Fokkerijen gezelschapsdieren

De KNMvD vindt dat erfelijke problemen bij honden integraal moeten worden aangepakt. Fokkers, Raad van Beheer (RvB), dierenartsen, overheid, wetenschap en publiek: ieder heeft een eigen taak. Ons standpunt vind je hier.

Sleutelpositie van de dierenarts

Fokkers zijn verplicht om ervoor te zorgen dat  erfelijke afwijkingen bij de hond niet voorkomen. Onder meer door dieren met een erfelijke aanleg voor aandoeningen die de gezondheid en/of het welzijn (potentieel) schaden, uit te sluiten van de fokkerij. Desnoods door deze dieren onvruchtbaar te laten maken. Dit geldt zowel voor zichtbare gebreken (zoals te korte snuiten of te korte poten) als voor onzichtbare gebreken (zoals epilepsie of hartafwijkingen).

Dit is ook de reden dat de KNMvD zich samen met de Dierenbescherming, de Raad van Beheer en de faculteit Diergeneeskunde inzet voor gezonde honden via FairDog. Maar wist je dat je als dierenarts ook een sleutelpositie kan innemen  bij het ondersteunen van de fokkerij om erfelijke ziekten te bestrijden?

Welbekend is de rol van de dierenarts bij de  voorlichting over de risico’s van erfelijke aandoeningen bij bepaalde rassen. Ook is de dierenarts het aanspreekpunt met betrekking tot een eventuele behandeling en therapie van deze aandoeningen. Minder bekend is dat je als dierenarts je verantwoordelijkheid in de erfelijkheidsproblematiek kunt pakken door erfelijke afwijkingen in kaart te brengen.

Bij veel hondenrassen komen erfelijke afwijkingen voor die de gezondheid en het welzijn van de dieren ernstig aantasten. In geval van erfelijk bepaalde agressie is er zelfs een risico voor mensen. Dit geldt overigens niet alleen voor rashonden die onder de vlag van de Raad van Beheer gefokt worden, maar ook voor ‘lookalikes’ zonder stamboom. Het probleem is meestal een gevolg van het gericht fokken op uiterlijke raskenmerken dan wel van het onzorgvuldig fokken met individuele dieren met (aanleg voor) erfelijke afwijkingen.

De KNMvD vindt dat de problematiek van erfelijke afwijkingen bij honden integraal moet worden aangepakt: fokkers, Raad van Beheer, dierenartsen, overheid en publiek hebben ieder een eigen taak.

Meten is weten

Een belangrijk probleem daarbij is dat we nog steeds niet zo goed weten hoe vaak bepaalde aandoeningen daadwerkelijk voorkomen, zeker niet bij honden die niet bij de RvB geregistreerd staan. Om hier inzicht in te krijgen, heeft de faculteit Diergeneeskunde een tool uitgevonden die je als dierenarts kunt gebruiken: PETscan.

PETscan is een landelijke database, in beheer bij het ExpertiseCentrum. De database bundelt de diagnoses van de Nederlandse dierenartsen. Zo kunnen we de incidentie meten van de belangrijkste ziekten en erfelijke aandoeningen. Voor de ernstige problemen komen er DNA-tests. Met als resultaat:
• een vroege diagnose
• het voorkomen van het fokken van zieke nakomelingen
• een snellere en betere behandeling van het dier

Door als praktijk (kosteloos) deel te nemen aan PETscan, help je met het in kaart brengen van (erfelijke) gezondheidsproblemen bij honden en katten in Nederland. Zo voorkom je dierenleed in de toekomst. Die kans laat je toch zeker niet liggen?

Gerelateerde berichten