Westnijlvirus vastgesteld bij paard in Zuid-Holland, ook eerste besmetting bij paard in België

Bij een paard op een stal met twee paarden in Schipluiden, Zuid-Holland, zijn antistoffen voor het Westnijlvirus aangetroffen. De infectie kwam aan het licht via de syndroomsurveillance voor paarden van Royal GD. Het monster van het paard dat neurologische verschijnselen vertoonde, is onderzocht en de besmetting is door Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) bevestigd en doorgegeven aan de World Organisation for Animal Health.

Dit is de eerste bevestigde westnijlvirusinfectie bij een paard in Nederland in 2026. Vorig jaar werd het virus in oktober voor het eerst vastgesteld bij een Nederlands paard in Berkel en Rodenrijs.

Eerste WNV-besmetting ooit bij paard in België

Ook in België is recent in de omgeving van Brussel Westnijlvirus vastgesteld bij een paard, rapporteerde het Paardenpunt Vlaanderen (de Vlaamse evenknie van de Nederlandse Sectorraad Paarden). Dit is de eerste officiële vaststelling van een westnijlvirusinfectie bij een paard in België ooit. Het dier vertoonde ernstige neurologische verschijnselen en moest helaas worden geëuthanaseerd.

Klinische verschijnselen

De meeste paarden worden niet of slechts mild ziek van een WNV-infectie. Wanneer klachten optreden, gaat het vaak om koorts, sloomheid, verminderde eetlust of lichte koliekverschijnselen. In een kleiner deel van de gevallen treden neurologische symptomen op, zoals spiertrillingen, coördinatiestoornissen (ataxie) of gedragsveranderingen. In zeer ernstige gevallen kan verlamming optreden en kan het paard overlijden of moeten worden geëuthanaseerd (minder dan 1%).

Paarden en mensen zijn zogenaamde ‘eindgastheren’: ze kunnen wel besmet raken, maar geven het virus zelf niet verder door. Er is dus geen risico op overdracht van paard op paard, van paard op mens, of via gewoon contact. Alleen een muggenbeet kan het virus overbrengen.

Verdenking melden en kosteloos insturen

WNV is een aangifteplichtige ziekte. Signaleer je als dierenarts een besmetting of verdenking? Dan moet je dit direct melden bij het Landelijk meldpunt dierziekten van de NVWA (tel. 045-5463188). Diagnostiek kan plaatsvinden via serologisch onderzoek; monsters kunnen worden ingestuurd via GD.

In het kader van de monitoring op WNV-infecties mogen dierenartsen tijdens het vectorseizoen (mei t/m november) kosteloos een serummonster van paarden met neurologische verschijnselen insturen naar GD voor uitsluitingsdiagnostiek. Zie hiervoor ook deze informatie.

Vaccinatie

Voor paarden is vaccinatie mogelijk vanaf een leeftijd van 5 à 6 maanden, hoewel een veldstudie aantoonde dat sommige vaccins vanaf een leeftijd van 2 maanden veilig zijn. De basisvaccinatie bestaat uit twee entingen met een interval van 3 tot 6 weken. Daarna wordt de vaccinatie jaarlijks herhaald, bij voorkeur in april of mei, zodat paarden beschermd zijn tijdens het hoogseizoen voor muggen (augustus/september). Bescherming treedt doorgaans 2 tot 3 weken na afronding van de basisvaccinatie op voor de meeste vaccins, hoewel bij sommige de immuniteit al vanaf 4 weken na de eerste enting begint. Verschillende farmaceuten leveren in Nederland vaccins voor het Westnijlvirus.

Deze bevestigde casus onderstreept opnieuw het belang van alertheid tijdens het muggenseizoen en het overwegen van vaccinatie.

Lees ook:

Advertentie

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen