Meerdere besmettingen met Westnijlvirus geconstateerd bij paarden in Nederland

Sinds begin augustus is bij vier paarden in Zuid-Holland, in het gebied tussen Rotterdam en Den Haag, aangetoond dat zij recent een Westnijlvirus (WNV)-infectie hebben opgelopen. Ook bij een paard ten zuiden van Nijmegen is een recente infectie vastgesteld.

De besmettingen kwamen aan het licht via de syndroomsurveillance, waarin Royal GD en Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) samenwerken om de introductie en verspreiding van het westnijlvirus bij paarden in Nederland te volgen.

De geïnfecteerde paarden vertoonden neurologische verschijnselen, waaronder ataxie en spiertrillingen. In sommige gevallen hadden de dieren ook koorts. Vier van deze paarden zijn herstellende van hun klachten. Een paard is vanwege de ernst van de klachten geëuthanaseerd.

Hiernaast zijn er momenteel meerdere verdenkingen van WNV gemeld. Diagnostiek moet uitwijzen of ook deze paarden besmet zijn met het virus.

Tot nu toe zijn dit jaar meer besmettingen vastgesteld dan het geval was in 2025. Ook is het gebied waarin besmettingen voorkomen groter geworden. Omdat het muggenseizoen nog in volle gang is, kunnen de komende tijd meer besmettingen worden vastgesteld.

Ziekte

De meeste paarden worden niet of slechts mild ziek van een WNV-infectie. Wanneer klachten optreden, gaat het vaak om koorts, sloomheid, verminderde eetlust of lichte koliekverschijnselen. In een kleiner deel van de gevallen treden neurologische symptomen op, zoals spiertrillingen, coördinatiestoornissen (ataxie) of gedragsveranderingen. In zeer ernstige gevallen kan verlamming optreden en kan het paard overlijden of moeten worden geëuthanaseerd (minder dan 1%).

Paardeneigenaren kunnen het risico op besmetting verkleinen door maatregelen te nemen die contact met muggen beperken. Denk aan het opstallen van paarden tijdens de schemering en het verwijderen van stilstaand water en andere mogelijke broedplaatsen voor muggen.

Verdenking melden en kosteloos insturen

WNV is een aangifteplichtige ziekte. Signaleer je als dierenarts een besmetting of verdenking? Dan moet je dit direct melden bij het Landelijk meldpunt dierziekten van de NVWA (tel. 045-5463188). Diagnostiek kan plaatsvinden via serologisch onderzoek; monsters kunnen worden ingestuurd via GD.

In het kader van de monitoring op WNV-infecties mogen dierenartsen tijdens het vectorseizoen (mei t/m november) kosteloos een serummonster van paarden met neurologische verschijnselen insturen naar GD voor uitsluitingsdiagnostiek. Zie hiervoor ook deze informatie.

Vaccinatie

Voor paarden is vaccinatie mogelijk vanaf een leeftijd van 5 à 6 maanden, hoewel een veldstudie aantoonde dat sommige vaccins vanaf een leeftijd van 2 maanden veilig zijn. De basisvaccinatie bestaat uit twee entingen met een interval van 3 tot 6 weken. Daarna wordt de vaccinatie jaarlijks herhaald, bij voorkeur in april of mei, zodat paarden beschermd zijn tijdens het hoogseizoen voor muggen (augustus/september). Bescherming treedt doorgaans 2 tot 3 weken na afronding van de basisvaccinatie op voor de meeste vaccins, hoewel bij sommige de immuniteit al vanaf 4 weken na de eerste enting begint. Verschillende farmaceuten leveren in Nederland vaccins voor het Westnijlvirus.

Praktische informatie

Bekijk voor meer informatie over WNV het dossier Westnijlvirus op de website van Royal GD.

Bron: Royal GD

Advertentie

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen