Illegale hondenhandel

De illegale handel in honden is al jaren een maatschappelijk probleem. Om inzicht te kunnen krijgen en houden in de historie van een hond, moet het dier geregistreerd worden in een aangewezen databank. Dat moet binnen acht weken na de geboorte in Nederland of binnen veertien dagen na import uit het buitenland. Ook moet de hond voorzien zijn van een transponder (chip) en een paspoort. Wanneer het dier verkocht is, moeten de handelaar en de nieuwe eigenaar dat registreren. Soms voorzien fokkers en handelaren hun pups wel van een chip en een paspoort, maar laten ze de verplichte registratie over aan de nieuwe eigenaren. Hierdoor blijven deze hondenfokkers en handelaren en hun handel buiten beeld.

De NVWA hecht veel waarde aan de meldingen van dierenartsen over (vermoedens van) illegale hondenhandel. Juist deze meldingen bevatten vaak veel zinvolle informatie die kan leiden tot het uitvoeren van risicogericht toezicht. Deze informatie is eveneens behulpzaam bij het verkrijgen van zicht op stromen in de hondenhandel.

De afgelopen jaren is het aantal meldingen over hondenhandel sterk toegenomen. Ontving de NVWA in 2016 zo’n 425 meldingen, in 2017 waren dit er 528. De NVWA focust met name op meldingen die gaan over de invoer van honden uit landen met een hoog rabiësrisico. Als de NVWA een melding van (een vermoeden van) illegale hondenhandel krijgt, voert de NVWA een risicoanalyse uit. Op grond daarvan wordt besloten al dan niet tot inspectie over te gaan. Meldingen kunnen ook op een later moment aanleiding vormen voor een inspectie. De meldingen worden dan als het ware gebundeld en vormen de basis van een uitgebreider onderzoek.

Contactpersoon

Voor vragen over dit onderwerp kun je contact opnemen met Michelle van der Gracht, veterinair beleidsmedewerker, via m.van.der.gracht@knmvd.nl of 030 634 8933