Nieuw Vetinf@ct: Westnijlvirus bij paard in Zuid-Holland

Bij een zanglijster in de regio Utrecht en een paard in Zuid-Holland is het westnijlvirus (WNV) aangetoond. De infecties zijn vastgesteld via de Nederlandse monitoringprogramma’s en bevestigd door betrokken onderzoeksinstituten. De bevindingen wijzen op actieve circulatie van het virus in Nederland tijdens het huidige transmissieseizoen.

Casus

Via de syndroomsurveillance voor paarden van de Royal GD is een paard serologisch positief getest voor Westnijlvirus (WNV). Dit werd op 4 augustus 2026 bij het veterinair referentielaboratorium Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) bevestigd, ook in een officieel monster wat afgenomen is op 31 juli door de NVWA. Het monster testte ook positief op IgM-antistoffen, hetgeen wijst op een recente infectie. Het paard stond in de regio Zuid-Holland en vertoonde stijfheid op 25 juli en ontwikkelde op 26 juli koorts, spiertrillingen en ataxie waarna het dier op 27 juli is bemonsterd.

In 2025 werd, ook in regio Zuid-Holland, WNV vastgesteld bij 3 paarden. Deze infecties traden allemaal laat in het vectorseizoen op. Dit jaar werd de eerste besmetting al relatief vroeg gedetecteerd; in de piek van het vectorseizoen.

Als onderdeel van de reguliere wilde-vogelsurveillance door het Erasmus MC, is op 28 juli 2026 ook WNV gedetecteerd in een zanglijster (Turdus philomelos), gevangen en bemonsterd op 19 juli 2026 op een vogelringlocatie in de regio Utrecht. Uit sequentieanalyse blijkt dat het om een WNV lineage 2-virus gaat dat genetisch nauw gerelateerd is aan de WNV-sequenties uit muggen en dode vogels uit Nederland in 2025. Deze bevinding maakt dat het, in combinatie met de jonge leeftijd van de vogel (net uit het nest), vrijwel zeker is dat de vogel lokaal is besmet. Er lijkt dus sprake van circulatie van WNV in Nederland. Naast vogels worden er op deze vogelringlocatie ook muggen verzameld, maar nog niet alle monsters van deze locatie zijn reeds geanalyseerd.

Duiding

WNV bij paardachtigen is een virusinfectie die in veel gevallen zonder ziekteverschijnselen of met slechts milde verschijnselen verloopt. Echter bij zo’n 10 procent van de dieren kunnen neurologische verschijnselen gezien worden als gevolg van een encefalitis. Hierbij valt te denken aan ataxie, spiertrillingen (vooral aan het hoofd), parese, gedragsveranderingen en prikkelbaarheid. Verder wordt bij deze dieren regelmatig algemene verschijnselen zoals koorts, anorexie, sloomheid, en/of koliek gezien. Van de dieren die wel acute neurologische verschijnselen vertonen gaat ongeveer 35 procent dood of moet worden geëuthanaseerd.

WNV is een zoönose. Mensen kunnen ook geïnfecteerd worden met het virus, echter is de hoeveelheid mensen dat klinische verschijnselen laat zien naar aanleiding van infectie veel lager dan in paarden, zo rond de 1 op 100.

WNV infectie is een vectorziekte, het virus wordt door muggen (met name Culex Pipiens, de gewone steekmug) overgedragen van vogels naar paarden of mensen. Vogels zijn de reservoirgastheer. Het virus repliceert in vogels die vervolgens hoog viremisch worden en zodoende naïeve muggen kunnen besmetten. Trekvogels spelen hierdoor een belangrijke rol in de verspreiding van het virus binnen Europa. Vogels zelf vertonen over het algemeen weinig symptomen, maar bij een aantal soorten (bv bij kraaiachtigen) treedt verhoogde sterfte op, dit kan in het seizoen waarin de muggen voorkomen (zomer en najaar) een reden zijn om dode vogels op deze ziekteverwekker te testen.

Paarden en mensen zijn eindgastheer (zogenaamd een “dead-end host”). Dat wil zeggen dat paarden en mensen ziek kunnen worden maar het virus niet verder verspreiden. Paarden kunnen het virus dus niet overdragen naar mensen of andere paarden, hier zal altijd een mug voor nodig zijn.

In 2020 is WNV voor het eerst in Nederland aangetoond, zowel in wilde vogels, muggen als in mensen.

Meldplicht

Voor paardachtigen is WNV een meldingsplichtige ziekte in de categorie E volgens de EU verordening 2018/1882.

Een positieve uitslag of een klinische verdenking van WNV dient bij de NVWA gemeld te worden via 045-54 63 188. Er is geen bestrijdingsplicht bij paarden, het dier zal dus niet geëuthanaseerd worden en er worden geen maatregelen getroffen op de locatie van het paard.

De NVWA probeert wel te achterhalen wat de bron van de infectie is, en kan onderzoeken of het virus zich verder verspreidt. Voor dit onderzoek kunnen bijvoorbeeld muggenvallen geplaatst worden op de locatie van besmetting.

Adviezen voor praktijk

Voor paarden is vaccinatie mogelijk vanaf een leeftijd van 5 of 6 maanden (afhankelijk van het merk vaccin). De basisvaccinatie bestaat uit twee entingen met een interval van 3 tot 6 weken. Daarna wordt de vaccinatie jaarlijks herhaald, bij voorkeur in april of mei, zodat paarden beschermd zijn tijdens het hoogseizoen voor muggen (augustus/september). Bescherming treedt doorgaans 2 tot 3 weken na afronding van de basisvaccinatie op voor de meeste vaccins, hoewel bij sommige de immuniteit al vanaf 4 weken na de eerste enting begint. Er zijn meerdere vaccins in Nederland geregistreerd.

Paarden kunnen gevaccineerd worden, belangrijk is te beseffen dat de opbouw van immuniteit minstens enkele weken kost en pas solide is enkele weken na het voltooien van de basisvaccinatie.

Daarnaast kan er laagdrempelig gebruik worden gemaakt van de WNV surveillance van de GD bij paarden met neurologische verschijnselen in het vectorseizoen, zie hiervoor het kopje diagnostiek.

Adviezen voor eigenaren

Het WNV wordt overgedragen door de gewone huissteekmug: Culex pipiens. Dit is één van de meest voorkomende steekmuggen in Nederland. Eigenaren kunnen maatregelen nemen tegen deze muggen. Zorg ervoor dat er zo min mogelijk geschikte broedplekken zijn in de buurt van paarden. En probeer de muggen zoveel mogelijk weg te houden bij paarden.

Zorg dat er zo min mogelijk plekken met stilstaand water zijn bij de stallen en maneges. Dit is vooral belangrijk in het muggenseizoen, dat loopt van april tot en met oktober:

  • Verwijder bladeren en vuil uit de dakgoot, zodat het water goed kan doorlopen.
  • Ververs het water in de drinkbakken minstens een keer per week
  • Laat geen water staan in emmers, gieters, bloempotten en schalen en dergelijke. Zet ze binnen of op de kop.
  • Dek regentonnen ‘mug-dicht’ af, bijvoorbeeld door er horrengaas overheen te spannen of een goed passend deksel te plaatsen. Houd er rekening mee dat muggen door kleine gaatjes kunnen.
  • Zorg dat er in paden en wegen geen gaten zitten waar regenwater in kan blijven staan.

Muggen steken vooral als het schemert, in de ochtend en in de avond. Haal paarden daarom binnen voor het invallen van de avondschemering. Laat ze pas na de ochtendschemering weer naar buiten gaan.

Daarnaast kunnen muggenwerende maatregelen worden getroffen zoals bijvoorbeeld mugbestendig gaas plaatsen voor stalramen, muggen/vliegendekens gebruiken en het gebruik van repellents.

Diagnostiek

Om de diagnose te kunnen stellen zijn verschillende testen beschikbaar. Bij levende paarden heeft het aantonen van het virus zelf met real-time PCR een lage gevoeligheid omdat er maar kort en in lage hoeveelheden virus in het bloed aanwezig is en het virus niet via andere routes uitgescheiden wordt.

Een recente infectie kan daarom het beste bevestigd worden door het aantonen van IgM antistoffen in het bloed met behulp van een IgM ELISA. Er zijn ook ELISA’s die zowel IgM als IgG aantonen, maar deze kunnen ook andere antistoffen detecteren tegen bijvoorbeeld teken encefalitis virus en is dus minder specifiek. Ook is het van belang om te weten of het paard eerder tegen WNV gevaccineerd is geweest of uit een land komt waar het virus endemisch aanwezig is. Na vaccinatie of infectie blijven paarden namelijk jarenlang positief op IgG antistoffen.

Dierenartsen kunnen dit jaar tot en met 30 november kosteloos bloedmonsters van paarden insturen naar Royal GD voor onderzoek naar WNV. De diagnostiek maakt deel uit van de eerdergenoemde syndroomsurveillance.  Heb je tijdens het vectorseizoen, van mei tot en met november 2026, een paard met neurologische verschijnselen? Stuur dan een serummonster en een EDTA monster met dit inzendformulier naar GD. Indien de monsters van de GD positief testen wordt het monster ter confirmatie doorgestuurd naar het WBVR.

Meer informatie

Website Royal GD: Westnijlvirus
Website NVWA: Westnijlvirus | NVWA
Website LCI/RIVM: Westnijlvirusinfectie | Veterinaire informatie | LCI-richtlijnen

Advertentie

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen