Inmiddels tiental paarden in Vlaanderen besmet met Westnijlvirus

Het aantal paarden in Vlaanderen waarbij het Westnijlvirus is geconstateerd, is verder opgelopen. De afgelopen week werd bijna dagelijks een nieuwe besmetting bij een paard vastgesteld. In totaal zijn een tiental paarden in Vlaanderen besmet. Daarnaast zijn ook al verschillende dode vogels aangetroffen die met het virus besmet waren.

Vanwege de stijging in Vlaanderen wordt dierenartsen ook in de Nederlandse grensgebieden verzocht om extra oplettend te zijn.

Ziekte

De meeste paarden worden niet of slechts mild ziek van een WNV-infectie. Wanneer klachten optreden, gaat het vaak om koorts, sloomheid, verminderde eetlust of lichte koliekverschijnselen. In een kleiner deel van de gevallen treden neurologische symptomen op, zoals spiertrillingen, coördinatiestoornissen (ataxie) of gedragsveranderingen. In zeer ernstige gevallen kan verlamming optreden en kan het paard overlijden of moeten worden geëuthanaseerd (minder dan 1%).

Paardeneigenaren kunnen het risico op besmetting verkleinen door maatregelen te nemen die contact met muggen beperken. Denk aan het opstallen van paarden tijdens de schemering en het verwijderen van stilstaand water en andere mogelijke broedplaatsen voor muggen.

Verdenking melden en kosteloos insturen

WNV is een aangifteplichtige ziekte. Signaleer je als dierenarts een besmetting of verdenking? Dan moet je dit direct melden bij het Landelijk meldpunt dierziekten van de NVWA (tel. 045-5463188). Diagnostiek kan plaatsvinden via serologisch onderzoek; monsters kunnen worden ingestuurd via GD.

In het kader van de monitoring op WNV-infecties mogen dierenartsen tijdens het vectorseizoen (mei t/m november) kosteloos een serummonster van paarden met neurologische verschijnselen insturen naar GD voor uitsluitingsdiagnostiek. Zie hiervoor ook deze informatie.

Vaccinatie

Voor paarden is vaccinatie mogelijk vanaf een leeftijd van 5 à 6 maanden, hoewel een veldstudie aantoonde dat sommige vaccins vanaf een leeftijd van 2 maanden veilig zijn. De basisvaccinatie bestaat uit twee entingen met een interval van 3 tot 6 weken. Daarna wordt de vaccinatie jaarlijks herhaald, bij voorkeur in april of mei, zodat paarden beschermd zijn tijdens het hoogseizoen voor muggen (augustus/september). Bescherming treedt doorgaans 2 tot 3 weken na afronding van de basisvaccinatie op voor de meeste vaccins, hoewel bij sommige de immuniteit al vanaf 4 weken na de eerste enting begint. Verschillende farmaceuten leveren in Nederland vaccins voor het Westnijlvirus.

Praktische informatie

Bekijk voor meer informatie over WNV het dossier Westnijlvirus op de website van Royal GD.

Advertentie

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen