Eerder dit jaar heeft het laboratorium van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) een aantal runderen die geïmporteerd waren uit Frankrijk getest op besnoitiose, een parasiet die in grote delen van Europa bij runderen al voorkomt. Daarbij is het eerste rund met antistoffen tegen de parasiet die de ziekte veroorzaakt, aangetroffen.
Naar aanleiding hiervan biedt WBVR tijdelijk kosteloos onderzoek aan om dieren die uit Frankrijk, Italië, Portugal en Spanje komen, te screenen op antistoffen tegen deze ziekte. Via het testen wordt gekeken of een rund in contact is geweest met de parasiet en zorgt dit voor informatie over de aanwezigheid van de parasiet in Nederland. Besnoitiose is niet meldingsplichtig. Een positieve uitslag heeft dan ook geen gevolgen voor deelnemende bedrijven.
Een gratis test is aan te vragen via het formulier Rund – besnoitiosetest op de website van de WUR. Het aantal gratis testen is gelimiteerd, dus gratis testen kan zolang de voorraad strekt.
Boviene besnoitiose wordt veroorzaakt door de parasiet Besnoitia besnoiti. De ziekte komt vooral voor in Zuid-Europa, Afrika en Azië. Inmiddels zijn uitbraken of positieve gevallen beschreven in Zwitserland, Hongarije, Griekenland, Ierland, Duitsland en België. In België zorgde één geïmporteerde besmette stier uiteindelijk voor uitbraken op meerdere bedrijven. Dat onderstreept hoe belangrijk vroege signalering en monitoring zijn voordat besmettingen zichtbaar worden.
De eerste signalen van besnoitiose lijken vaak op die van andere aandoeningen. Koorts, verminderde melkproductie, gezwollen lymfeklieren of algemene malaise passen bij uiteenlopende ziektebeelden. Pas later ontstaan de voor besnoitiose kenmerkende huidveranderingen en cysten rond bijvoorbeeld ogen en vulva.
Die stille ontwikkeling van de ziekte maakt vroege herkenning ingewikkeld. Besnoitiose kent geen effectieve behandeling of breed toepasbare vaccinatie. Positieve dieren worden doorgaans afgevoerd. Door geïmporteerde dieren op tijd te testen, kun je een besmetting vroeg opsporen en verspreiding van besnoitiose helpen voorkomen.