbeslissingen nemen voor producten van dierlijke herkomst. Onderdeel van de campagne is een infographic van verschillende programma’s en hun leveringsvoorwaarden en de betekenis van de bijbehorende productlabels, waaronder dierenwelzijn. Het meest opvallende zijn de verschillen op het gebied van welzijn waarbij in enkele gevallen niet eens voldaan wordt aan de vijf vrijheden. Overigens is er een verschuiving gaande van de vijf vrijheden, die gaan over het afwezig zijn van negatieve omstandigheden, naar het aanwezig zijn van positieve ervaringen. Die hebben betrekking op comfort, plezier, interesse, vertrouwen en keuzevrijheid (bijvoorbeeld in aangeboden rantsoen of grazen). Het aanpakken van de oorzaak van problemen, waaronder genetica en stalontwerp is ook een punt van aandacht.

Bereidheid tot betalen
Lynn Frewer, Universiteit van Newcastle, ging verder in op het aankoopgedrag van mensen. “We are all experts and citizens”, gevoelig voor (wetenschappelijke) argumenten, maar ook gedreven door emoties. Er zijn verschillende studies gedaan naar consumentengedrag met betrekking tot hun ‘willingness to pay’, houding, waarden en plichtsbesef ten aanzien van dierlijke producten en welzijnstandaarden. Consumenten zijn bezorgd over de impact van verminderd dierenwelzijn op voedselveiligheid en -kwaliteit. Tegelijkertijd komt de bezorgdheid over het welzijn en het houden van dieren voor de voedselproductie niet overeen met de aankoop en consumptie van dierlijke producten. De verkoopcijfers van welzijnsvriendelijke producten zijn veel lager dan de waargenomen zorgen hierover. Dit suggereert een discrepantie tussen de rol van een persoon als burger en als consument. De bereidheid meer te betalen voor beter dierwelzijn verschilt voor diersoorten; de bereidheid is het hoogst voor melkkoeien, het laagst voor varkens en voor legkippen meer dan voor slachtkuikens. Ook zijn sociale-demografische verschillen aanwezig; vrouwen, hogere inkomens en -opleiding, West- en Zuid-Europa zijn bereid om meer te betalen. Deze bereidheid daalt bij hogere leeftijd. Hoewel burgers vinden dat alle belanghebbenden verantwoordelijk zijn voor dierenwelzijn en de consument het minst, hebben consumenten er het meeste invloed op.

Is melk goed of fout?
De wereld van de consument en de wereld van de burger kunnen dus nogal van elkaar verschillen. Bedrijven betrokken bij de productie van dierlijke producten gaan hier op verschillende manieren mee om. Zo bevestigde Robert Erhard van Nestlé dat consumenten steeds vaker willen weten waar het product vandaan komt, wat er in zit en hoe het gemaakt wordt. Daarom is transparantie in de voedselketens essentieel. Nestlé produceert volgens het Dairy Sustainability Framework en haar duurzaamheidsindicatoren. Hij stelde als voorbeeld “Is melk goed of fout?” en noemde de water-voetprint, CO2-emissie, biodiversiteit, et cetera. Het heeft allemaal met communicatie te maken, hoe breng je de boodschap bij de consument. Nestlé was mede-ontwikkelaar van een B2B (business to business) model, via het Sustainable Agriculture Iniative Platform, waarin meer levensmiddelenbedrijven vertegenwoordigd zijn. Het doel van dit platform is elkaar te kunnen aanspreken op de duurzaamheidsdoelstellingen en wat er op dit gebied bereikt is. Erhard benadrukte dat voor radicale veranderingen samenwerking tussen stakeholders fundamenteel is.

Maximaliseren van het potentieel van elk dier
Dr. Jeff Brose, Cargill Animal Nutrition in de VS gaf ook aan dat transparante samenwerking nodig is om dezelfde waarden te delen voor het welzijn en het verzorgen van dieren die ons voedsel en kleding produceren. Cargill’s Dairy IntergrityTM Services helpt met het laten aansluiten van waarden in de keten; van veehouder, verwerker en verpakker tot aan de consument. De aangesloten melkveebedrijven worden op kritische integriteitsgebieden, waaronder welzijn en duurzaamheid, beoordeeld en zo nodig getraind.
Rob Drysdale van StraightLine Beef, VK haalde een voor de burger gevoelig onderwerp aan, namelijk beter gebruik van alle kalfjes die geboren worden. We hebben de ethische verplichting om het aantal ‘ongewenste’ kalveren (stiertjes) te verminderen, kalversterfte en -ziekte te reduceren en de voederconversie te maximaliseren van alle potentiele eiwitbronnen voor voedselproductie. StraightLine Beef produceert ‘dairy bred beef’ via verschillende systemen, die als doel hebben het potentieel van elk dier te maximaliseren of dat nu een Jerseystierkalfje is of een Angusvaars. Praktische zaken om direct toe te passen: gebruik vleesstieren voor melkvee waar je geen kalf van wilt aanhouden, laat dieren extra dagen open als je geen dieren nodig hebt. Voor Drysdale heeft duurzaamheid zowel betrekking op sociale en economische aspecten als op de omgeving, het milieu en klimaat. Het is belangrijk als ondernemer draagvlak te hebben uit je directe omgeving (buren) voor wat je aan het doen bent.

Investeerders en belanghebbenden
Naast consumenten en burgers zijn er ook investeerders en belanghebbenden met belangen. Hiervoor is in 2012 de Business Benchmark on Farm Animal Welfare opgericht. Volgens Rory Sullivan van Chronos Sustainability, Verenigd Koninkrijk is het doel van deze benchmark dierenwelzijn te verbeteren en resultaten te rapporteren, zodat investeerders en andere stakeholders een onafhankelijke en betrouwbare beoordeling van de levensmiddelenbedrijven kunnen inzien. Een belangrijke bevinding van de benchmark uit 2018 is dat welzijn een belangrijk issue is voor toonaangevende bedrijven en een sterke economische drijfveer is om hierop acties te ondernemen. De benchmark leidt ook tot het verbeteren van management en speciale ‘commitments’ ten aanzien van ‘emerging areas’, zoals het vermijden van (opsluiting in) krappe huisvesting, het gebruik van antibiotica, lange afstand transporten en het beschikbaar stellen van verrijkingsmaterialen.
Drijfveren voor verandering voor bedrijven zijn:
• Het herkennen van welzijn van productiedieren als een mogelijk bedrijfsrisico;
• Het herkennen van welzijn van productiedieren als een strategische kans;
• De vraag van consument en klant;
• Interesse en belangen van investeerders.

En dan gedrag…
Naast het verschil in gedrag van de burger ten opzichte van de consument is het gedrag van mensen in veel bredere zin van grote invloed op het welzijn van dieren, ieder in zijn eigen rol. Zo heeft de overheid invloed door regels te maken, de vervoerder door rustig te rijden en de dierenarts door lang genoeg te wachten tot de pijnstiller werkt.
Om te begrijpen hoe het welzijn van dieren verbeterd kan worden, is het dus belangrijk te weten wat de behoeften van dieren zijn en hoe deze worden beïnvloed door het gedrag van mensen. Gedragswetenschap helpt vervolgens humaan gedrag met betrekking tot dierwelzijn beter te begrijpen. Anna Wilson en Katie Morton van Innovia, Verenigd Koninkrijk gaven via een interactieve workshop praktisch advies over hoe je gedrag van veehouders en andere professionals kunt veranderen. Het COM-B (capability, opportunity, motivation- behavior) model (zie figuur) helpt te bepalen waarom een individu of een groep zich wel of niet aanpast of betrokken voelt en vormt de basis voor interventies om gedrag te veranderen. Zo is training als interventie passend bij het aanpassen van zowel fysieke als psychologische vaardigheden. Een voorbeeld is een training voor veehouders waarbij wordt geleerd om snel pijnsignalen te herkennen bij dieren.

Objectieve beoordeling van pijn
Het is niet eenvoudig om welzijn te verbeteren en ieders belangen te behartigen, ook wetenschappelijk gezien zijn er nog hiaten. Dit blijkt ook uit onderzoek naar pijnparameters. Marianne Villettaz Robichaud, Universiteit van Montreal, Canada deelde de nieuwste studieresultaten over de stressvolle periode rondom afkalven, die geassocieerd wordt met een hogere kans op ziekte, verwonding en sterfte. Het afkalven zelf wordt door veehouders en dierenartsen ingeschat als pijnlijk, zeker als er hulp bij nodig is. Het is lastig om pijn objectief te beoordelen. Indicatoren van pijn rondom kalven zijn sta- en ligtijd, het afwisselen ervan en het wisselen van posities kunnen aanwijzingen zijn van ongemak. Liggen is een belangrijkste prioriteit en koeien hebben dan ook een hoge motivatie voor een comfortabele ligplaats. Ziekten hebben echter invloed op het liggedrag, ook zijn er verschillen tussen primipare en multipare dieren, waardoor ligtijd een lastige parameter is en de associatie tussen ligtijd en koecomfort rondom afkalven onduidelijk is.
Pijn onderzoek in dieren is uitdagend. Fysiologische en/of gedragsparameters worden door mensen geïnterpreteerd en geven een indruk van de pijnervaring van het dier. Er is toegenomen bezorgdheid voor dierwelzijn en daarmee aanleiding tot aanbevelingen en wetgeving voor pijnbestrijding en –preventie. Het is in het belang van het dier, dat de aanbevelingen “evidence based” zijn. Dit biedt ook het voordeel, dat het het draagvlak onder veehouders en stakeholders vergroot, om deze over te nemen en op te volgen. “Echter, het is essentieel om te onthouden dat dieren zonder pijn mogelijk nog steeds geen goed welzijn hebben,” aldus Charlotte Winder van de Universiteit van Guelph, Canada.

AMR een welzijnsprobleem
Toch zijn er soms verrassende gelijkenissen tussen drijfveren, die kunnen bijdragen aan een hoger welzijn. Professor Xavier Manteca van de Autonome Universiteit van Barcelona, Spanje wist een fascinerende link te leggen tussen antimicrobiële resistentie (AMR) en dierenwelzijn. Manteca stelde hiervoor twee vragen:
1) Is AMR een welzijnsprobleem?
2) Kan het gebruik van antimicrobiële middelen verminderd worden door beter dierwelzijn?
Fysiologische gezondheid is een onderdeel van het welzijn en dieren die ziek zijn hebben verminderd welzijn en moeten behandeld worden, soms ook met antibiotica. Voorbeelden bij rundvee die voor welzijnsproblemen zorgen en tot antibiotica gebruik en mogelijk tot AMR leiden zijn; mastitis, kreupelheid, respiratoire aandoeningen en metritis. Al deze aandoeningen zijn pijnlijk en geven ongemak. Maar ook kalfjes die kleine hoeveelheden melk(vervanger) krijgen, terwijl ze veel grotere hoeveelheden zouden op nemen als ze ad lib gevoerd worden, hebben chronische honger en stress. Stress, met name langdurige stress, vergroot het risico op ziekte. Zo heeft transport stress bij stieren een aangetoond effect op de expressie van neutrofiel-genen. Een ander voorbeeld is stress als gevolg van vroegtijdig spenen, dat een langdurig effect heeft op de darmgezondheid en verhoogde kans op diarree voor maanden.
Een positieve emotionele status (positief welzijn) verbetert de immuun functie, dit is ook aangetoond bij mensen; een positieve stemming op de dag van vaccinatie heeft een positief voorspellende waarde voor de effectiviteit van de vaccinatie. Onderzoek bij dieren toont aan dat verrijkingsmateriaal een positief effect heeft en dieren beter kunnen omgaan met de negatieve gevolgen van stress.
De meeste aandoeningen zijn management gerelateerd, denk bijvoorbeeld aan thermisch en fysisch ongemak door onvoldoende strooiselmateriaal en slechte of onvoldoende ligplaatsen. Wat een belangrijke rol speelt is de mens-dier relatie. Angst voor mensen is een serieus welzijnsprobleem en verhoogd ook het risico op gezondheidsproblemen. Manteca concludeert; beter welzijn leidt tot minder ziekte en minder ziekte leidt tot minder antibioticagebruik en minder kans op AMR. AMR is dus ook een welzijnsprobleem. Het is duidelijk dat voor complexe zaken zoals het welzijn van landbouwhuisdieren samenwerking tussen de verschillende stakeholders nodig is, van veehouder tot producent van levensmiddelen. De dierenarts kan hierbij een cruciale rol vervullen om ervoor te zorgen dat de dierlijke productieketen duurzaam is met maximaal welzijn van landbouwhuisdieren.

Het doel van het Farm Animal Well Being (FAWB) expertforum is om kennis uit te wisselen tussen experts en stakeholders, een vertaalslag te maken naar de praktijk voor dierenartsen en veehouders en aandacht te vragen voor welzijn en pijnmanagement van voedselproducerende dieren. Meer informatie op www.farmanimalwellbeing.com.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen