Zoönosen gesignaleerd

Lezing Lof der Geneeskunst

Op 5 oktober jongstleden vond in Rotterdam de dertiende lof der Geneeskunst-lezing plaats. Onze verslaggever Tessa Louwerens was erbij aanwezig. Zoönoses stonden namelijk centraal, zo sprak Ron Fouchier, hoogleraar Moleculaire Virologie aan het Erasmus MC, over zijn onderzoek aan griepvirussen. “Nieuwe griepvirussen bij de mens zijn altijd afkomstig uit het dierenrijk”, vertelt Fouchier. “Telkens als we een zoönose zien, is de vraag: wordt dit de volgende pandemie?” Dat is lastig te zeggen, omdat niet duidelijk is welke eigenschappen van het virus ervoor zorgen dat het tussen mensen kan worden overgedragen. Fouchier: “Vogelgriepvirussen vermenigvuldigen zich in het maagdarmkanaal van de vogel. Daar binden ze aan bepaalde receptoren die erg lijken op de receptoren in de onderste luchtwegen van mensen. Dat verklaart wellicht waarom mensen geïnfecteerd kunnen raken.” Daarnaast vermenigvuldigen vogelgriepvirussen zich het best bij een temperatuur van 42 graden Celsius, de temperatuur van het maagdarmkanaal van de vogels. Dus wanneer een virus overspringt naar luchtwegen van de mens, waar het met 33 graden relatief koud is, dan moet het zich daar op aanpassen. Fouchier zocht naar mutaties die zorgen dat H5N1-vogelgriepvirus ‘airborne’ kan worden in zoogdieren. Naast het kunnen binden aan receptoren in de voorste luchtwegen en het vermenigvuldigen bij lagere temperatuur, bleek ook stabiliteit van het virus een belangrijke rol te spelen. Met de kennis uit Fouchier’s onderzoek kunnen wetenschappers tijdens uitbraken specifiek speuren naar virussen met deze eigenschappen, die mogelijk een volksgezondheidsrisico vormen.
Een volledig verslag lees je onderaan deze pagina.

Deze rubriek belicht binnen- en buitenlandse meldingen op infectieziektengebied. Dit is een selectie van relevante berichten, afkomstig uit drie bronnen: het maandelijks overzicht van zoönosesignalen vanuit het Zoönose Signaleringsoverleg (SO-Z), het wekelijks overzicht vanuit het Signaleringsoverleg (SO) en Inf@ct.

Dierenartsen kunnen zich aanmelden voor het maandelijkse overzicht via
https://signalen.rivm.nl. Hieronder volgt een overzicht tot en met 9 januari 2018.

Binnenlandse signalen

Caseous lymfadenitis

In 2018 is bij twee melkschapen- en een melkgeitenbedrijf Caseous lymfadenitis (CL) aangetoond. De schapenbedrijven hadden los van elkaar schapen geïmporteerd uit Frankrijk, maar het geitenbedrijf had geen dieren geïmporteerd. De bron van deze infectie is niet bekend. Het laatste geval van CL in Nederland betrof een melkgeitenbedrijf in 2015; daarvoor was ons land al jaren vrij van CL, maar in de ons omringende landen komt het nog regelmatig voor bij met name geiten en schapen. CL, veroorzaakt door Corynebacterium pseudotuberculosis, leidt tot abcessen in lymfeknopen en veroorzaakt bij een klein deel van de dieren sterke vermagering. Ook is het een zoönose. Een CL-positief bedrijf mag geen melk leveren zolang er besmette dieren lopen. Als CL eenmaal aanwezig is op een bedrijf is het heel moeilijk om het koppel vrij te krijgen. De bacteriën kunnen lang in de omgeving overleven, maar ook verborgen blijven in regionale lymfeknopen en na jaren weer gaan verspreiden.

Bron | GD.

Buitenlandse signalen

West-Nijlvirus in Europa

In het oosten van Duitsland zijn, nadat twee Laplanduilen in september 2018 geïnfecteerd bleken met West-Nijlvirus (WNV), twee paarden, een persoon en meerdere vogels positief bevonden. De persoon betrof een dierenarts die autopsie had uitgevoerd op een Laplanduil die dood was gevonden in een wildpark. Niet eerder is een uitbraak van WNV in dit deel van Europa gemeld. Voor Zuid- en Zuidoost Europa geldt dat het transmissieseizoen van 2018 voor WNV eerder startte dan gebruikelijk en dat er meer meldingen waren vergeleken met de gehele periode in de voorgaande vijf jaren. Vogels zijn natuurlijke gastheren en muggen (Culex, Aedes) zijn vectoren van WNV. Paarden en mensen worden beschouwd als ‘dead-end hosts’. Zij spelen door de lage viremie na infectie geen verdere rol bij de transmissie door muggen. Bij paarden en mensen kan na infectie een (fatale) neuro-invasieve ziekte met (meningo-)encefalitis, meningitis of myelitis ontstaan. Maar met name bij mensen verloopt de infectie in verreweg de meeste gevallen asymptomatisch of mild (griepachtig ziektebeeld). Bij paarden ontwikkelt ongeveer 8 procent van de geïnfecteerde dieren neurologische verschijnselen, waarbij 70 procent van de aangetaste dieren uiteindelijk herstelt. Spiertrillingen, afwijkend bewustzijn en onzekere gang zijn veel voorkomende verschijnselen bij aangetaste paarden.

Bron | OIE, ECDC, Promed.

Rabiës na terugkeer  uit Marokko

Een patiënt in Engeland is overleden door rabiës. De besmetting vond plaatst na een kattenbeet in Marokko. Rabiës is een dodelijke ziekte, maar niet indien vooraf gevaccineerd wordt of na blootstelling tijdig de juiste post-expositie profylaxe (bestaande uit vaccinatie en indien nodig immuunglobulinen) wordt toegepast. Hoewel honden epidemiologisch het meest van belang zijn als reservoirdieren en bron zijn van het merendeel van de humane rabiësinfecties, kunnen ook andere zoogdieren zoals katten, vossen, wasberen, wasbeerhonden, stinkdieren, hyena’s, apen en vleermuizen het virus overdragen. Rabiës komt voor in meer dan 150 landen en leidt per jaar tot minstens 59.000 slachtoffers, met name in Afrika en Azië.

Bron | PHE, WHO.

 

