Mevrouw Vos komt de praktijk binnen met haar kat Tijger. Tijger is ontevreden en mevrouw komt wat nerveus over. Dierenarts Schaap verwelkomt mevrouw en gaat vervolgens aan de slag. Hij moet Tijger met een stevige greep uit de tas halen, aangezien hij merkt dat deze kat niet van plan is rustig mee te werken. Hij bekijkt het oogje waar Tijger last van heeft, geeft advies en zegt dat mevrouw iets minder eten in zijn bakje zou mogen doen, aangezien Tijger wat in omvang groeit. Vervolgens schrijft hij medicatie voor het oog voor en zegt mevrouw gedag. Mevrouw Vos bedankt hem en gaat naar de balie, waar zij het consult en de medicatie betaalt. Een paar dagen later komt er via de mail een klacht binnen van mevrouw Vos. Ze is boos en zegt dat ze het consult bij dierenarts Schaap als zeer onprettig heeft ervaren. De dierenarts hoort dit en staat met een groot vraagteken in zijn behandelkamer: “Waar heb ik dat nou weer aan te danken?!”