EXTRA:
Wereldwijd voorbereid op de volgende uitbraak

Tekst: Tessa Louwerens

Nieuwe infectieziekten steken telkens de kop op. Hoe zorgen we dat we beter voorbereid zijn op toekomstige uitbraken? Deze vraag stond centraal tijdens de dertiende lof der Geneeskunst lezing op 5 oktober in Rotterdam.
Op het moment dat we geboren worden zijn we nog honderd procent “mens”, maar op een gegeven moment komt het punt waar je, puur gekeken naar het aantal cellen, voor negentig procent uit micro-organismen bestaat’ , vertelt dagvoorzitter en Maag-Lever -Darmarts, Dr. Ernst Kuipers. En dan is maar goed ook, want deze zijn nodig voor onze afweer, voedselvertering, aanmaak van vitamines en talloze andere vitale functies.
Micro-organismen hebben uiteraard ook een keerzijde. Lange tijd wisten mensen niet wat de oorzaak was van infectieziekten. Tot Antoni van Leeuwenhoek in de zeventiende eeuw micro-organismen aantoonde in oppervlaktewater. Daarna duurde nog een hele poos voordat duidelijk werd dat deze kennis ook gebruikt kon worden om infectieziekten te bestrijden, vertelt Kuipers. Dit gebeurde pas aan het begin van de negentiende eeuw, toen de verloskundige arts Ignaz Wemmelweiss handendesinfectie introduceerde rondom de bevalling en daarmee kraamvrouwenkoorts wist te bestrijden.
Inmiddels zijn de tijden veranderd. Vooral in de Westerse wereld is er goed sanitair en strenge controle op voedselveiligheid. ‘We zien ook dat de diversiteit aan bacteriën in ons lichaam afneemt’ , vertelt Kuipers. ‘Dit zou een oorzaak kunnen zijn voor de toename aan Westerse ziekten, zoals obesitas.’ Maar dat is niet het enige. De wereldbevolking groeit, mensen reizen de hele wereld over, wonen in dichtbevolkte steden, de veehouderij is sterk geïntensiveerd en het klimaat verandert. Infectieziekten verspreiden zich wereldwijd. Denk aan Zika, Ebola en vogelgriepvirussen. Op het moment van een uitbraak is ingrijpen vaak lastig, omdat op korte termijn gebrek is aan betrouwbare diagnostiek, behandelingen en vaccins. Beter voorspellen Daarom is het belangrijk om uitbraken beter te kunnen voorspellen. Zo probeert Ron Fouchier, Hoogleraar Moleculaire Virologie aan het Erasmus MC, te ontrafelen wat dierlijke griepvirussen gevaarlijk maakt voor de mens. ‘Nieuwe griepvirussen bij de mens, zijn altijd afkomstig uit het dierenrijk’,
vertelt Fouchier, In dit geval uit wilde vogels. Zo’n tien procent van de wilde eenden die Nederland in het najaar binnentrekken, is besmet met vogelgriepvirus. Als mens hebben we daar geen last van, maar scharrelkippen en varkens kunnen de virussen oppakken en dan wordt het ook waarschijnlijker dat mensen worden geïnfecteerd. Meestal worden die virussen niet van mens op mens overgedragen. Maar wat als het virus zich aanpast? Fouchier: ‘ Telkens als we een zoönose zien, dan is de vraag wordt dit de volgende pandemie?’ Dat is lastig te zeggen, omdat niet precies precies duidelijk is welke eigenschappen van het virus ervoor zorgen dat het tussen mensen kan worden overgedragen. Fouchier: ‘Ten eerste is van belang om te realiseren dat vogelgriepvirussen zich vermenigvuldigen in het maagdarmkanaal van de vogel. Daar binden ze aan bepaalde receptoren die erg lijken op de receptoren in de onderste luchtwegen van mensen. Dat verklaart wellicht waarom mensen ook geïnfecteerd kunnen raken.’ Daarnaast vermenigvuldigen vogelgriepvirussen zich het best bij een temperatuur van 42 °C, niet geheel toevallig ook de temperatuur van het maagdarmkanaal van de vogels. Dus wanneer een virus overspringt naar luchtwegen van de mens, waar het met 33 °C relatief koud is, dan moet het zich daar op aanpassen. Met die gegevens in het achterhoofd ging Fouchier in het lab op zoek naar bepaalde mutaties die ervoor zorgen dat H5N1 vogelgriepvirus airborne kan worden in zoogdieren. Naast het kunnen binden aan receptoren in de voorste luchtwegen en het vermenigvuldigen bij lagere temperatuur, bleek ook stabiliteit van het virus een belangrijke rol te spelen. Veel virussen worden namelijk instabiel als ze muteren. Met de kennis uit Fouchier’s onderzoek kunnen wetenschappers in het veld tijdens uitbraken specifiek speuren naar virussen met deze eigenschappen, die mogelijk volksgezondheidsrisico vormen, en tijdig ingrijpen. Daarnaast kunnen ze een griepuitbraak beter voorspellen. Fouchier: ‘ Een universeel griepvirus is uiteindelijk de heilige graal, maar tot die tijd moeten we het vooral hebben van preventie. Daarbij is goede detectie en karakterisatie van de virussen cruciaal. Dat vergt een intensieve wereldwijde samenwerking tussen klinieken, epidemiologen, fundamentele wetenschappers en veel andere partijen.’

Wetenschap in een veranderende wereld Ook Jeremy Farrar benadrukt het belang van deze internationale samenwerking. Farrar is directeur van de Wellcome Trust en voormalig hoogleraar Tropische Geneeskunde aan de universiteit van Oxford. ‘De afgelopen zeventig jaar heeft de wetenschap grote sprongen gemaakt en we hebben een geweldige kans om de mensheid te helpen. Maar we staan ook op een kantelpunt. Want de wereld verandert en door de groeiende wereldbevolking krijgen uitbraken veel beter de kans zich te verspreiden.’ Toen bijvoorbeeld Ebola in 1976 uitbrak in een aantal kleine afgelegen dorpjes in Soedan en Zaïre was het vrij snel onder controle. Maar toen in 2014 hetzelfde virus uitbrak, onder andere in de grote stad Freetown in Sierra Leone, verspreidde het zich razendsnel. Farrar: ‘Het ging om hetzelfde virus, enkel de omstandigheden waren anders. Dat jaar stierven zeker elfduizend mensen.’ Vandaag de dag kan een pandemie zich al binnen zes weken ontwikkelen, afhankelijk van hoe besmettelijk het virus is en hoe de maatschappij eromheen georganiseerd is. Maar de grootste uitdaging waar we volgens Farrar mee te maken hebben, is klimaatverandering. ‘Niet alleen in de toekomst, maar ook nu heeft klimaatverandering effect op de gezondheid van mensen.’ Het beïnvloed bijvoorbeeld hoe ziektes spreiden, onder andere omdat ziekteverwekkers op andere plekken voor kunnen komen, maar ook omdat klimaatverandering mogelijk leidt tot meer verplaatsing, bijvoorbeeld door conflicten en ongelijkheid. Het gaat volgens Farrar niet alleen om wetenschappelijke uitdagingen, ook op maatschappelijk vlak ziet hij een aantal zorgelijke ontwikkelingen. Zoals de toenemende sceptische houding en het wantrouwen van mensen in de wetenschap. Dit wordt bijvoorbeeld geïllustreerd door de dalende vaccinatiegraad, die in Nederland inmiddels ook onder de 95 procent ligt die nodig is om goede bescherming te bieden. Farrar: ‘In de toekomst staan we voor een groot aantal uitdagingen en ik denk dat de wetenschap sommige of misschien zelfs alle vragen kan beantwoorden. Maar we kunnen alleen vooruitgang boeken als we ook luisteren naar de maatschappij. Want we hebben de steun van de mensen nodig. Als wetenschapper moeten we rekening houden met de wereld waar we in wonen, niet de wereld waar we in zouden willen wonen. Want wetenschap werkt niet in een vacuüm.’

One-Health En hoewel we het misschien niet altijd beseffen, is ook Nederland inmiddels al lang met de hele wereld verbonden. ‘ ‘Soms klinken die tropisch ziekten ver weg, maar infectieziekten houden geen rekening met grenzen’, zegt Marion Koopmans, Hoogleraar en afdelingshoofd Virologie aan het Erasmus MC. Ze illustreert het aan de hand van een voorbeeld van de tijgermuggen die in zeecontainers met bamboeplantjes de Rotterdamse haven binnenkwamen. ‘Veel virussen die de mens ziek maken komen uit het dierenrijk, en door het toenemende contact tussen mens en dier neemt dat risico alleen maar toe. De wereld is één ecosysteem en focussen op lokale brandhaarden is niet afdoende. We kunnen die veranderingen niet stoppen, maar we kunnen wel kijken hoe we er het beste mee omgaan, bijvoorbeeld door vroege opsporing. Daarbij moeten we nadenken over de rol die de mens in dit geheel speelt, ook in samenhang met dieren en de omgeving, zodat we beter voorbereid kunnen zijn op toekomstige uitbraken.’

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen